Chocolademelk

De afgelopen twee dagen was ik getuige van een van de meest bijzondere strafzaken in zittingszaal 14 van de rechtbank van Groningen.
Voer ook voor juristen, als je het mij vraagt.

De zaak Reinier S.
Dan wel de moordzaak Gonda Drent.
Daterende uit december 1996, Hoofdstraat 163, Hoogezand.
Twaalf jaar na dato hoort de ontkennende Reinier S. tegen de zin in van de officier van justitie diezelfde officier van justitie 15 jaar gevangenisstraf eisen.

Een politieonderzoek vol oude blunders.

De eerste procesdag begon met een ruim twee uur durend betoog van de advocaat die de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie bepleitte.
Werd niet gehonoreerd.
Op de tweede procesdag houdt de officier een bijna drie uur durend verhaal om aan het einde van dat betoog een aanhoudingsverzoek te doen. Omdat hij de verdachte liever eerst ziet geobserveerd in het Pieter Baancentrum.
’s Middags doet de advocaat een wrakingsverzoek omdat hij de rechters beticht van vooringenomenheid.
Verzoek afgewezen door een inderhaast samengestelde wrakingskamer.

Dan wijst de rechtbank de arrestatie ter zitting van de verdachte, door de advocaat aangeduid als een vreemde snuiter (maar daarmee nog niet schuldig) af.
Waarop de officier van justitie zegt wel 20 jaar te willen eisen, maar door onder meer die grove fouten en het lange tijdsverloop tussen arrestatie in 2004 en de zitting (nu) 15 jaar eist.

Kort daarop loopt de verdachte Reinier het gerechtsgebouw uit, omdat hij als vrij man het vonnis mag afwachten.

‘Ik heb Gonda niet vermoord’, zijn de laatste woorden in zijn laatste woord.
En daar ging het nou juist wel om.

Heel lang verhaal.

Als de brand aan de Hoofdstraat 163 die nog prille nacht van 12 december 1996 is geblust, vinden brandweermannen het ernstig door vuur verminkte lichaam van Gonda. De kluis in de woning is leeg. Er zou daar 350.000 gulden in hebben gezeten.

Reinier had de brand bij thuiskomst ontdekt en belde 112 (toen nog 06-11). Hij wist zijn twee kinderen uit de slaapkamers vol rook te redden. Voor Gonda kwam hij te laat.

De politie vond het die nacht te donker voor nader onderzoek. De bewaking van de plaats van het misdrijf werd overgelaten aan schoonmaakpersoneel, in opdracht van de verzekeringsmaatschappij.
Ze begonnen alvast wat op te ruimen.
Pas de volgende ochtend rond tien uur meldde zich de eerste politieman. Daarna ging er heel veel mis.

Reinier kwam desondanks al snel als verdachte in beeld.
Door politiegeklungel kon de zaak echter niet rond worden gemaakt, moest Reinier worden vrijgelaten en na een aantal maanden kreeg hij de kennisgeving niet verdere vervolging.

Geen verdachte meer, einde verhaal.

In 2004 buigt het cold case team van de Groninger politie zich over de zaak en opnieuw komt Reinier in beeld.
Bij TNO laat de politie de brand in een deels nagebouwde woning nog een keer uitbreken. Dat levert nieuwe inzichten op. Bijvoorbeeld dat wat Reinier allemaal zegt, niet logisch is, dan wel dat hij leugenachtige verklaringen heeft afgelegd.
En dat Gonda door een misdrijf om het leven moet zijn gebracht.

Reinier wordt opnieuw aangehouden.
De politie denkt vervolgens ook een motief voor de moord op Gonda te hebben gevonden: geld.
Door de dood van Gonda kon Reinier beschikken over een miljoen gulden, deels geld van de twee levensverzekeringen die hij kort daarvoor op haar leven had afgesloten.

En dat geld wil hij maar wat graag, gezien zijn frequente, maar weinig lucratieve bezoeken aan het Holland Casino.
Een croupier die later politieman werd, herinnert zich dat Reinier eens op één dag 93.000 gulden had verloren.
Gonda vindt dat beroepsgegok maar niks en heeft haar partner een scheiding in het vooruitzicht gesteld als hij blijft spelen. Komt bij, zegt de officier van justitie, dat de liefde tussen de twee op dat moment over een hoogtepunt heen is.
Er is nogal wat overspel over en weer.
Daar is ook bewijs voor, want tijdens een observatie heeft het observatieteam Reinier eens flink zien zoenen.
Met een ander.

Op 11 december 1996 betrapt Gonda haar Reinier in de parkeergarage van het Holland Casino in Groningen.
Dikke bonje bij thuiskomst.
Loopt uit de hand.
Reinier slaat Gonda met een vlak voorwerp, mogelijk een broodplankje, op het achterhoofd.
Dood.

Daarna vertrekt hij om zich een alibi te verschaffen.
Even voor twaalf uur die nacht komt hij weer thuis.
Hij gooit een stellingkast over het lichaam van Gonda en sprenkelt motorbenzine over haar heen.
Dan belt hij om zestien minuten over twaalf die nacht 06-11 en meldt dat de voordeur in de brand staat en dat er veel rook is.
Hij brengt zijn slapende kinderen in veiligheid.
En steekt de boel in de brand.

Zo ongeveer zien politie en justitie het.
Reinier zegt dat hij die nacht bij thuiskomst de brand ontdekt, zijn kinderen redt, te laat voor de arme Gonda en alarm slaat.
Maar de voordeur stond niet in brand.
Er was geen slaapkamer vol rook waaruit hij zijn kinderen redde.
De kinderen roken ook niet naar rook.
Nee, Reinier was op het moment de brand werd gesticht, in de woning.
Niks onderweg naar huis.

Het zal allemaal wel, zegt zijn advocaat, maar direct bewijs voor dit alles is er niet.
Alleen indirect.
En: er zijn andere scenario’s mogelijk en die zijn nimmer door de politie onderzocht, omdat de politie vanaf de eerste dag Reinier in het vizier had.
Tunnelvisie.
Er is zijn ook videobanden van verhoren spoorloos zoek.

Eigenlijk weten we helemaal niks, zegt de advocaat.
Er is een hypothese, aan aanname, meer niet.
En dat Reinier een vreemde snuiter is met zijn rare verklaringen, mag zo wezen. Het zegt niets over schuld.

Aan het einde van de middag tref ik Reinier S. tijdens een van de vele schorsingen op een stoel aan voor de koffieautomaat.
Het is normaal gesproken raar een verdachte daar te zien zitten.
Iets verderop staan de verdrietige ouders van Gonda en haar vrienden.
Blikken kunnen niet doden.

Hij vraagt wat ik er van denk, van alles.
‘Pfff, ik weet het niet.’
Hij knikt: ‘Het OM speelt hoog spel.’
Ik vraag hoe het is om op dit moment niet te weten waar hij vanavond, of misschien zelfs wel de komende tien, vijftien jaren zal slapen.
Hij zegt: ‘Zo leef ik al twaalf jaar, maar wat moet ik?”
Ik weet het niet.

Hij: ‘Het is onwerkelijk.’
Ik zeg: ‘Alleen jij weet het.’
Hij: ‘Als ik rechter zou zijn, zou ik het ook moeilijk vinden.’

De bewakende parketwachter biedt hem een kopje koffie aan.
‘Doe maar chocolademelk’, zegt hij.

Rob Zijlstra

 

UPDATE – uitspraak – 10 juni 2008
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat Reinier S. zoch schuldig heeft gemaakt aan doodslag, brandstichting en oplichting. Goed voor twaalf jaar gevangenisstraf.
Er was vijftien jaar geeist.
In het vonnis staat dat de rechtbank bij het bepalen van de strafmaat rekening heeft gehouden met het forse tijdsverloop, ‘hetgeen voor een aanzienlijk deel te wijten is aan onvolkomenheden en nalatigheden in het opsporingsonderzoek door de politie. De rechtbank is van mening dat dit onvoldoende in de eis van de officier van justitie tot uiting is gekomen en zij zal dan ook een lagere gevangenisstraf opleggen dan is gevorderd (…)’

5 comments

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s