Mens van niets

De man die stijf met zijn armen over elkaar op de publieke tribune van zittingszaal 14 zit, is boos.

Dat zie je.

Ook dat het hem moeite kost zich gedeisd te houden.

Er is een extra politieagent van de parketwacht in de zaal ontboden.

Af en toe mompelt de man boosaardige dingen en dan moet hij van de rechters zijn mond houden.

 

Aan het einde van de strafzitting houdt hij het niet meer.

Roept: ‘Vieze vuile zwarte, rot op naar je eigen land.’

Het geschreeuw gaat gepaard met ongeneeslijke ziektes.

 

Ik google wat en lees dat er in het West-Afrikaanse land Guinee een legeropstand is uitgebroken, dat muitende soldaten er in de lucht schieten omdat ze vrezen achterstallig soldij mis te lopen nu president Lansana Conté premier Lansana Kouyaté heeft ontslagen.

 

Een land ook dat schatrijk is aan bauxiet, goud, ijzer en diamanten en waar de bevolking tot de allerarmsten van de wereld behoort. Dat duidt op een tweedeling in de samenleving. De Verenigde Naties maken zich al lang zorgen, omdat de instabiele situatie in het land een gevaar is voor de stabiliteit in de regio.

 

In die zin zou je wel van een rotland kunnen spreken.

Soldaten schieten er ook burgers dood en verkrachten vrouwen.

Mensen van hier gaan er graag heen om er op de djembé te trommelen. Dat weer wel.

 

In het verdachtenbankje zit Mory.

 

Hij is ergens in 1983 – wanneer precies is niet bekend – geboren in Kankan, de tweede stad van Guinee. Als kind van politiek actieve, maar vermoorde ouders kwam hij elf jaar geleden via een boot vol met vreemde mensen naar Nederland waar hij als ama (alleenstaande minderjarige asielzoeker) in uitzichtloze procedures belandde.

 

Mory oogt niet vies of vuil, wat die boze man op de tribune ook roepen mag.

 

Wel is hij in de war.

Dat zie je ook zo.

 

Bij aanvang van de strafzaak gooit hij zomaar en plotseling de tolk een glas water in het gezicht. Daarop vertrekt de tolk en moeten de rechters het zonder vertaling doen.

 

Ik krijg niet de indruk dat de warrige Mory maar de helft begrijpt van wat er wordt gezegd.

Soms knikt hij van wel.

Of roept ‘motherfuckers’.

 

Ondanks de taalkwestie gaan de rechters met hem in gesprek. Mory heeft zich aan een batterij misdrijven schuldig gemaakt, zegt de officier van justitie.

Twee keer aan diefstal met geweld, drie keer aan drugs en een keer aan mishandeling. Ten tijde van al die misdaden was hij illegaal in Nederland. Dat is hem vijf keer ten laste gelegd.

Alsof je vijf keer illegaal kunt zijn.

 

De drugs trof de politie aan in zijn mond.

Mory ontkent.

Het was niet zijn drugs.

En ook niet zijn mond.

 

In het huis van bewaring stond hij heel de dagen in zichzelf te praten en toen had hij zomaar en plotseling medegedetineerde Achmed geslagen.

Achmed heeft nu een scheve neus en deed aangifte.

En toen het een keertje niet lukte (zegt de officier) bij een prostituee in de Muurstraat, beet hij haar en griste een ketting van goud weg. In café De Negende Cirkel jatte hij een rode sporttas, in Winschoten verkocht hij drugs.

 

Mory ontkent alles.

Hij spuugt in zijn handen en roept tegen de officier: ‘Jij liegt.’

De rest is niet te verstaan.

 

De rechters vragen hem niet hoe hij zijn toekomst ziet.

Vaak vragen rechters dat wel, maar zij weten ook dat er voor iemand als Mory geen toekomst is.

Zeker hier niet.

De rechters vragen wel wat hij straks gaat doen, zo zonder woning en  zonder inkomen.

 

Mory zegt: ‘Vriendin. Samenwonen.’

Rechters: Bezoekt uw vriendin u in de gevangenis?

Mory: ‘Nee.’

 

Ik kijk naar hem en probeer iets meer te zien dan wat lijkt.

Ik zie een man die elf jaar geleden als kind met dode ouders naar hier is gekomen en waarschijnlijk niet meer bezit dan de kleding die hij nu draagt.

 

Een mens van niets.

 

Gezien de verdenkingen is Mory nou ook niet iemand die je op je feestje zou uitnodigen. Hij had al eens drie jaar in de gevangenis gezeten wegens verkrachting.

In 2002 werd zijn asielaanvraag afgewezen. Op de laatste dag van zijn drie jaar durende detentie werd hij tot ongewenst vreemdeling verklaard en belandde hij de volgende dag, op de dag van zijn vrijlating, in de vreemdelingenbewaring.

 

Na een tijdje werd hij op straat gezet, want door ontzettend gedoe mislukte zijn uitzetting. De papieren die hij nodig heeft om van hier te kunnen vertrekken dan wel om daar te kunnen aankomen, krijgt hij niet. Ze willen hem kennelijk niet terug daar in Guinee.

 

En hier willen we hem ook niet.

Een onderzoek naar zijn geestesgesteldheid, niet ongebruikelijk bij verdachten in de war, vindt justitie niet nodig.

Dat leidt maar tot behandeling.

De officier van justitie eist 24 maanden kale gevangenisstraf en daarna moet hij, hup, alsnog het land uit.

 

Mory wordt afgevoerd en de boze man op de tribune begint zijn rottigheid te roepen.

De bode: ‘Ho, ho, ho. We zijn allemaal mensen, ja.’

 

Rob Zijlstra

 

 

UPDATE – uitspraak – 23 juni 2008

Mory moet zitten, 24 maanden en daarna hup…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s