Ik heb de verdachten die ik aan mij voorbij zie trekken wel eens ingedeeld in categorieën.

Je hebt de schurken, dat zijn de boeven zoals u ze waarschijnlijk het liefste heeft, de echte criminelen die ook wel in spannende films op televisie zijn te zien.
Dan zijn er de geboren pechvogels, mensen die een wagonlading ellende met zich meezeulen en ondertussen moeten zien te overleven.
Die groep is groter dan u weten wilt.
En er zijn schlemielen.

Germ behoort zonder twijfel tot deze laatste categorie.
Zijn rechters zeggen het niet, maar uit de wijze waarop ze hem vragen stellen, valt op te maken dat ze hem maar een nare man vinden.
Misschien nog niet eens zozeer om wat hij heeft geflikt, maar wel vanwege de manier waarop hij probeert zich er uit te draaien.

Germ is sinds zijn scheiding een alleenstaande man. Eens was hij ambtenaar bij de gemeente. Een mooie tijd, want hij kwam toen veel onder de mensen. Hij verlangt daar nog wel eens naar.
Nu heeft hij het aan zijn hart en zonen die hem – gelukkig wel, zegt hij – regelmatig komen opzoeken.

Die zonen hadden programma’s op zijn computer gezet, want zelf heeft Germ net zoveel verstand van computers als een tafel dat heeft.
Zegt hij tegen de rechters.

Met die programma’s kon Germ films downloaden, van Harrie Potter en The Lord of the Rings.
Dat vond hij mooi, die films.

Germ had een paar maanden geleden al terecht moeten staan, maar was toen niet komen opdagen.
Een van de rechters met bozige stem: Waar was u de vorige keer?
Germ heft de beide armen de lucht in, zegt uiteindelijk niks.
Rechter: U kijkt mij aan alsof ik Chinees spreek.

Germ hapt en zegt dat hij onderweg was, maar dat de spanningen hem halverwege te veel werden en dat hij toen huiswaarts was gekeerd. Dat had de dokter gezegd, Germ, zei de dokter, jij mag je niet druk maken.
Maandagochtend had de politie hem van huis gehaald.

De rechters zeggen: Het meest verschrikkelijke is op u computer aangetroffen.
Germ zegt dat het allemaal per ongeluk is gekomen.
Dan dacht hij Harrie Potter te downloaden, maar als hij dan het bestand opende, zag hij ook het meest verschrikkelijke.
Zo verschrikkelijk, zegt hij, dat hij het direct weggooide in de prullenbak en dan ook de prullenbak leegde.

Rechters: Bij de politie heeft u gezegd dat u die bestanden ook wel uit nieuwsgierigheid opende.
Germ: ‘Nee, ja, Nou ja, nee. Niet uit nieuwsgierigheid. Maar ik moest natuurlijk wel kijken wat ik had gedownload.’

Rechters: U zocht naar Harrie Potter op de sites met de naam Lolita. Kom nou toch.
Germ: ‘Lolita is een Duitse zangeres.’

Rechters: U zit hier de kop in het zand te steken en doet net alsof er niks aan de hand is. Maar u heeft jarenlang filmpjes van het internet gehaald waarop te zien is hoe vastgebonden kleine kinderen worden verkracht, waarop te zien is hoe mannen proberen baby’s te verkrachten. Op uw computer zijn 1340 schokkende filmpjes met het meest verschrikkelijke aangetroffen. En u heeft ook niet alles weggegooid. Er zaten verschrikkelijke bestanden in mapjes.

Germ: ‘Het is schandalig, edelachtbare. Ik heb zelf een kleindochtertje en ik moet er niet aan denken… Dan val ik liever dood om.’

De officier van justitie is ook geen fan van Germ.
Zegt: ‘Wat u hier allemaal zegt, is klinkklare onzin. U hoeft ons niet voor de gek te houden. Waarom heeft u het gedaan? Heeft u een behoefte?’

Germ lijkt het op te geven.
Zuchtzegt: ‘Nee, geen behoefte, ik val geen kleine kinderen lastig, ik voel mij geen pedofiel. En toch doe ik het. Automatisme? Ik weet het niet, echt niet edelachtbare.’
Weer gaan de beide armen de lucht in.

Rechters: Misschien kan iemand u helpen. De reclassering stelt een training voor, een therapie.
Germ: ‘Als de rechtbank denkt dat dat beter voor mij is, dan moet dat maar.’

De officier van justitie heeft zijn eigen richtlijnen er op nageslagen en kwam tot een score van 720 punten.
Zegt: ‘Dat is goed voor een gevangenisstraf van twee jaar.’

Maar een punt is ook dat die richtlijnen zijn afgegeven na februari 2007. En Germ deed het al daarvoor. Bovendien heeft het onderzoek wel erg lang geduurd. Alleen daarom, zegt de aanklager, eis ik een werkstraf van 240 uur en zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en een verplichte behandeling die uw behoeften inzichtelijk moeten maken.

Dat is, in strijd met de eigen richtlijnen, de standaardstraf die justitie in dit soort zaken eist.

Germ lijkt zich te hebben hervonden als de rechters vragen wat hij vindt van de strafeis.
Hij zegt niet: Daar lijk ik mooi mee weg te komen, edelachtbare. Of: dank u wel.
Hij zegt: ‘Een werkstraf? Ik heb last van mijn rug, daar ben ik ook op afgekeurd. Maar goed, ik zal het proberen.’
Ook de behandeling, de therapie, zal hij ondergaan, zegt hij. ‘Toen ik nog werkte, had ik veel contact met de mensen. Ik vind contact met de mensen wel fijn, een beetje discussiëren en zo, daar hou ik wel van.’

Ik zie op de ‘zittingslijst voor de pers’ waar Germ woont.
Zo nu en dan gaan er stemmen op die roepen dat justitie de namen van dit soort mannen moet prijsgeven, inclusief de straten waar ze wonen.
Anderen zeggen dat zoiets beter is van niet, want dan zijn dit soort mannen nog niet jarig.

Ik zal het vertellen.
Germ woont naast u.
Hij is vandaag 66 jaar geworden.

Rob Zijlstra

UPDATE – 6 oktober 2008 – uitspraak

De eis van de officier van justitie doet geen recht, meent de rechtbank. Omdat er sprake is van een meerdaadse samenloop is Germ veroordeeld tot een werkstraf van 480 uur en zes maanden voorwaardelijke celstraf.  En een behandeling.