Vriend

In de wandelgangen van het gerechtsgebouw zegt een rechtbanker dat hij het druk heeft. Met allemaal zaakjes van mensen die rekeningen niet (kunnen) betalen.

Vooral rekeningen van mobiele telefoons blijven onbetaald.

Het gemak waarmee jonge mensen abonnement op abonnement kunnen afsluiten, is eigenlijk te gek voor woorden, verzucht de drukke man.

Voor toenemende drukte zorgen de vorderingen van ziektekostenverzekeraars.

 

Veel mensen hebben al jaren geen krediet meer.

Voor hen is de daarmee samenhangende crisis dus niets nieuws.

Om niet om te vallen, hebben ook zij een kapitaalinjectie nodig.

 

In zittingszaal 11 hoor ik de officier van justitie zeggen dat veel misdaad begint met schulden.

En dat het met schulden verleidelijk is om snel geld te maken in de big business die hennepteelt heet.

Maar dat achter die ogenschijnlijk onschuldige plantjes een wereld schuilgaat waar ‘we niet vrolijk van worden’, een wereld van de harde en georganiseerde criminaliteit.

 

De 20-jarige Marieke dept haar ogen met een papieren zakdoekje.

De armen trillen.

Ze wil heel graag schoonheidsspecialiste worden.

Haar moeder en de studiefinanciering helpen haar.

De 21-jarige Karim was haar vriend.

Karim had (heeft) schulden bij zorgverzekeraar Groene Land vanwege niet betaalde premies. Wie zijn premie niet kan betalen – bijvoorbeeld omdat er geen geld is – krijgt ook een geldboete.

Zo loopt het dubbelop op.

 

Karim zag de oplossing in een stevige kapitaalinjectie en Marieke had meegedaan. Zij dacht dat ze op die manier mooi haar moeder kon terugbetalen.

Maar de politie had Karim in zijn auto aangehouden. De agenten herkenden de geur en zo vonden ze twee dozen met 200 hennepplantjes in de kofferbak. Zo kwamen zo ook bij Marieke met 260 plantjes in haar woninkje.

 

Karim had nog nobel gezegd dat Marieke er niets mee te maken had, maar Marieke zei zelf van wel. Nu is ze haar woning kwijt, want woningbouwverenigingen houden niet van hennep. Niet eens zozeer omdat het drugs is, wel omdat kwekerijen nog wel eens in de fik willen vliegen.

 

De officier van justitie eist tegen het voormalige stel (de verkering is uit) een werkstraf van 80 uur per persoon.

Tegen Marieke zegt hij: ‘Soms is het leven hard.’

Tegen Karim eist de officier ook vier weken voorwaardelijke celstraf omdat ‘deze verdachte zich vaker op terreinen heeft begeven waar je beter weg kunt blijven’.

 

De politierechter is het niet eens met die vier weken, wel met 80 uur p.p.

‘Ze hebben samen hetzelfde gedaan.’

 

Ook Rudolf (52) zat in de penarie voordat hij aan zijn misdaad begon.

Hij was een eerzaam productiemanager geweest bij een groot bedrijf.

Na 25 jaar hard werken besloot hij dat er meer te halen moest zijn uit het leven dan alleen maar druk, druk, druk en nam ontslag.

Op de dag dat hij zijn ontslag indiende, besloot zijn partner hem te verlaten.

Dat was nou weer niet de bedoeling en toen de handel in antiek – zijn nieuwe daginvulling – ook nog eens zwaar tegenviel, belandde Rudolf in de put.

Zo diep dat na een tijdje al het geld op was.

‘Ik moest zien rond te komen van 25 euro in de week’, zegt hij tegen de politierechter.

 

Via via was hij met de mannen wiens namen hij niet durft te noemen in contact gekomen. Of hij kon meehelpen een hennepkwekerij te ontmantelen. Daar was haast bij en het moest in één nacht gebeuren.

Omdat de mannen wisten dat er de volgende dag een inval van de politie zou komen.

Dit pikante detail bleef tijdens de zitting onbesproken.

Rudolf hielp mee en zo was het gekomen.

‘Ik had niks meer, ik moest wel ja zeggen.’

 

Wat hij nog wel had, was een schuur.

Hé, zeiden de mannen.

Zou hij daar niet 15.000 hennepstekjes kunnen opvoeden in ruil voor vijftig eurocent per stuk?

De politierechter zegt: ‘Dat is makkelijk verdienen.’

Maar Rudolf schudt zijn hoofd.

‘Dat was het helemaal niet. Het was niet gemakkelijk. Het was alleen maar dikke ellende. En het heeft niks opgeleverd. Geen dubbeltje, edelachtbare.’

 

De officier van justitie doet zijn verhaal, dat bij hennepzaken vrijwel altijd hetzelfde is.

Dat het de volksgezondheid schaadt, dat achter de hennep een boel criminaliteit schuilt, dat misdaad niet mag lonen, dat er andere manieren zijn om uit de schulden te geraken.

 

Tegen Rudolf zegt hij: ‘Wat u heeft gedaan, was niet het beste idee van Nederland.’

Rudolf knikt. Vertel hem wat. ‘Dit was eens maar nooit weer, edelachtbare.’

 

De rechter vraagt aan Rudolf of hij gezond is, gezond genoeg om bijvoorbeeld een gevangenisstraf te ondergaan?

Het zou overdreven zijn om nu te schrijven dat Rudolf wit wegtrekt.

Maar je ziet wel dat hij zich rotschrikt.

 

Hij heeft zijn leven weer aardig op de rails. Hij schrijft wat, adviseert hier en daar en doet in zijn oude metier aan productontwikkeling. Heeft een forse schuld bij Essent (vanwege de hennepstroom), maar kan het al met al net rooien.

Zegt: ‘Gevangenisstraf? Het is niet mijn stijl om hier zielig te gaan doen, maar gevangenisstraf vind ik wel heel heftig.’

 

De officier van justitie doet nu, wat officieren wel vaker doen: de verdachte nog eventjes laten zweten.

 

Zegt dat er richtlijnen bestaan, zodat de straffen voor vergelijkbare misdaden in heel het land zo’n beetje hetzelfde uitpakken.

Zegt dat ook de strafrechters uit heel het land om die reden oriëntatiepunten hebben opgesteld.

Dat hij, kijkend naar die lijnen en punten, twaalf weken gevangenisstraf per 1.000 hennepplanten zou moeten eisen.

Rudolf had er 5.354.

 

Dan vraagt de officier zich hardop af wat recht doet aan de ernst van de feiten en wat recht doet aan de verdachte.

Zegt dat Rudolf op het randje bungelt.

 

Dat er gezien de omstandigheden een alternatief voor handen is.

In zijn geval is dat een werkstraf van 180 uur en vijf maanden voorwaardelijke celstraf als een stok achter de deur.

 

De bibberende Rudolf zegt dat hij het helemaal heeft begrepen. Dat hij nooit had geweten dat je voor zoiets in de gevangenis kunt komen.

Zegt: ‘Ik wil de officier bedanken voor de werkstraf.’

 

De politierechter: ‘Ho, ho, ik bepaal de straf.’

En dat doet hij ook. ‘U krijgt van mij het voordeel van de twijfel. Werkstraf van 180 uur, vijf maanden voorwaardelijk.’

Rudolf: ‘Ik ben u dankbaar.’

De politierechter: ‘U kunt in hoger beroep.’

Rudolf: ‘Nee, nee.’

Politierechter: ‘Bedankt voor uw komst.’

Officier van justitie: ‘Wel thuis.’

 

De rechtsstaat heeft er een vriend bij.

 

Rob Zijlstra

 

 

3 gedachtes over “Vriend

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s