Harmke: ‘Ik ben een slecht mens.’
Pieter: ‘Nietwaar. Ik ben slecht.’

Harmke: ‘Luister niet naar hem, meneer de rechter. Ik ben het slechtst.’
Pieter: ‘Oh nee. Dat ben ik.’

Harmke: ‘Nietes. Ik geef mijn kind niet eens te eten, meneer de rechter. Dat is toch wel heel slecht.’
Pieter: ‘Maar ik ben slechter. Ik sla en schop haar kind.’

Harmke: ‘Ik sluit haar op.’
Pieter: ‘Ja, op haar slaapkamer. Maar ik, ik de aller-slechtste, ik laat haar in de vrieskist klimmen en zet dan mijn zware gereedschapskist er boven op. Kan het slechter?’

Harmke: ‘Meneer de rechter, ik gooi kopjes hete thee over haar heen.’
Pieter: ‘Ach wat. Ik jaag 220 volt door haar heen.’

Harmke: ‘Ja, en als dan de stoppen doorsloegen, de stroom uitviel, dan pakte ik een nieuwe zekering. Dat, meneer de rechter, dat is toch niet normaal als moeder. Dan ben ik toch slechter dan slecht?’

Pieter: ‘Meneer de rechter, ik de akeligste stiefvader, weet u wel wat ik heb gedaan? Als ze, zo opgesloten, dan zo nodig haar behoefte had gedaan, dan liet ik haar het opeten. En als ze dan moest kotsen, dat ook.’

Harmke: ‘Ik wil mijn eigen dochter die mij niets heeft misdaan, nooit meer zien. Welke moeder zegt dat nou? Alleen een loeder.’
Pieter: ‘Ik heb de vreselijkste dingen gedaan en weet u wat het toppunt is? Ik weet niet eens waarom.’

Zo had het gegaan kunnen zijn, maandagmiddag in zittingszaal 14 van de rechtbank in Groningen.
Zo ging het niet.
Maar de rest klopt wel zo ongeveer.

Het is een heel en een akelig naar verhaal.
Over de 34-jarige moeder Harmke, de 39-jarige stiefvader Pieter en de 14-jarige Saskia, in een huis in Veendam.

Ze stopten Saskia in de diepvrieskist tot ze onderkoeld en buiten bewustzijn raakte. Dan trokken ze haar er aan haar haren weer uit.
Ze gooiden kopjes water over haar heen. Eerst koud water en daarna gekookt. Soms sputterden ze alleen met water, maar dan wel rechtstreeks uit de waterkoker.
Ze schopten en sloegen.
Ze bonden haar vast op de tafel en dan zetten ze Saskia onder stroom. Bij de enkels, op de buik en op de borsten die ze eerst een beetje nat maakten.
Ze hoefde niet altijd haar ontlasting of eigen braaksel op te eten. Soms had ze geluk en kreeg ze alleen een rode peper. Dit was ook zo ongeveer alles wat ze kreeg, want toen ze werd bevrijd, was ze ondervoed.

Het gebeurde overigens alleen in de weekeinden als Harmke en Pieter zich op het matras in de woonkamer volstopten met drugs.
Door de week kon dat niet, want dan wemelde het er van de hulpverlening.
Van de bemoeizorg.
En die zou eens op het idee kunnen komen om kleine Pietertje, één jaar al weer, uit huis te plaatsen.

Rond de rechtszaal zegt iemand zachtjes dat de hulp er misschien wel werd verleend met de ogen dicht. Maar dat hij dat natuurlijk niet hardop kan zeggen.

Het waarom bleef allemaal wat vaag. Saskia zou de sfeer in huis verpesten. Zou haar moeder het huis uit willen jagen. Ze zou dreigen de hulpverlening wakker te maken door hen te vertellen over de drugs.

Pieter: ‘Ze veroorzaakte problemen.’
Rechters: Kinderen veroorzaken geen problemen. Kinderen zijn slechts lastig.
Pieter: ‘Ik heb heel veel spijt.’
Harmke: ‘Ik ook. Ik hou zielsveel van haar.’

Saskia wist uiteindelijk te ontsnappen, ze belde 112. Ze werd mager als een lat naar het brandwondencentrum in Groningen gebracht. Toen de politie een hartig woordje met stiefvader Pieter wilde praten, weigerde hij dat.
Hij verschanste zich in de woning met kleine Pietertje op schoot en dreigde het mannetje dood te knijpen.
Na uren praten werd Pieter met toestemming van hogerhand door een arrestatieteam gearresteerd.
De volgende dag werd Harmke aangehouden.

Pieter en Harmke zijn zieke en gestoorde mensen, zo hebben de psychiaters en psychologen vastgesteld.
Verminderd toerekeningsvatbaar.
Zij adviseren de rechtbank aan beide een tbs met voorwaarden op te leggen.
Daar hoort nog wel een extra rapport bij over die voorwaarden en dat is er nog niet.

De rechtbank: Dan kunnen we vandaag niet verder.
De officier: ‘Kan nog wel even duren.’
De rechtbank: Dan gaan we verder op 20 april.

Ik dacht, 20 april, dat is sowieso niet ’s werelds mooiste dag van het jaar.

Rob Zijlstra

update – 20 april 2009
Het Openbaar Ministerie komt met de strafeisen. Voor hem: 5 jaar met tbs met dwangverpleging; voor haar 2 jaar en tbs.

update – mei 2009
Pieter is veroordeeld tot 7 jaar celstraf en tbs met dwangverpleging.
Harmke kreeg 42 maanden cel met.

update – 2010 – vervolg strafzaak

het vervolg: veendam