Kortsluiting

Het 25 is oktober 2008.

Op de voorpagina van de krant van die dag staat dat de angst voor een wereldwijde recessie toeneemt.

In de trein zit op dat moment Mork.

Hij reist van Groningen richting Nieuweschans.

 

Mork woont in Duitsland, in de omgeving van Papenburg met een vriendin die studeert aan de universiteit.

Zelf gaat hij naar school.

Mork wil elektromonteur worden.

Hij is 32 jaar.

Zijn twee kinderen wonen bij zijn ex-vrouw in Estland.

Zelf is hij geboren in de Sovjetunie, in een plaatsje dat Google niet kent.

 

Mork heeft pech op die dag in oktober.

De spoorwegpolitie doet een controle in de trein en heeft Dustin meegenomen.

Dustin is de drugshond.

Het beest begint ter hoogte van Mork te blaffen en dan is er een redelijk vermoeden van schuld op grond waarvan de politie de rugzak van de reiziger mag doorzoeken.

 

Een halve kilo heroïne.

Een paar gram ook nog in de broekzak.

 

Nou ja, nee.

Hij was naar Groningen gekomen om wat drugs voor zichzelf te kopen.

Hij wilde tien gram kopen.

Daarvoor had hij al zijn schoolgeld, 600 euro, meegebracht.

Hij kende een adresje in Groningen.

Maar toen hij daar kwam, ging het niet door.

Er was niks of op.

Hij moest tot de volgende dag wachten.

Dat deed hij.

De volgende dag ging er weer heen.

Toen kreeg hij een rugzakje.

En 500 euro.

Dat rugzakje moest hij naar een hotel brengen, in Oudeschans.

Of in Winschoten.

Of naar Winschoten en dan met de bus naar Oudeschans.

Daar zou hij dan ook zijn tien gram krijgen.

 

De officier van justitie: ‘Wel een beetje een vaag verhaal.’

 

De officier merkt op: Welke dealer uit Groningen geeft nou aan zomaar een Rus uit Duitsland een rugtas met een halve kilo heroïne en 500 euro mee met de opdracht die af te leveren in Oudeschans? Of in Winschoten.

‘In heel Nederland is geen dealer zo gek’, weet de ervaren justitieofficier’

Hij vraagt: ‘Was u soms op weg naar Duitsland?’

 

Mork schudt het hoofd en begint over Ali.

Dat hij van Ali een telefoonnummer had gekregen.

En dat toen een kennis van Ali hem – heel spontaan – had gevraagd naar Nederland te gaan, naar Groningen.

Hij had ook het treinkaartje van 29 euro gekregen.

 

Groningen kende hij wel een beetje.

Hij was er drie jaar geleden ook al eens geweest, dus…

Toen hij op het station was, had hij dus Ali gebeld.

Hij bedoelt dat telefoonnummer.

 

De officier van justitie: ‘Ja, ja.’

DE officier suggereert dat Ali misschien wel niet eens bestaat.

En dat Mork bang is.

Omdat hij die 500 gram is kwijtgeraakt dankzij die blafhond in de trein.

En dat de drugsorganisatie voor wie hij misschien wel werkt, hem dat mogelijk niet in dank zal afnemen.

En verhaal zal halen.

 

De rechters: Bent u koerier in een groter geheel?

Mork kijkt wel link uit wat hij zegt.

Hij zegt: ‘Nee. Ik zit op school.’

 

Er kunnen, concludeert de officier van justitie, vraagtekens worden geplaatst bij de geloofwaardigheid van Mork’s verhaal.

Dus is Mork schuldig en ook strafbaar.

Hoewel hij de grens nog niet over was, had hij wel de intentie de drugs buiten het grondgebied van Nederland te brengen.

En wie de intentie heeft, die smokkelt al.

De eis: een jaar gevangenisstraf.

 

De rechtbank is het daar twee weken later mee eens.

Er zit te veel kortsluiting in het verhaal van Mork.

Acht maanden celstraf en de verbeurdverklaring van die 500 gekregen euro’s.

 

Rob Zijlstra 

 

 

4 comments

  1. drugshonden in de trein>
    is het niet verboden om dieren mee te nemen in de trein?
    En,zo nee,hebben ze wel een kaartje voor dustin gekocht?
    Misschien had ‘mork’ dan nog een poot om aan vast te houden in de zitting 🙂

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s