TBS-liefde

De Groninger rechtbank doet over een uurtje uitspraak in de strafzaak tegen de 35-jarige M., de voormalige sociotherapeute van de Van Mesdagkliniek die begin 2006 een korte, maar intieme relatie onderhield met een 31-jarige tbs-patiënt.

Twee weken geleden – en drie jaar na de laatste zoen – stond de vrouw terecht.

Slaat justitie niet een beetje door?

Het mag niet, het is zelfs een misdrijf.

Wie als medewerker van een (rijks)inrichting seks heeft met een persoon die daarin is opgenomen, maakt zich schuldig aan ontucht.

Dat de betrokken tbs-patiënt (mogelijk) het initiatief heeft genomen en dat er sprake was van wederzijdse gevoelens van verliefdheid doet daar niets aan af.

De medewerkster had zich professioneel moeten opstellen en haar gevoelens opzij moeten zetten.

Aan de andere kant is er het ultimum remedium, een belangrijk uitgangspunt van het strafrecht.

Het strafrechtelijk vervolgen van mensen hoort een laatste middel te zijn dat met terughoudendheid moet worden ingezet.

Niet alles wat verboden is, wordt per definitie ook vervolgd.

Volgens de medewerkster kwam het in de eerste maanden van 2006 twee keer tot seks. De tbs’er zegt drie keer.

De vrouw verklaarde tijdens de zitting dat ze wist dat wat ze deed, niet kon.

Voor haar gevoel niet en ook niet omdat het protocol van de tbs-kliniek het verbied.

Na drie maanden maakte de vrouw een einde aan de verboden liefde.

Een half jaar later klapte de TBS’er uit de school.

M. werd ontslagen.

Toen zij later een nieuwe baan kreeg bij de Raad voor de Kinderbescherming bleek één telefoontje van de Van Mesdag voldoende voor een tweede ontslag.

Was de vrouw daarmee niet genoeg gestraft?

De tbs’er zocht later de publiciteit en volgens de advocaat loopt M. sindsdien met ‘een gebogen hoofd’ door de stad.

Wat is het nut dat het openbaar ministerie nu,  drie jaar na dato, nog eens haar tanden laat zien?

Twee weken geleden tijdens de zitting stelde ook de officier van justitie die vraag: ‘Waarom vervolgen? Ze hebben immers samen plezier gehad.’

De officier antwoordde op zijn eigen vraag: M. heeft zich chantabel gemaakt in een tbs-kliniek waar mannen niet voor zweetvoeten zitten. Er hadden gijzelingen uit voort kunnen komen.

Overigens adviseerde justitie de rechtbank de forse schadevergoeding die de tbs’er heeft ingediend, af te wijzen.

Op dit punt, meent justitie, geldt het gezamenlijke pleziertje wel.

Nico Kwakman, strafrechtdocent aan de Groninger universiteit ziet het besluit van justitie de vrouw te vervolgen vooral als een signaal.

Als een boodschap naar de samenleving: dit mag niet.

En daarin slaat justitie niet door, vindt Kwakman.

‘Het strafrecht heeft ook een symbolische functie met als doel: normbevestiging. Dat dit over de rug gaat van de verdachte, klopt. De verdachte, de dader, brengt eigenlijk een offer aan de samenleving. Dankzij de dader weten we weer even wat wel mag en wat niet.’

Hiermee wordt volgens Kwakman geen geweld gedaan aan het uitgangspunt dat het strafrecht een ultimum remedium hoort te zijn.

‘De terughoudendheid uit zich in de lage strafeis: een voorwaardelijke taakstraf van 150 uur.’

rob zijlstra


UPDATE – UITSPRAAK

De rechtbank heeft de medewerkster vrijgesproken van ontucht. Er was volgens de rechtbank geen sprake van dwang, maar van een gelijkwaardige relatie. Dat die zich afspeelde in een kliniek waar de man werd behandeld, ook door haar, doet volgens de rechtbank niet ter zake.

het integrale vonnis

– advocaat Niek Heidanus bij Pauw en Witteman (na de uitspraak)


UPDATE – 22 SEPTEMBER 2009 – HOGER BEROEP

Voor het hof in Leeuwarden heeft justitie in hoger beroep een onvoorwaardelijke werkstraf van 150 uur geeist. De voorwaardelijke werkstraf (ook 150 uur) zoals nog in Groningen werd geeist doet geen recht, vindt justitie nu. Een straf moet iets van vergelding in zich dragen en dat doet een straf die je wel krijgt, maar niet hoeft uit te voeren in dit geval niet. Tijdens de zitting bijhet hof in Leeuwarden werden de standpunten zoals die voor de rechtbank in Groningen werden aangevoerd, min of meer herhaald.

Naast de werkstraf meent justitie dat de therapeute aan haar voormalige minnaar een schadevergoeding moet betalen van 3500 euro. Dit bij wijze van een voorschot. In Groningen vond justitie dit nog niet.

De uitspraak is op 6 oktober.

7 comments

  1. Hoe diepgaand moet een therapie gaan. Echter niet strafbaar! Hoger beroep ( door het OM in overweging genomen ) lijkt me dan trouwens ook geheel kansloos. Maar privé en werk geschieden houden, lijkt me relationeel gezien een professionaliteit die de therapeute aan de dag had moeten leggen. Ze had hem dus privé moeten uitnodigen thuis. Dan was er dus niks gebeurd. Ontslaggrond uiteraard in de baas zijn tijd de geneugten der liefde te bedrijven, dan zie je goed de scheiding van verschillende procedures. Of het hanteren van verschillende wetgeving. Zo heb ik mij in verschillende bodemprocedure van cliënten keer op keer verbaast over de verschillende inzichten van rechters. Zeker die van Mevrouw van Baak Kleinsma, die tegen alle stromen van haar voorgangers rechters compleet ‘ kort maar krachtig’ ongefundeerd een geheel andere mening was toegedaan gelijk uitspraak deed zo zie je maar weer, wat je verwacht komt vaak niet uit.

  2. Met een blik in Tekst en Commentaar was op voorhand al duidelijk dat M wel een professionele, maar geen strafrechtelijke norm heeft geschonden. Professioneel fout, omdat de relatie met haar client aan een behoorlijke behandeling in de weg stond. Strafrechtelijk niet fout omdat er sprake was van vrijwilligheid en de afhankelijkheid geen rol speelde.

    Dit is geen typisch geval van seksueel misbruik van een patient/client door een zorgverlener waartegen art. 249 Sr bescherming biedt. Integendeel. Ik vind het daarom ook wat flauw en knullig dat de OvJ de vervolging doet steunen op argumenten die louter betrekking hebben op de professionele norm (‘behandeling wordt verstoord’, ‘therapeute maakt zich chantabel’). Als je als OM niet (opnieuw) een vrijspraak aan je broek wil krijgen moet je je huiswerk doen zodat je kunt uitleggen waarom de jurisprudentie, waarnaar de rechtbank en de verdediging verwijzen, in deze zaak niet van toepassing is.

    Kortom, er is alleen sprake van overtreding van een professionele norm en die norm is door het ontslag gehandhaafd. Case closed. Voor het OM viel er niets meer te halen. En als je niettemin vindt dat art. 249 Sr wel van toepassing is, is strafrechtelijke normhandhaving niet nodig omdat het om een atypisch geval gaat. Berust in de vrijspraak, trek het hoger beroep in en hou op met drammen.

  3. Ik keek trouwens zojuist naar Pauw & Witteman, waarin naar mr. Heidanus, de advocaat van de TBS-er, verscheen. Wat kraamt die man daar een juridische kletskoek uit. Heidanus is blijkbaar niet zo’n beste jurist, maar wel een uitstekend ondernemer door zulke publiciteit te genereren.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s