Het vonnis

Een verslaggever is een observator.

Hij (zij ook) kijkt en luistert en doet dan verslag van datgene hij heeft gadegeslagen en gehoord.

Dit is een vrij traditionele omschrijving.

 

Eens was ik geen rechtbankverslaggever, maar stadhuisverslaggever en daarvoor ook gemeentehuisverslaggever.

Wel meegemaakt dat collega-verslaggevers deelnamen aan de politieke beraadslagingen van de gemeenteraadsleden. Of dat een collega-verslaggever tijdens een begrotingsvergadering ingreep omdat het zo niet langer kon. Dat de burgemeester de boel vervolgens schorste en de collega-verslaggever in zijn kamer ontbood voor nader overleg. En dat de burgemeester bij de hervatting van de vergadering zei dat het anders moest, omdat het zo echt niet langer kon.

 

Als rechtbankverslaggever moet je net als alle andere toeschouwers in de zittingszaal de mond houden. Dat heeft niets met objectiviteit te maken, maar alles met het spel van de strafrechtspraak.

 

Toen ik maandagochtend thuis de krant opensloeg, zag ik het meteen.

Vrijdag overleden, op 61-jarige leeftijd na een korte, maar hevige ziekte.

De volledige naam klopt, de geboortedatum ook.

Ik zei aan de ontbijttafel: ach, kijk nou eens.

Dit is de man die ik Jaap heb genoemd in mijn stukje van twee weken geleden. Over hem moet de rechtbank vanmiddag vonnis wijzen.

De ontbijttafel vroeg: Maar kan dat dan, vonnis wijzen op maandagmiddag als iemand op vrijdag is overleden?

 

Langzaam werd het maandag een uur, het tijdstip van de uitspraken.

Om een uur moesten we nog even wachten.

Op het lijstje van de bode pronkte zijn naam.

Een eveneens wachtende advocate vroeg belangstellend of er nog interessante zaken waren vandaag.

Ik zei: ‘Nog niet. Maar misschien dat de rechtbank zo meteen iemand gaat veroordelen die al overleden is.’

De wachtende advocaat: ‘Maar dat kan niet.’

 

Natuurlijk vroeg ik mij achteraf af of ik het even had moeten melden, vooraf.

Natuurlijk niet, want dat is niet mijn taak.

Natuurlijk niet, want ik ben slechts toeschouwer die de mond moet houden.

Natuurlijk niet, want misschien hadden de rechters het ’s ochtends zelf wel gelezen.

 

Even later gebeurt wat niet kan.

 

Als het is gebeurd, kijk ik de rechter aan en vraag of ik even iets mag zeggen.

Ik zeg dat de rechtbank zojuist een man heeft veroordeeld die vrijdag is overleden.

Oei, zegt de rechter.

Oei ook, de officier van justitie.

 

In de advocatenkamer – zeg maar de raadkamer voor de rechtbankpers – wordt het wetboek van strafrecht opengeslagen.

 

Artikel 69.

Artikel 75.

 

Daar staat het. Wie dood is hoeft de gevangenis niet meer in of een taakstraf uit te voeren, maar moet wel het wederrechtelijk verkregen geldbedrag betalen dat hem in rechte is ontnomen.

En laat nou de rechtbank net hebben uitgesproken dat Jaap 112.000 euro moet doneren aan de Staat der Nederlanden.

Jaap zijn hennepgeld.

 

Oei, zegt nu ook een advocaat.

Oei, omdat de nabestaanden nu wel eens een probleem kunnen hebben.

De advocaat zegt dat de advocaat van de man de rechtbank voor het uitspreken van het vonnis had moeten inlichten.

Dan was er geen vonnis geweest en nu niks aan de hand.

Maar nu wel, want de man had geen advocaat.

 

Oei, denkt tot slot ook de rechtbankverslaggever.

Dus als ik vooraf mijn mond had opengedaan, niet zo braaf had gezwegen – dan had ik wellicht de nabestaanden 112.000 euro kunnen besparen?

Nee, zegt later een officier van justitie, dan had je de Staat der Nederlanden zo’n bedrag onthouden.

 

Twee weken geleden schreef ik over Jaap en zijn zaak.

Die was ook al zo merkwaardig.

Ja, zelfs onrechtvaardig.

Vond ik.

 

Rob Zijlstra

8 comments

  1. Het recht tot strafvordering was vervallen op vrijdag, zodat er op de volgende maandag geen uitspraak had kunnen of mogen volgen (dit overeenkomstig art. 69 etc.)
    De uitspraak van maandag heeft zodoende geen wettelijke basis en evenveel kracht als een uitspraak van mij, dwz. nietig.
    Art 75 etc handelt over de uitvoering van een vonnis gedaan op wettelijke basis, en omdat deze grondslag mist, kan dit artikel hier niet van toepassing zijn.

  2. Dit zou anders zijn als de man na het vonnis komt te overlijden, want dan is art. 75 etc. van toepassing.
    Zonder een geldig vonnis heb je niks aan art. 75 etc.

  3. Dus vandaar dat het een verstekzaak was. Jaap lag op sterven.
    Het OM vervolgt dus een stervende, iemand die niet meer handelingsbekwaam is.

    Het OM Groningen heeft er een handje van om verdachten bij verstek te veroordelen. Kafka is er niets bij vergeleken.

  4. Ik had net jou zaak als voorbeeld genomen dat de politie maar weinig gronden heeft om een opsporingsonderzoek op te starten. Alleen een ‘ rood tasje ‘. Een Justitiële nalatenschap niet accepteren is ook een optie. Ik zie somberheid in je stukje, trek het je niet te veel aan. Iets zullen wij nooit weten, ‘ hoe Petrus heeft geoordeeld. Kom niet zo somber, jou is niets te verwijten.

  5. Dee weet ook niet meer of het spek of ham is.
    Hij is ook de kluts kwijt.
    Voor de goede orde: OM oordeelt en de rechtbank vervolgt.
    Of was het nou net andersom?
    Ik lijk Dobbelsteen wel.
    Moraal van deze historie: een hennepkwekerij er op na houden kan. Des te gezonder, des te beter. U wordt gevolgd maar niet vervolgd. Geef de volgers niet te denken: hé, wat heeft ie nou, wat loopt ie gek, hij kon wel es ziek zijn. Want dan wordt u niet enkel meer gevolgd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s