Het vonnis (update)

 

 

 

groninger rechters

groninger rechters

Het openbaar ministerie weet nog steeds niet – het is woensdagmiddag – wat er moet gebeuren met het vonnis dat maandag werd uitgesproken over de man die vorige week vrijdag overleed.

 

Voorlopig beschouwt het openbaar ministerie het vonnis als niet uitvoerbaar. Omdat het te herroepen is.

 

Woordvoerster Kirsten Smit zegt hierover vrij vertaald het volgende:

 

Wij kunnen pas tot executie overgaan als een vonnis onherroepelijk is geworden. Wanneer er geen hoger beroep wordt aangetekend, wordt een vonnis automatisch twee weken na het uitspreken onherroepelijk.

Onze (zegt Kirsten) vraag is nu of een vonnis wel onherroepelijk kan worden als de mogelijkheid tot hoger beroep er niet is geweest, dan wel niet kan zijn geweest.

 

Justitie in Groningen heeft de kwestie voorgelegd aan deskundigen, zeg maar aan de bedrijfsjuristen van justitie. Die schijnen in Den Haag te wonen.

 

Een en ander betekent wel, zegt nog altijd Kirsten Smit, dat de nabestaanden zolang wij het niet weten, geen rekening krijgen gepresenteerd.

 

Voor de rechtbank ligt de zaak eenvoudiger.

De woordvoerder: ‘Wij kunnen er niets aan doen. Wij hebben naar eer en geweten gehandeld.’

 

rob zijlstra

 

 

8 comments

  1. Ik begrijp niet zo goed wat nu het probleem is van het parket Groningen. Er ligt een vonnis waartegen een verdachte hoger beroep kan instellen. Deze verdachte kan dat alleen niet, want hij is overleden. Dan hoeft het OM alleen maar zijn eigen beroepstermijn te laten verstrijken om het vonnis onherroepelijk te laten worden. Het is volgens mij niet zo’n hele lastige casus.

    Het zou toch ook raar zijn als een vonnis voor eeuwig niet onherroepelijk wordt blijft omdat een der procespartijen vanwege een verblijf in het hiernamaals niet meer naar de griffie kan gaan om hoger beroep in te stellen?

  2. @Voorheen Bram: Het gaat er volgens mij juist om dat het vonnis niet onherroepelijk moet worden. Het vonnis had nooit uitgesproken mogen worden omdat de verdadchte voor de uitspraak overleden is (art 69). In het vonnis zit een ‘pluk-ze’ bedrag van € 112.000. Die vordering komt nu bij de nabestaanden te liggen (art 75).

    De vraag is nu dus: is omdat de rechtbank (onbewust) artikel 69 genegeerd heeft, artikel 75 wel of niet rechtsgeldig?

  3. @Fred

    Er is geen sprake van negeren art. 69 Sr. Art. 69 Sr kan alleen worden toegepast als je wéét dat de verdachte is overleden. De rechtbank wist dat niet en had dat redelijkerwijs ook niet kunnen weten. De rechtbank had geen andere uitspraak kunnen geven, er valt haar niets te verwijten en dus is er niets mis met het vonnis. De uitzonderingsregel van art. 75 Sr kan daarom gewoon worden toegepast.

    Er zijn mogelijk 4 oplossingen:
    1) Het OM gaat in hoger beroep. Het hof verklaart het OM vervolgens alsnog o.g.v. art. 69 Sr niet-ontvankelijk in haar ontnemingsvervolging wegens het overlijden van verdachte. Onherroepelijk arrest. Case closed.

    2) Het OM onthoudt zich van tenuitvoerlegging. Art. 75 Sr brengt mee dat het OM een plukze vonnis ondanks het overlijden van de verdachte kán tenuitvoerleggen. Dat betekent echter niet dat het OM daartoe ook verplícht is.

    3) Het OM verzoekt de rechtbank om de 112.000 euro te verminderen of kwijt te schelden (zie art. 577b Sv). Art. 577b Sv vermeldt niet uitdrukkelijk dat de nabestaanden (in plaats van de veroordeelde zelf) ook om vermindering/kwijtschelding kunnen vragen wanneer het OM dat nalaat. Ik denk alleen wel dat redelijke wetsuitleg meebrengt dat die weg ook voor hen openstaat. Als art. 75 Sr het OM uitdrukkelijk de mogelijkheid biedt om bij de nabestaanden te incasseren, zou het raar en unfair zijn dat Jaap daar wel iets aan kon doen, maar zijn nabestaanden, die in zijn plaats treden, niet.

    4) De nabestaanden kunnen de erfenis van Jaap voor ‘beneficiair aanvaarden’. Dit betekent dat de erfgenamen meedelen dat zij pas na aftrek van schulden de erfenis willen ontvangen. De vordering van de Staat der Nederlanden tot betaling van 112.000 euro wordt dan verrekend met Jaaps bezittingen. Wat er overblijft gaat naar de erfgenamen. Als er daarentegen na verrekening nog schulden overblijven hoeven zij daar niet voor op te draaien. De schuldeisers c.q. de staat hebben dan het nakijken.

    Het hoeft dus allemaal niet zo’n vaart te lopen.

    Het zegt wel iets over de kwaliteit en creativiteit van het parket Groningen als zij in Den Haag te rade moeten gaan… Maar goed, ik was ook al niet zo gecharmeerd van de weinig magistratelijke opmerkingen die de OvJ’s over deze zaak tegenover Rob hebben gemaakt.

  4. @Voorheen Bram,

    Ik zal jouw oplossingen doorsturen naar het openbaar ministerie, wellicht kunnen ze er hun voordeel mee doen.

    tav punt 1. volgens mij kan het OM niet in hoger beroep omdat (art 69) het strafproces stopt op het moment de verdachte komt te overlijden.
    Toch?

    rob zijlstra

  5. @Rob

    Stuur maar naar het OM, dan doe ik een fijne declaratie die kant op. 😉

    Ik was al bang dat je de zwakke plek in mijn reactie zou vinden. Het zou inderdaad goed kunnen dat het hof tegen het OM zegt: ‘luister, verdachte is overleden. Jullie hebben geen recht om de vervolging voort te zetten en daarmee ook geen recht op hoger beroep. Bovendien hebben jullie geen belang, dus hou je dossier maar. U bent niet-ontvankelijk in uw hoger beroep’. Dat is formalistisch en zuiver, maar niet bevredigend, want het huidige vonnis gaat dan niet van tafel.

    Nog even voor de goede orde. Art. 69 zegt dat het recht tot strafvordering vervalt, niet dat het strafproces eindigt. dat nuanceverschil maakt het voor het OM misschien juridisch mogelijk om in hoger beroep te gaan, maar dat hier even terzijde.

    Het hof zou ook kunnen kiezen voor een pragmatische oplossing en doen alsof zijn neus bloed (daar acht ik een aantal raadsheren toe in staat): ‘veroordelend vonnis, OM op tijd beroep ingesteld, dus hoger beroep in orde. We gaan de zaak behandelen’. ‘Ach, advocaat-generaal, wat lezen wij nu? De verdachte is overleden. Wat vervelend. U verliest uw recht op strafvordering en bent niet ontvankelijk in de ontnemingsvordering. Volgende zaak!’ De verplichting tot betaling van 112.000 euro is dan van de baan.

    Die laatste benadering verdient niet de schoonheidsprijs, maar het gaat ook uitzonderlijk geval. Dan mag je best juridische acrobatiek verrichten om maatwerk af te leveren. Het eindoordeel doet recht aan de feitelijke situatie, de nabestaanden hangt geen tenuitvoerlegging meer boven het hoofd en niemand is in zijn belang geschaad. Bovendien is het goed voor de productiecijfers van het hof: weer een zaak afgedaan.

    En weer had ik een hele lap tekst nodig om mijn punt te maken…

  6. Men weet nooit, en kan redelijkerwijs nooit weten of iemand overleden is. Art 69 geeft geen duidelijkheid over het tijdstip van overlijden, noch hetgeen overlijden inhoudt.
    De rechterlijke heeft ook de vrijheid om al niet overgekomen informatie daaromtrent van wie dan ook te toetsen of niet. Een schorsing inlassen om het vermeend overlijden van verdachten te onderzoeken is ook niet adviseerbaar als dit een dagelijks terugkerend fenomeen zou worden.
    Art 69 zou duidelijker zijn geweest, als er zou hebben gestaan ‘is gestaakt’ ipv. ‘wordt gestaakt’.
    Maar ik moet wel zeggen dat een vlot verloop van teruggave van eigendommen verkiesbaar is boven een stakingsverloop daarvan.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s