Auw.

In de krant stond maandagochtend dat econoom Jan Pen was overleden.
En dat was niet zo, want de man meldde zich per telefoon om te vertellen dat hij springlevend was. De fout is, naar ik begreep, ergens in Den Haag gemaakt en belandde afgelopen weekeinde op Teletekst. En omdat wij journalisten elkaar graag overschrijven, elkaar blind vertrouwen en daarom de check voor ’t gemak achterwege laten, ging het overal fout.

Ook mijn krant, Dagblad van het Noorden, kleunde mis.
Zoiets doet hartstikke zeer.
Ik hoorde dat een lid van de hoofdredactie maandagmiddag een bezoek heeft gebracht aan de econoom met de excuses en misschien ook met bloemen en een doos vol sigaren en een gratis abonnement voor de rest van zijn leven.
Ik weet niet zeker of het zo is gegaan.

Op 16 september stond in de krant dat een werknemer van een school in Leek op non-actief is gesteld omdat er vermoedelijk kinderporno is aangetroffen op zijn computer. De man is niet meer welkom op de school, zegt de directeur en de politie meldt in het bericht dat er nog geen aanhoudingen zijn verricht. Nog niet.

Op 11 oktober meldt de krant dat het onderzoek ten einde loopt, dat de laptop voorlopig onderwerp van onderzoek blijft en dat de politie nog niemand wenst te arresteren.

Drie dagen later, op 14 oktober, bericht de krant dat er inderdaad kinderporno op de laptop van een 45-jarige onderwijsassistent is gevonden, dat tegen hem proces-verbaal is opgemaakt en dat de man niet vastzit.

Kinderporno op school. Het was even landelijk nieuws tot en met Teletekst aan toe. De Pers berichtte zelfs dat een medewerker van de school op school en op een schoolcomputer naar kinderporno keek. Verkeerd overgeschreven.

Maandagmiddag stond de man terecht.
Justitie had hem een taakstraf aangeboden, maar die wil hij niet.
Hij wil geen strafblad, maar een eerlijk proces om zijn onschuld aan te tonen.

Het wordt een zitting vol venijn.
In zijn laatste woord zegt hij dat hij nog altijd ontdaan is, onthutst en ontsteld over alles.
Dat zijn oude werkgever had beloofd niets voorbarigs naar buiten te brengen en dat toch deed. Zonder precies te weten van het hoe en het wat.
Ook de politie had hem beloofd niets te zullen melden.
Hadden ze toch gedaan.
En zo was hij in de krant en op de radio en de televisie afgeschilderd als een crimineel.
Onderuit gehaald.
Zegt: ‘Ik vind dat zeer bezwaarlijk.’

De ontdekking moet hilarisch zijn geweest.
Er is een introductie van de nieuwe brugklassers in de bossen van Appelscha.
De onderwijsassistent heeft zijn laptop meegenomen met muziek voor de disco ’s avonds. Nadat hij de boel heeft geïnstalleerd en even een boodschapje gaat doen, doen vier oudere leerlingen wat niet mag: ze gaan een beetje laptoppen.
En ontdekken tussen de vette muziek bij toeval twee smerige filmpjes.

Ze melden dit aan een docente die de directie inlicht waarna de assistent eerst op non-actief wordt gesteld en daarna ontslagen. Bij de politie wordt aangifte gedaan.

De politie treft op de laptop 147.350 fotobestanden aan.
En meer dan 1600 filmbestanden.
Op een in beslag genomen dvd staan nog eens 1216 filmbestanden.

Het aantal kinderpornobestanden: vier (4).
Die twee filmpjes en nog twee foto’s.
Dat is dus niet veel.
Niet veel is wel net zo strafbaar als heel veel.

Toen Albert bij de directie moest komen, wist hij niet waarom.
Misschien, dacht hij, heeft het te maken met het vertrek van een collega. Misschien zouden ze hem extra uren aanbieden of zoiets.
Dat het bezoekje zijn leven zou doen instorten, had hij nooit verwacht.

Hij had de dvd van een oud leerling gekregen. Die had vier jaar geleden op een disco op school muziek ‘gedraaid’ en dat was bijzonder goed aangeslagen. Zal ik, had de oud dj-leerling toen gevraagd, die muziek op een dvd voor je branden?
Het was niet zijn muzieksmaak, maar het leek Albert een mooi idee.

Twee jaar geleden deed hij een nare ontdekking. Tussen de ruim 400 muziekbestanden zaten twee foute filmpjes. Hij had geprobeerd de ranzigheid weg te gooien, maar dat was niet gelukt. De computer crashte. Hij leverde het apparaat in bij de ict-afdeling van de school en gooide de dvd in een kast.
En daar lag dat vergeten onding, tot kort voor de introductie te Appelscha van nieuwe brugklassers.
Iemand vroeg, neemt u die vette muziek van toen ook weer mee?
Albert beloofde het.
En zo was het gegaan.

Hij wist ook een manier om de dj-leerling van toen te achterhalen.
Niet onbelangrijk, want deze jongeman zou de vier film- en fotobestanden best op die dvd kunnen hebben gezet.
Voor de gein, de rottigheid, per ongeluk of zomaar of nog anders.
Maar de school wil er niet aan meewerken.
En heel gek genoeg justitie en politie ook niet.
Dat laatste is opmerkelijk, want het zou Albert kunnen ontlasten.

Dat leerlingen Albert een kunstje hebben geflikt zou kunnen, maar aanwijzingen zijn er niet voor, zegt de officier van justitie. Het verwijt dat zij maakt is dat de onderwijsassistent meer zijn best had moeten doen om de rommel te verwijderen. ‘Hij zag kinderporno en deed vervolgens te weinig.’

Albert hoort tot zijn ongenoegen opnieuw een werkstraf eisen van dertig uur.

Na het pleidooi van de advocaat is er verwarring over de dvd. De porno was op de dvd aangetroffen, terwijl in het dossier staat dat er een cd-rom in beslag is genomen. Ook is er verwarring over het merk van de besmette laptop.

De officier van justitie zegt verrast te zijn door het pleidooi (dat hoor je zelden) en verzoekt de rechtbank de strafzaak dan maar aan te houden voor nader onderzoek. De rechters voelen daar niets voor en doen over twee weken uitspraak.

Ik heb in het kinderporno-genre niet eerder een strafzaak meegemaakt waarin de verdachte tot en met de laatste minuut van de zitting geloofwaardig onschuldig zegt te zijn.
Ik kan mij haast niet voorstellen dat Albert wordt veroordeeld.

Wel dat hij wordt vrijgesproken.

En dan mag hij van ons de pers net als Jan Pen verder leven.
Ik denk niet dat wij hem dat persoonlijk zullen vertellen.
Dat we zullen zeggen: ‘Sorry Albert, sorry van je baan. Kijk hier een sigaar uit eigen doos. Weet je, we leven nog en dat is toch ook mooi?’
Ik weet zeker dat het niet zo zal gaan.

Rob Zijlstra

 

UPDATE – 8 juni 2009 – uitspraak

Albert is toch veroordeeld: tot een voorwaardelijke werkstraf van 30 uur. Dat is niet zo veel, maar toch een veroordeling.  Ik weet (nu) niet waarom, ik ga het vonnis opvragen.