Puppy

De rechters zeggen dat Stanley – het slachtoffer – heel erg bang was. Dat hadden ze in het dossier gelezen.
Eddie – de verdachte – reageert blij verrast: ‘Heel goed.’
De rechters zeggen ook dat Eddie hem goed heeft geraakt.
Eddie, voldaan: ‘U zegt het.’
Rechters: ‘Haalde u vol uit?’
Eddie, voorzichtig: ‘Wat wilt u nu dat ik zeg?’

Kijk, als Stanley hem die rotstreek niet had geflikt, dan had ik hier niet gezeten, zegt Eddie tegen de rechters.
Hij wil de edelachtbaren niet onderbreken.
‘Want dat vind ik onbeschoft.’
Maar hij wil wel wat zeggen. ‘U maakt er een heel verhaal van, een heel boek. En tegen de tijd dat het boek uit is, kom ik zeker nog eens aan de beurt.’

Zo ingewikkeld de rechters het maken, zo is het niet.
Zegt: ‘Toen ik Stanley zag, gingen de knoppen om. Dacht, okay, jou moet ik hebben. Toen heb ik hem een klap gegeven, met zijn eigen telefoon.’
De rechters: ‘Getuigen hebben verklaard dat u met een mes stak, met een zilverkleurig, glimmend en glinsterend mes.’
Eddie zucht, zoveel onbegrip. ‘Ik heb nooit een mes bij me. Ik sloeg hem met zijn eigen zilverkleurige Sony Ericsson.’

Het gebeurde in februari dit jaar aan de Kleine der A, bij het oude Groninger museum aan het water. Hij, Eddie, was op stap geweest en was op weg naar huis. Hij passeerde een groepje mensen dat een feestje vierde.
Rechters: ‘U was dronken.’
Eddie: ‘Ja. Daarom was ik ook op weg naar huis.’

Daar aan het water zag hij Stanley en dacht toen dus okay.
Even daarvoor had hij al een andere feestvierder een duw gegeven.
Niet heel lang daarna komt er bij de meldkamer van de politie het bericht binnen dat aan het water twee mannen waren neergestoken.
Eddie wordt gearresteerd en zit sindsdien opgesloten in het huis van bewaring.
Zegt: ‘Ik ben op een hekje gaan zitten. Peuk roken. Ik wist dat ze kwamen.’

Hij kent Stanley van de gevangenis.
Ze zaten samen vast.
Toen Stanley vrijkwam en hij nog even moest, verpatste zijn bajesmaatje al zijn spullen.
En het allerergste: ‘Hij heeft ook mijn hondje verpatst. Wie doet dat nou, een hondje verpatsen? Mijn puppy. En nu zie ik mijn hondje nooit weer. En dat zit me zo dwars. Nog elke dag, nog elke avond als ik ga slapen. Dus toen ik hem zag, ging het knopje om. Die hond, dat was m’n alles.’

Nadat Eddie Stanley een flinke dreun met de Sony Ericsson had gegeven, dan wel nadat hij met een zilverkleurig mes had uitgehaald, zou hij zich hebben omgedraaid en tegen de anderen hebben geroepen: Zo. En geef me nu alles wat jullie hebben.
Behalve Stanley zou ook de rest van de groep (acht man, een vrouw) heel bang zijn geweest.

Als de rechters hem dit voorhouden, kijkt Eddie hen meewarig aan.
Zegt: ‘Ik dronken en wankelend op mijn benen en dan zijn er acht mannen bang? Toe nou. Wat denken jullie nou zelf?

De rechters willen weten hoe het met zijn drugsgebruik is.
Eddie. ‘Goed. Ik rook hasj. Maar alleen in het weekeinde. Op donderdag, vrijdag, zaterdag. En op zondag.’
De rechters willen weten wat zijn plannen zijn.
Eddie: ‘Ik wil mijn spullen terug. En mijn hondje.’
Rechters: ‘Misschien moet er ook iets tussen uw oren veranderen?’
Eddie: ‘Ik kan niet met tien dingen tegelijk bezig zijn. Dat kunt u ook niet.’

Drie jaar geleden zat Eddie ook in zittingszaal 14. Omdat hij iemand met een mes in de keel zou hebben gestoken.
Ook toen zei Eddie dat hij nooit een mes draagt.
En dat hij die vent alleen maar een duw had gegeven.

Het was gebeurd toen zijn vriendin in de nieuwjaarsnacht ruzie maakte met haar vader.
Omdat haar vader niet wilde dat zij met hem op stap zou gaan.
Eddie zag, zo zei hij toen, in Diana zijn prinsesje.
Maar haar vader zag hem niet als de prins, maar als een lelijk rotjong.
Toen kwam die vent langslopen en had hem uitgelachen.
Hij had geroepen: ‘Niemand fuckt met Eddie.’
En had geduwd.

De verwonding in de hals bleek een schrammetje.
Eddie zei in 2006 dat hij wel behandeld wilde worden.
Zo zou alles goedkomen. Vaste baan en dan snel samenwonen met zijn prinsesje.
Dan zou heel de wereld kunnen zien dat hij een goede man is.
Justitie had dertig maanden geëist, hij kreeg er vijftien.

Zo mooi Eddie zich het leven drie jaar geleden had voorgesteld, zo is het niet geworden.
Zijn prinsesje is verdwenen, hij heeft niks geen spullen meer en een spoorloos hondje.

De officier van justitie kan zich wel iets voorstellen bij zijn verdriet en verontwaardiging.
En als de politie zoals Eddie beweert ook nog eens geen aangifte heeft willen opnemen, laat staan iets doen, dan is het helemaal te begrijpen.
Zegt: ‘Maar daarna scheiden onze wegen. Hij heeft voor eigen rechter gespeeld en daarmee een verkeerde knoppenkeuze gemaakt.’

Dat de telefoon een mes was, gelooft de aanklager niet.
Het was een telefoon.
Een ook is hij niet overtuigd dat Eddie heel de groep wilde beroven.
Voor wat overblijft had, hij vijftien maanden (waarvan vijf voorwaardelijk) als eis in gedachten.
Maar nu hij Eddie zo hoort en meemaakt mag het twaalf maanden (waarvan zes voorwaardelijk) zijn.

Zegt: ‘Hij moet zo snel mogelijk de hulpverlening in. En als hij daar baat bij heeft, dan heeft heel de samenleving dat.’

Rob Zijlstra

One comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s