Dozen uit Hengelo

Ze deden wekelijks zaken en dat al een jaar of twee.
Dus zo raar was het niet dat er ergens in april van het vorige jaar dozen in twee kleine busjes van Hengelo naar Groningen reden, van Groningen naar Hoogkerk en in Hoogkerk naar een grote loods.
In de loods was een magazijn met een blauwe roldeur, bewaakt door vier camera’s.

In de dozen zit kleding.
Merkkleding.
Valse merkkleding.
De prijs: 18.000 euro.

Karel zegt dat hij die achttien later wel zal betalen.
De leverancier, Christiaan uit Hengelo, vindt dat goed.
Zonder vertrouwen, geen handelsverkeer.

Maar als het later is, heeft Karel nog steeds niets betaald.
Ineens is hij ook moeilijk bereikbaar.
Pas na weken is er contact. Karel heeft dan een wel heel naar bericht. Hij heeft een inval gehad en de politie heeft heel de nepboel in beslag genomen. Zijn zoon Mannus is opgepakt en zit vast.
Kortom: dikke ellende in Groningen, moet Hengelo weten.

Christiaan komt nu ook in de problemen.
Hij is tussenhandelaar. De mannen uit Beverwijk die hem de partij hadden geleverd, willen hun geld nu eindelijk ook wel eens zien. Maar zolang Karel niet over de brug komt, kan hij Beverwijk niet tevreden stellen.

Kortom: Christiaan uit Hengelo huurt een busje – groot genoeg voor de geleverde dozen – en reist op 28 juni 2008 met drie vrienden richting Groningen.
Ze spreken af geen geweld te gebruiken.

Een van de vrienden heeft dan al gebeld met Karel en deed zich daarbij voor als een geïnteresseerde koper van goed. Ze spreken af bij een tankstation waar hij Karel zal treffen. Vanaf daar rijdt hij achter Karel aan, naar de loods.

In de loods tonen Karel en zoon Mannus hun handelswaar.
Dan duikt de rest op.
Christiaan ziet wat hij al vermoedde: zijn partij geleverde nepmerkkleding. Niks inval.

Rechters : ‘En toen?’
Christiaan: ‘Toen is het een beetje uit de hand gelopen. Achteraf had dat niet gemoeten, hadden we het uit moeten praten, wat aanvankelijk ook de bedoeling was.’
De andere drie verdachten knikken: ‘Dat het een beetje uit de hand liep, was niet de bedoeling. Wij hadden het ook uit moeten praten.’

De officier van justitie spreekt van een heel ernstig feit, van een heel ernstige diefstal met geweld.
Het geweld dat is gebruikt, zegt de officier, is disproportioneel.

Misschien dat de officier van justitie de krant een beetje wilde helpen: ze overdreef een beetje.

Als tijdens de zitting de camerabeelden worden getoond, is te zien dat zoon Mannus een paar klappen krijgt en dat vader Karel stevig wordt vastgehouden.
Maar veel meer ook niet.

Nadat voldoende dozen zijn ingeladen gaan Christiaan en zijn drie helpers er vandoor.
Vader en zoon ruimen snel de boel op en slaan dan alarm: help we worden overvallen.
Christiaan wordt op de snelweg ter hoogte van Assen uit zijn huurbusje getrokken. Dat was easy: het is TT-zaterdag en ter hoogte van Assen staat een enorme file.
De drie helpers zijn er dan ook bij.

Alle vier gaan het gevang in en zitten enige maanden vast. Zo aan het einde van het jaar mogen ze onder voorwaarden naar huis. Dat gaat niet helemaal goed. Alleen Christiaan houdt zich keurig aan de voorwaarden, de anderen maken zich opnieuw schuldig aan strafbare feiten. Door foutjes bij justitie blijven ze echter op vrije voeten.

De officier van justitie zegt dat je een openstaande schuld niet op deze manier mag innen, met zoveel disproportioneel geweld.
Maar ze zegt ook dat de vader en zoon boter op het hoofd hebben, dat ze daar ook rekening mee zal houden.
En dat ze dus straffen zal eisen die geen recht doen aan de ernst van de feiten.
Of de verdachten dat eventjes goed in de oren wilden knopen.
Ik kon net niet zien of Christiaan en zijn helpers heel erg onder de indruk waren van het vingertje van de officier.

Drie horen gevangenisstraffen eisen die qua duur gelijk zijn aan de tijd die ze al hebben vastgezeten met tot twaalf maanden voorwaardelijke celstraffen erbij en werkstraffen van 150, 200 en 240 uur.
Helper vier is de pechvogel: hij hield alleen de vader vast (heeft niet geslagen), maar hoorde desondanks twintig maanden celstraf (waarvan tien voorwaardelijk) eisen.
Dit is omdat nummer vier een ongewenste vreemdeling is en die mogen nu eenmaal van ons niet-vreemdelingen niet werken.
Ook niet voor straf.

De rechters vragen of Christiaan nog problemen heeft met mannen van Beverwijk?
Nee, zegt hij, de mannen van Beverwijk zijn ook opgepakt. We hebben afgesproken dat we het er bij laten zitten.

Vader Karel en zoon Mannus hebben minder geluk. De politie vond het magazijn vol valse merkkleding wel interessant en deed nader onderzoek. Vader en zoon zijn inmiddels verdachten en zullen zich later voor de rechtbank moeten verantwoorden voor hun valse handel.

De pechvogel moet misschien na detentie het land uit.
De andere twee helpers, twee broers van wie er eentje veelpleger te Hengelo is, proberen via de reclassering op het rechte pad te blijven.
De reclassering zegt dat dat redelijk goed gaat.
De ene broer heeft een diploma vorkheftruck-chauffeur gehaald, de ander wordt binnenkort vader.

En Christiaan?
Die is een eigen bedrijf begonnen.
Rechters: ‘Legaal?’
Christiaan: ‘Ja.’
In dat ja klinkt enige trots.
Christiaan verkoopt nu artikelen voor babykamers.

Rob Zijlstra

uitspraak op 16 juli

3 comments

  1. Geen handelsverkeer.
    Bezit geldt als volkomen titel.
    Dozen van en naar Hengeloo.
    Naar Groningen en van Groningen.
    Er is zelfs voor geknokt.
    En wat meer niet.
    Hoe duur
    moeten deze artikelen niet worden
    op den duur.
    Er zit in dit verhaal enige rijmelarij
    op het end
    ik hoop, dat dit niet tot een onoverkomelijke
    vermoeidheid
    …………..leidt.
    Rijmt ook weer.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s