De mens Mannus

De meeste mensen komen naar de rechtbank met problemen.
Wie op een dag op een willekeurig tijdstip naar de mensen in de hal met muren van grijs beton kijkt, naar de mensen die daar zitten te wachten op hun beurt, is dat ook wel te zien.
De meeste mensen staren maar wat voor zich uit.
Heel soms bladert eens een mens verveeld in een glossy tijdschrift dat de rechtbank er heeft neergelegd om het niet nog erger te maken.

Deze week was Mannus in het gerechtsgebouw.
Een groter contrast tussen alles wat glossy is of lijkt met de mens Mannus bestaat niet.

Er zijn verdachten die een strafblad hebben van wel 25 pagina’s lang.
In zo’n geval wordt over de verdachte gezegd dat hij een indrukwekkend strafblad heeft. Zo’n opmerking belooft doorgaans weinig goeds.
Mannus heeft een strafblad dat 66 pagina’s telt.

Hij is 51 jaar.
Toen hij zeven jaar was, verdween hij in een internaat.
En toen hij 18 jaar werd, oud genoeg om opgesloten te worden, zat hij prompt in de gevangenis.
Sindsdien is hij eigenlijk nooit echt vrij geweest.
In die zin mag het een wonder heten dat hij kans heeft gezien verslaafd te raken.

Mannus heeft de ergste dingen meegemaakt.
Hij heeft al eens TBR gehad, de voorloper van TBS.
In de zomer van 2006 werd hij veroordeeld tot de veelplegersmaatregel ISD, voor een diefstal in Norg.
Hij zat 24 maanden opgesloten, teruggetrokken in een sobere cel in de Grittenborgh in Hoogeveen.

Tegen de rechters zegt hij: ‘Het heeft niet veel zin meer mijn verleden op te rakelen om zo nieuwe therapieën te bedenken voor de toekomst.’

Iets later zal hij zeggen: ‘Maar ik moet toch wat.’
En: ‘Ik vind het een drama dat het toch weer mis is gegaan, dat ik weer vastzit.’

Een van de problemen van Mannus is dat hij de dingen niet meer weet.
Dat komt door de alcohol, het allergrootste probleem.

Begin dit jaar mocht hij de gevangenis weer eens verlaten en hij deed wat hij dan altijd doet: naar de eilanden.
Meestal vaart hij naar Terschelling, ditmaal naar Texel.
Even gaat het daar goed en kan hij de fles laten staan.
Maar dan ineens sneuvelt de ruit van de Wereldwinkel in het hartje van Den Burg.
Ze vinden Mannus kort daarna en maar iets verderop in lunch en dinercafé De Smulpot.

Rechters: ‘Heeft u dat gedaan?
Mannus: ‘Ja, ik denk wel dat ik het was, maar ik weet niet meer waarom.’

Drie weken later duikt hij op in de Wijkstraat in Appingedam waar hij eet zonder te betalen.
Daarna vertrekt hij naar Terschelling, het eiland waar hij het allerliefste is.
Het gaat goed tot de eerste verschijnselen van Oerol zich aandienen.
Mannus vindt dat veel te druk en besluit naar Groningen te gaan.

Hij vindt onderdak in het theehuisje op begraafplaats Selwerderhof.
Als hij op zoek gaat naar wat eetbaars (hij vindt ijs, tosti’s en bevroren appelgebak) gaat het alarm af.

Mannus vertelt: ‘Ik zat daar maar, vijf halve liters op. Ik zat daar op de begraafplaats mijn leven te overdenken. Ik was zo boos op mezelf. Daarom heb ik het theehuisje opengebroken. Ik wist dat er alarm op zat. Ik wilde dat de politie kwam.’

De politie komt ook en weer belandt hij achter de tralies.
Na tussenkomst van de rechter wordt hij geschorst uit voorlopige detentie. Hij gaat naar Leek, naar crisisopvang Den Eikelaar.

In augustus is daar een klein maar o zo illegaal feestje in de nacht.
Een gabberfeestje.
De gabbers zeggen dat hij zo uit het raam kan klimmen.
Op zich nergens voor nodig, vertelt Mannus aan de rechters, want als je daar weg wilt, doen ze gewoon de deur voor je open.

De advocaat van Mannus vermoedt dat de feestgangers hem hebben volgestopt met GHB en hem daarna hebben verleid tot de klauterpartij.
Zegt: ‘Ze waren uit op zijn mobiele telefoon en zijn mooie laptop.’

Eenmaal buiten, het is dan vroeg in de ochtend, brengen ze hem naar een bedrijventerrein en helpen hem over een hek.
Het is het terrein van het autobedrijf Hofman, classic en sportcars.
Een krantenbezorger ziet even later een kale man met oorbellen in een witte sportcar als een gek rondcrossen.

De rechters: ‘Het leek, als we het dossier moeten geloven, wel op een flipperkast, zo ging u tekeer.’

Mannus zegt dat hij vage herinneringen heeft. Dat hij in een auto zat, met allemaal gekke knopjes, dat hij er niks van snapte, dat hij sowieso niet kan autorijden. ‘Verder weet ik het niet, ik snap ook niet wat de bedoeling is geweest. Zou ik het weten, dan zou ik het aan u vertellen.’

Veertien klassieke auto’s raken beschadigd, de ravage is enorm evenals de schade.
Mannus heeft wel een kaal hoofd, maar geen oorbellen.
De advocaat zegt dat het dus ook net zo goed iemand anders kan zijn geweest in die witte auto. Een van de feestgabbers bijvoorbeeld. En dat die mobiele telefoon en de mooie laptop later inderdaad gestolen bleken.

Voor Mannus maakt het allemaal niet veel uit.
Er is toch niemand die weet wat ze met hem aanmoeten.
De reclassering sombert dat aan alle eerdere behandelingen vroegtijdig een einde kwam.

Mannus zelf zegt dat hij wel weet wat de oplossing is.
Hij moet van de drank afblijven.
Zegt: ‘Ik weet alleen niet hoe dat moet. Wist ik het maar.’

De reclassering denkt dat een nieuw langdurig verblijf in een sobere ISD-cel in Hoogeveen niets zal veranderen of het moet al averechts zijn.
Het beste voor Mannus zou een zorg-boerderij-achtige-setting kunnen zijn.
Of iets in een begeleide woonvorm.

De officier van justitie ziet geen andere mogelijkheid dan net als in 2006 de veelplegersmaatregel ISD te eisen.

Mannus zucht en zegt dat hij dan weer twee jaar teruggetrokken in een cel zal zitten. ‘En dat trek ik niet. Als ik dan vrijkom, ben ik 54 en geen stap verder.’

Rob Zijlstra

 

UPDATE – 12 november 2009 – uitspraak
De mens Mannus komt geen stap verder: hij wordt voor de duur van twee jaar geplaatst in een inrichting voor stelselmatige daders (isd).

5 comments

  1. Wie komt er wel een stap verder? Je kunt wel een carrière maken maar veel verder dan zo’n tachtig jaar kom je daar ook niet mee.
    Ik weet niet of het triest is 14 autos te molesteren. Voor de één misschien wel en een ander komt met veertien kapotte autos ook niet veel verder.

  2. Ik vind er weinig triests aan.

    Triest vind ik bejaarde mensen met een AOW-tje die de deur niet uit durven. Voor hun wordt niet gezorgd.
    Triest vind ik bejaarden in tehuizen die niet verschoond worden wegens bezuinigingen.

    Mannus heeft de volgende 2 jaar zijn kostje en zijn droogje.

  3. Dan moet er ook maar niet een jaarlijkse medische controle voor bejaarde autogebruikers zijn. Zo wordt hun de kans verkleind om als Mannus lekker te keer te gaan in het verkeer en om zodoende hun natje en droogje én verschoning veilig te stellen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s