Er zijn mensen die graag horen dat het de buitenlanders zijn die onze misdaden plegen.
Want dan kunnen ze denken, zie je wel.
Zij die dit denken, kunnen in onderstaand verhaal hun hart ophalen.
Het is een verhaal – meer een opsomming eigenlijk – over de misdaden van Abdel, over zijn cv.

Abdel komt uit Hargeisa, Somalië.
Toen hij 8 jaar was, kwam hij in zijn uppie als vluchteling naar Nederland.
Hier werd hij een ama – een alleenstaande minderjarige asielzoeker.

Was Abdel toen niet gekomen, dan was hij nu misschien wel een strijder geweest van de radicale Al-Shabaab-groepering, een visser zonder boot of was hij al lang en breed gesneuveld in de straten van Mogadishu.

Zijn familie is (of was) in goeden doen, zijn vader deed (of doet) iets met tankstations. Binnen de familie is de zeer welbespraakte Abdel de enige die niet wil deugen.

De voorbije vijf jaar stonden een kleine tweeduizend verdachten terecht in zittingszaal 14 van de Groninger rechtbank.
Qua frequentie staat Abdel fier op de eerste plaats, met zes bezoeken in zes verschillende strafzaken.

Het begint op 21 januari 2005.
Het gaat niet lekker met Abdel die dan al lang geen ama meer is, maar 23 jaar.
In de Coranthijnestraat probeert hij een taxi te beroven. Hij bedreigt de chauffeur met een mes, zegt ‘dit is een overval’ en eist geld.
Het mislukt.
Hij meldt zich later bij de politie en zegt dat hij het zonder hulp niet trekt.
Abdel wordt voor de poging veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijftien maanden waarvan vijf voorwaardelijk.

Ruim een jaar later, op 16 februari 2006, krijgt Abdel ruzie met Van X.
Hij slaat de man en als die omvalt, schopt hij hem.
Daarna slaat hij Van X. met een volle fles rode wijn op het hoofd.
Justitie gaat uit van een poging tot doodslag, maar de rechtbank vindt dat er sprake is van noodweer.
Abdel werd aangevallen en mocht zich verdedigen op de manier zoals hij heeft gedaan.
Hij wordt ontslagen van alle rechtsvervolging (ovar).

Het wordt in datzelfde jaar 11 oktober.
Abdel overvalt een hem bekende man nabij diens woning aan de Rembrandt van Rijnstraat. Hij dreigt met een mes (‘geld, anders prik ik je’). De buit bestaat uit twee mobiele telefoons en een klein geldbedrag. Hij wordt gepakt en de rechtbank veroordeelt hem tot anderhalf jaar celstraf.

Abdel is net weer op vrije voeten als hij op 31 januari 2008 in de Oude Kijk in ’t Jatstraat samen met een andere man drugs gebruikt. Onverwacht eist hij dat de medegebruiker zijn drugs betaalt en dwingt (mes) de man mee te lopen naar een pinautomaat.
Vijf dagen later, op 4 februari, volgt hij een jongeman op straat. Op het moment dat deze een woning aan de Muurstraat wil binnenstappen, springt Abdel naar voren en onder bedreiging van weer dat mes maakt hij zich meester van diens mobiele Sony Ericsson.

Abdel gaat er vandoor, maar de man holt hem achterna en weet ook de politie te waarschuwen.
Abdel wordt korte tijd later aangehouden.
Hij zegt onschuldig te zijn.
De gestolen telefoon heeft hij wel in zijn bezit.
Net gekregen, zegt Abdel, van een Antilliaan met een helm op.
Dit was ter compensatie omdat ‘de helm’ hem eerder vijf gram slechte cocaïne had verkocht.

Justitie eist ditmaal een jaar celstraf. De rechtbank legt dat ook op, maar bepaalt dat drie van de twaalf maanden voorwaardelijk zijn.
Misschien zal dat Abdel leren, een heel kwartaal als stok achter de deur.

Op 23 september 2008 is hij weer op vrije voeten.
Hij houdt op straat een fietser aan, stompt de man in het gezicht en eist de Montego-fiets op.
Hij wordt voor de zoveelste keer opgepakt, zit een paar maanden vast, maar wordt op 19 januari 2009 vrijgesproken.
Hij heeft het misschien gedaan, maar het aangeleverde bewijs is te gering voor een veroordeling.

Deze week zat Abel voor de zesde maal sinds 2005 in zittingszaal 14 van zijn huisrechtbank.
De overval op de woning aan de Westindischekade geeft hij toe.
Dat was ik wel, zegt hij, zij het dat het geen overval was.
Hij haalde er alleen wat geld op.

De vier straatroven waarvan hij wordt verdacht, gepleegd in april en mei van dit jaar, ontkent hij stellig.
Iemand die straatroven pleegt, is niet goed bij zijn hoofd, zegt hij tegen de rechters.
En dat een van de slachtoffers nog maar 16 jaar was, vindt hij heel naar.
Hij zegt: ‘Hartstikke rot voor zo’n jonge jongen, maar ik was het niet.’

Hij was in die woning omdat de bewoner hem slechte drugs had verkocht. Het klopt niet dat hij had aangebeld en toen direct dreigend met een mest stond te zwaaien. De politie kwam wel sussen, maar had niemand aangehouden. Later ontdekt de slechtedrugsverkoper dat zijn mobiele telefoon verdwenen was.

In de Kerklaan waar ’s nachts een bromfietser werd aangehouden door een man die om een sigaret bietste, was Abdel nooit geweest. Het slachtoffer verklaarde dat ze samen hadden gerookt, een leuk gesprek hadden gevoerd en ineens was de aardige man veranderd in een geweldadige engerd die hem een mes op de keel zette.
De buit: een mobiele telefoon, 15 euro aan contanten, een aansteker en een pakje sigaretten.

Ook de 16-jarige jongen was in de nacht aangesproken door een man die vroeg of hij diens telefoon even mocht gebruiken voor het versturen van een sms’je.
Nee, zei de jongen, waarop de man zei: ‘Niet fokken hè, ik ben geen kut-Antilliaan.’
De man dreigde met een mes en zo raakte de 16-jarige zijn Sony Ericcson K800i kwijt.
Heel gemeen, zei Abdel dus.

De man die aan de Korreweg werd beroofd, herkende zijn belager: ’t is Abdel ja.
Abdel zegt: ‘Tuurlijk herkende hij mij. Ik woon vijftig meter verderop. Hij heeft mij vast wel eens gezien. Maar ik ga toch niet zo dicht bij mijn huis iemand beroven?’
De man raakt zijn telefoon kwijt. En zijn fiets.

Op 7 mei, op de dag dat Abdel wordt aangehouden, zou in de Noorderstationsstraat een man met de rug tegen de muur zijn gezet en vervolgens beroofd van telefoon en geld.
Abdel moet glimlachen als de rechters hem hierover ondervragen.
Hij zegt dat hij het slachtoffer wel kent.
En het slachtoffer hem ook.
En bij de politie heeft hij daar dus niet over gesproken.
Met geen woord. Nogal logisch, vindt Abdel, want ik was het niet.

Met alle telefoons werd kort na de beroving gebeld met Bennie.
Abdel kent Bennie.
Bennie is de grootste dealer van Groningen, zegt hij.
Abdel denkt daarom dat de straatrover vast een junk moet zijn.

Er zijn tegenstrijdigheden in de opgegeven signalementen.
Abdel heeft wel een hoed, maar dat is een cowboyhoed en geen pooiershoedje waar een van de slachtoffers over rept.
Hij heeft wel haar, maar niet kort met stekels.
En ja, hij draagt een ketting. Van zilver. Niet van goud, zoals is gezegd.

Abdel mag de schijn tegen hebben, keihard bewijs is er niet.
De advocaat: ‘De mogelijkheid dat anderen het hebben gedaan, kan niet worden uitgesloten.’

De officier van justitie is echter zeker van zijn zaak.
Er zijn wel twee, drie rode draden en al die draden komen uit bij Abdel.
Hij eist vier jaar gevangenisstraf.

Abdel schudt het hoofd en kijkt nu heel ernstig.
Hij wil naar Rotterdam, om zijn leven daar verder vorm te geven.
Richting bouwkunde, had hij gedacht.
Er woont daar een broer van hem en die zal hem steunen.

Abdel: ‘Maar vier jaar onschuldig de gevangenis in? Nee. Dat zal ik niet kunnen verkroppen.’

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 30 november 2009 – uitspraak
Abdel heeft de rechtbank niet kunnen overtuigen: hij is veroordeeld tot 42 maanden gevangenisstraf.

UPDATE – 1 december 2011 – uitspraak hoger beroep
Het hof is wel overtuigd en heeft Abdel vrijgesproken. Wel is hij veroordeeld voor heling, goed voor 3 weken celstraf. In totaal heeft hij in voor deze kwestie 20 maanden vastgezeten. Dat is 19 maanden en een week te lang. Recht op schadevergoeding heeft hij evenwel niet. Omdat hij niet volledig is vrijgesproken. Heel onrechtvaardig, zegt zijn advocaat. Ze gaat  iets proberen (meer volgt).