Twee broers

hout

Als de strafzaak, die donderdagochtend om negen uur begon, tegen half twaalf is afgelopen, is de waarheid niet gevonden. Het was dan ook geen zitting om over naar huis te schrijven.

De officier van justitie baseert zijn verdenkingen op de aangifte van het slachtoffer en op getuigenverklaringen.
De getuigen zijn goede bekenden van het slachtoffer.
Ze zijn drinkebroeders.

De advocaten zeggen op hun beurt dat de door drank doortrokken verklaringen onbetrouwbaar zijn.
De officier van justitie gelooft de verdachten niet, ook al omdat hun verklaringen niet eensluidend zijn. Hij zegt dat als dit geen poging tot doodslag is, dat hij het dan ook niet meer weet.

Wie als verdachte terecht moet staan – schuldig of onschuldig – staat bij aanvang van een zitting altijd op achterstand.
Justitie moet schuld bewijzen, maar de verdachte is hoe dan ook verdacht.

De twee verdachten in dit verhaal heten Rick en Andre.
Rick is 24 jaar, zijn broer Andre twee jaar jonger.
Het slachtoffer is Barend.
Hij is de gescheiden vader.

De verdenking is dat Rick en Andre hebben geprobeerd hun vader dood te slaan.
Dat is mislukt.
In de rechtszaal heet het dat ‘het voorgenomen misdrijf niet is voltooid’.
Barend leeft nog.

Rick en Andre worden een uur en een kwartier kritisch door de rechters ondervraagd.
Ik vraag mij al jaren af waarom rechters tijdens een strafzaak nooit kritische vragen stellen aan de officier van justitie, ook als daar reden toe is.

Of, zo willen de rechters weten, het misschien zo is dat Rick en Andre hun verklaringen op elkaar hebben afgestemd?
De rechters hebben gelezen dat de twee broers elkaar hebben getroffen in het cellencomplex van de politie in Groningen.
Rick en Andre zeggen dat dat niet zo is.

De rechters vragen vervolgens niet aan de officier van justitie of het zo kan zijn dat het slachtoffer en de getuigen samen wat hebben bekokstoofd.
Zou kunnen, omdat ze bij elkaar wonen.
En de rechters willen ook niet van de officier van justitie weten waarom de politie het wapen niet nader heeft onderzocht.
Gek, temeer omdat de officier de lat, het stuk hout, de stoel- of tafelpoot – hij weet het ook niet – van cruciaal belang vindt.

Rick woonde noodgedwongen een tijdje bij zijn vader.
Op een dag is er – niet voor het eerst – ruzie en wel zo dat Rick het huis wordt uitgezet. De volgende dag keert hij terug om zijn computer en kleding op te halen.
Andre is met hem meegekomen.

In het flatportaal gaat het mis.
Rick vertelt dat vader dreigend, met gebalde vuisten, op hem was afgekomen, wilde uithalen en dat er een worsteling ontstond, dat er klappen vielen.
Andre zegt dat hij zijn broer heeft geholpen en als eerste heeft geslagen.
Dat zegt Rick ook: ‘Ik heb hem een klap verkocht voordat hij kon slaan.’

Andre: ‘We kunnen niet in ons eentje winnen van vader.’
Rick: ‘Ik heb een stuk hout van de grond gepakt en daarmee ook geslagen.’
Rechters: ‘Waren jullie blind van woede?’
Rick en Andre: ‘Nee, maar we waren wel kwaad.’

Vader Barend heeft een andere lezing.
Hij is op het hoofd geslagen.
Hard.
Zijn jongens waren gekomen om hem in elkaar te slaan.
Zijn flatgenoten onderschrijven dat.
Hadden ze zelf gezien. En gehoord.
Dat die jongens riepen: ‘we slaan je dood’.

De jongens: ‘Dat is niet waar. Dat zeiden zij. Ze draaien het om.’
Andre snapt dat ook wel: ‘Leugenaars vertellen niet de waarheid.’

De onduidelijkheid blijft.

De officier van justitie heeft op basis van van alles wat, een scenario geschetst hoe het volgens hem gegaan is of zou kunnen zijn.
Zegt: schoolvoorbeeld is van een poging tot doodslag.
Een misdrijf dat een langdurige gevangenisstraf rechtvaardigt, zegt hij ook, om vervolgens tegen de twee broers een werkstraf van 240 uur te eisen en vier maanden voorwaardelijke celstraf.
Omdat hij rekening wil houden met de omstandigheden.

Waarom willen twee broers hun vader doodslaan?

Nou, dat wilden ze dus niet, ze wilden kleding ophalen en de computer.
Toen werden we aangevallen, zeggen ze, door hem die altijd dronken en agressief is.
Een man, zegt Andre, die sinds mijn geboorte probeert mij te gronde te richten.
‘Die altijd tegen mij heeft gezegd: ‘jij bent niet gewenst. Recht voor mijn raap.’
Rick zegt dat hij het moeilijk vindt over zijn verleden te praten.

De twee broers zijn in behandeling als gevolg van een traumatische jeugd.
De reclassering bericht dat de broers zijn opgegroeid in een onveilige omgeving vol drank en losse handjes.
Uit de verklaring van vader destilleert de advocaat van Rick dat de man dagelijks 24 halve liters bier drinkt, dat dat dus meer dan zestig liter bier per week is.
Nooit nuchter.
Dat er reden is om de verklaringen van vader en zijn drinkebroeders niet zomaar voor waar aan te nemen.

Waarheidsvinding kent grenzen.
In deze zaak lag die grens op half twaalf ’s ochtends: waarheidsvinding niet voltooid.

Voor het gerechtsgebouw tref ik de twee broers.
Ik kan het niet onderdrukken en wens beide sterkte.
Dankjewel, zegt de moeder.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 4 maart 2010 – uitspraken
De rechtbank is iets milder dan de officier van justitie. De twee broers kregen beide een werkstraf van 180 uur en twee maanden voorwaardelijke celstraf.

3 comments

  1. Dagelijks 24 halve liters bier is volgens mij 84 liter per week. Ook die verklaring lijkt me nogal twijfelachtig. Bij bier van de normale sterkte van 5% alcohol klinkt dat als dagelijks een dodelijke dosis. Ik kan me niet voorstellen dat je dat ook maar een week vol houdt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s