Hoe vang je een pyromaan?

Die vraag stelde de nieuwsredactie van BNN-radio donderdagavond.
Eerst aan zichzelf en daarna aan de onvermijdelijke deskundige.
Aanleiding voor de vraag: de serie recente branden in Veendam.

De nieuwsredactie van het radioprogramma belde met Hans van der Sande, de sociaal psycholoog die jarenlang was verbonden aan de Groninger universiteit.
De gedragsdeskundige zei niet tegen de verslaggever dat het misschien verstandiger zou zijn iemand anders te benaderen met zo’n vraag.
Bijvoorbeeld omdat hij als psycholoog geen pyromanen vangt.

De sociaal-psycholoog zei dat hij wel wat wilde zeggen.
Om vervolgens live en jolig onsamenhangende onzin te verkondigen.

Nieuws is amusement geworden, ook bij de publieken.
De tijd dat journalisten zich in eerste instantie bezighielden met het verzamelen en publiceren van de feiten, is al langer voorbij. Om de een of de andere reden slingeren wij steeds meer onzin de wereld in.
Tegen elkaar zeggen we dat we dat niet moeten doen, want onze betalende lezers lopen weg.
Vervolgens doen we het toch.

Maar waarom doet een wetenschapper als Van der Sande er ook vrolijk aan mee?
Aan zo’n man dicht je, na al die jaren op de universiteit van Groningen, toch enige wijsheid toe?

Donderdagavond.

De radioverslaggever roept hieperdepiep en vraagt: ‘Hoe vang je een pyromaan?’
Van der Sande: ‘Een belangrijke manier om mensen op het spoor te komen is…, dat heet daderprofilering. En met name mensen die branden stichten, dat zijn vaak wel bijzondere mensen. Want dat doet niet iedereen.’

Verslaggever: ‘En wat voor mensen zijn dat? Dat zijn toch meestal geen jongens? Ik stel me daar oude mannen voor.’
Van der Sande: ‘Nou, neuh, neuh. Dan moet je even bekijken…, er zijn van die verschillende typen van die branden. Je hebt dus branden die aangestoken worden uit geldelijk gewin. Dat lijkt in de horeca soms wel een nationale sport te zijn. Dat is een heel ander soort mensen dan dat een paar jonge jongens zijn die het enig vinden om een vuilcontainer in de brand te steken. En er zijn ook mensen die hebben een grief en die willen wraak nemen voor iets wat hen is aangedaan.’

Verslaggever, gretig: ‘Of mediageil, aandachtsgeil natuurlijk?
Van der Sande: ‘Er zijn mensen die op zoek zijn naar erkenning. Dat klopt ook. En zo heb je dus een aantal van die hoofdtypen. Je kunt uit het patroon van de branden…, daar kun je iets uit aflezen.’

Verslaggever somt het patroon op: een witgoedzaak, een discotheek en een paar coniferen.

Van der Sande: ‘Er zit weinig systeem in, als er een systeem in zit, is dat het systeem van de gelegenheid maakt de dief. Of in dit geval, de gelegenheid maakt de brand. Ze lopen ergens langs en in een impuls gebeurt dat. Dat is een van de criteria van de vandalistische brandstichting, of brandstichting voor de kicks.’

Verslaggever: ‘Coniferen, die branden lekker.’
Van der Sande vertelt dat hij eens coniferen verbrandde en dat het toen net Kerstmis was.

Verslaggever: ‘Dat is dan misschien mooi, vinden pyromanen.’
Van der Sande: ‘Iedereen vindt dat mooi. Mensen met die open haarden… en daarvan zeggen wij natuurlijk niet dat het pyromanen zijn, maar ze vinden het wel ontzettend leuk om een vuurtje te stoken.’

De verslaggever zegt dat dat zo is, maar dat als er mensen om het leven komen hij dan zou stoppen.
Van der Sande: ‘Natuurlijk.’
Verslaggever: ‘Maar waarom doen pyromanen dat dan niet?’

Van der Sande: ‘Pyromanen hebben niet de bedoeling mensen te doden. Dat komt niet voor. Dat is een ongeluk. Als het jongens zijn die het voor de kick doen om een beetje erkenning te krijgen, uit een soort onvrede, beetje zoiets, dan zijn dat jongens die denken, die denken er niet bij na, die denken god, we steken die ouwe boel in de hens want dat is toch niet bewoond en dan vinden ze dat mooi dat ze zo in hun eentje zoveel commotie teweeg hebben gebracht, dat geeft een gevoel van macht. En heel veel jongens die, en ook nog wel jonge mannen die niet zo geslaagd zijn in het leven, die hebben een pathologische hang naar erkenning en naar dat ze iets zijn. Ze kunnen bijvoorbeeld heel goed op school hun best doen, maar dat is de meesten niet gegeven.’

Verslaggever: ‘Nu gaan we het allemaal psychologiseren. Nu even denken vanuit de recherche. Hoe spoor je een pyromaan op?’

Van der Sande: ‘Paar dingen. Als je een pyromaan wilt opsporen, dan is het meest voor de hand liggende een heterdaadje. En als je een heterdaadje wilt hebben dan moet je dus de hele omgeving surveilleren, maar dan zo dat dat bij de potentiële brandstichter niet opvalt. Nou dat is ontzettend moeilijk, want als je gaat surveilleren, zeker ook als je het zegt, nou dan doen ze het niet meer. Dan houden ze er even mee op. Totdat ze zien dat het weer makkelijk wordt. Als je overal camera’s ophangt, die werken alleen als er licht is, dus dan moet er ook straatverlichting zijn. Nou dan zoeken ze de donkere plekken op en dan heb je nog niks.’

Verslaggever: ‘Dat doet de politie van Veendam, die hangt bewakingscamera’s op, maar het gebeurt natuurlijk allemaal ’s nachts, al die branden…’
Van der Sande: ‘Tenzij je infrarood-camera’s hebt, dan kan het. Dan wordt het een beetje een ander verhaal. Dat is bijvoorbeeld in ’t Zandt wel gebeurd.’

Verslaggever: ‘Extra surveilleren doen ze nu ook, is dat handig of niet handig?’

Van der Sande: ‘Dat is wel handig, maar dat is net zo handig als je een aspirientje neemt als je hoofdpijn hebt. Als het aspirientje is uitgewerkt, dan is de hoofdpijn er weer. Het verhelpt het probleem niet.’

Verslaggever: ‘Kunt u nog een laatste tip geven aan de politie in Veendam?
Van der Sande: ‘Ha ha. Die mensen zijn veel beter in hun vak dan ik. Ik kijk vanuit de ivoren toren en dat zou kunnen helpen omdat ik een beetje overzicht heb van dat soort dingen, dat kan verbinden met allerlei andere gedachten, dus die dadertypering bijvoorbeeld, dat kan ik als psycholoog beter interpreteren. Maar om iemand te pakken moet je dus gewoon ervaring hebben. Die politie, zeker in Groningen, die hebben een grote mate van ervaring, die hebben het ook in ’t Zandt voortreffelijk gedaan. Dus ik ben er zeker van dat dit goed gaat komen. En ik wens de politie er veel geluk mee.’

Verslaggever: ‘Ik vind dat u best wat heeft verteld en denk dat we hem zo kunnen opsporen…’

Einde van dit ruim 5 minuten durende radiofragment.

Paar dingen.
Waarom zegt zo’n psycholoog nou niet: ‘Ho, ho radio. Een verdachte brandstichter in Nederland kan aan een psychologisch onderzoek worden onderworpen, om vast te stellen of er al dan niet sprake is van een geestelijke stoornis, een psychische aandoening. Pyromanie bijvoorbeeld. Omdat, beste radio, nog altijd zo is dat niet alle brandstichters per definitie vuurzuchtig zijn.’

Maar dat zei hij niet.
Ik dacht: waar blijven we als wetenschappers gaan gissen en de volksmond gaan napraten?

En wat bedoelt deze sociaal-psycholoog met de opmerking dat de politie het in ’t Zandt voortreffelijk heeft gedaan?
Na bijna vier maanden en twintig brandjes en pogingen tot brandstichting werd een verdachte aangehouden die uiteindelijk door de rechtbank werd veroordeeld voor één brandstichting en twee pogingen daartoe.
Alle andere gevallen konden ondanks extreem uitgebreid onderzoek, uitgevoerd door tientallen rechercheurs die hulp kregen (van slim apparatuur) van het leger, niet worden bewezen.

Sociaal-psycholoog Hans van der Sande heeft een hobby: het verzamelen van afbeeldingen die zijn gelieerd aan de uitdrukking ‘horen, zien en zwijgen’.

Misschien…

Nee.
Ik zeg niks.

Rob Zijlstra