Verhaal van de koningsketting

Soms willen mensen weten hoe boeven eruit zien.
Dan vragen ze dat.
Ik zeg – en schreef het al eens eerder – dat je dan door een drukke winkelstraat moet lopen, bijna alle vrouwen moet wegdenken en dat je dan een aardig beeld krijgt van de boeven zoals die in de rechtszalen terecht staan.

Echte criminelen houden zich op in de zijstraatjes, in de steegjes waar de wereld donker is.

Daar kun je Henri tegenkomen.
Hij zegt tegen de rechters, terwijl hij met zijn armen en handen een rapper imiteert, dat hij die drugsgebruiker is in de nacht leeft.
En dat als je drugs gebruikt, zoals hij dus, je ’s ochtends in de vroegte slecht op kunt staan om naar je werk te gaan.
Lijkt hem zo logisch als het maar kan.

Maar Henri is meer.
Hij is 29 jaar en heeft een strafblad dat zeventien pagina’s telt.
Toen hij 14 jaar was, kwam hij voor het eerst met de politie in aanraking.

De rechters: ‘U bent al 15 jaar continu actief in de criminaliteit.’
Henri knikt, terwijl hij een splinter uit een van zijn vingers probeert te peuteren.
Rechters: ‘En u rolt van de ene veroordeling in de andere.’
Henri zegt dat hij niet een gewelddadig persoon is, maar dat hij zijn straf zal nemen.
‘Als een man zoals ik hier zit.’

Henri was een tijdje uit beeld geweest.
In 2007 rolde hij in Frans Guyana in een veroordeling wat uitmondde in een drie jaar durende gevangenisstraf in het land waar Frankrijk vroeger boeven verstopte.
Alleen Papillon wist daar te ontsnappen.
Terug in Groningen zocht Henri zijn duistere steegjes weer op.

Hij vertelt dat hij, augustus vorig jaar, in de Visserstraat in Groningen, in een portiek, stond te gebruiken.
Samen met Willie die glinsterende ringen droeg en een koningsketting van goud om de nek had hangen.
De derde persoon in de portiek, zegt Henri, was een Antilliaan die hij niet kent.

Henri: ‘Ineens geeft die Antilliaan Willie dus een klap. En toen gaf Willie mij een klap. En toen heb ik Willie geslagen. Een paar klappen. Actie, reactie. Toen kwam er een grijze auto aan. Ben ik samen met die Antilliaan ingestapt. Zijn we weggereden.’

Willie blijft met een kapotte bril achter.
Zonder gouden koningsketting.

Henri zegt: ‘Ik heb wel gevochten, maar ik heb dus niets gestolen.’
Willie had anders verteld.
Hij vertelde aan de politie dat hij in de Visserstraat door twee manen was aangesproken. Ze hadden hem om een vuurtje gevraagd. Daarna wilden ze weten of hij zijn gouden ketting wilde verkopen.
Op het moment dat hij dacht ‘dit is niet goed’ begonnen ze te slaan en te schoppen, was hij over zijn fiets op de grond geduikeld en toen kwam die grijze auto en was hij zijn ketting kwijt.

Ook twee getuigen zeggen dat het zo ongeveer is gegaan.
Henri kan zich dat niet voorstellen.
Zegt: ‘Die getuigen hebben niet de hele film gezien.’

Rechters: ‘U had wel de koningsketting.’
Henri: ‘Overgenomen van die onbekende Antilliaan.’
Rechters: ‘Overgenomen?’
Henri: ‘Geruild voor drugs.’
Rechters: ‘En daarna.’
Henri, lijkt hem logisch: ‘Verkocht. Met een beetje winst.’

De rechters zeggen dat hij toch wist dat die gouden ketting was gestolen.
Henri vindt dat weer niet logisch.
Hij zegt: ‘Als ik een keertje krap bij kas zit, verkoop ik ook mijn goud.’

De rechters zeggen nu dat iets kopen wat gestolen is, heling kan zijn.
Helemaal als de prijs bedenkelijk laag is.
Maar Henri schudt met het hoofd, zoveel onbegrip.
Leer hem zijn wereld kennen: ‘Op straat, beste rechters, is alles voor een paar tientjes te koop.’

Henri wordt ruim een maand na de beroving aangehouden.
Hij zit een tijdje vast, maar wordt geschorst uit detentie om te kunnen worden opgenomen in het Intramuraal Motivatie Centrum (IMC) in Eelde.
Dit vanwege zijn verslaving.
Uit het IMC kun je, het mag niet, zo weglopen.
Wie dat doet, moet terug naar de gevangenis.

Na zes weken krijgt Henri een dag verlof.
Hij ontmoet, zegt hij, een dame.
‘Ik heb me toen laten gaan en ben bij haar gebleven.’
De volgende dag belt hij de reclassering.
Die zegt dat ‘we klaar met je zijn’, dat ze niks meer willen doen.
Henri gaat naar zijn moeder en daarna naar het politiebureau om zichzelf aan te geven.

De politie zegt dat dat zomaar niet kan en Henri zegt dat ze het dan zelf maar moeten weten.
Doei.
Weken later, het is dan 25 februari, wordt hij in een steegje nabij de Muurstraat in Groningen opnieuw aangehouden.
Sindsdien zit hij vast.

De rechters: ‘Gesteld dat we u straffen. En dan?
Henri: ‘Ik weet het ook niet meer.’
De bril van Willie wil hij wel vergoeden.
‘Want ik heb wel geslagen.’
Maar niet de gouden koningsketting die 425 euro had gekost.
‘Want ik heb niets gestolen.’

Aandachtig luistert hij naar wat de officier van justitie te vertellen heeft, alsof hij luistert naar een spannend verhaal.
De officier zegt dat de reclassering verdachte heeft afgeschreven.
En dat het dus aan verdachte zelf is om eens iets anders met zijn leven te gaan doen.
Hij eist vijftien maanden gevangenisstraf voor een diefstal met geweld.

Henri zegt als laatste dat hij niet zou weten wat hij daar nog aan moet toevoegen.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 22 april 2010 – uitspraak
Henri is veroordeeld conform de eis: 15 maanden celstraf wegens diefstal met geweld. Hij heeft toegegeven te hebben geslagen en had de ketting in bezit. De rechtbank heeft mee laten wegen dat Henri zeven maal eerder is veroordeeld voor soortgelijke zaken. De rechtbank is niet overtuigd dat hij gemotiveerd wil meewerken om zijn leven over een andere boeg te gooien.

HET VONNIS

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s