La (19): ‘Ik weet er weinig meer van.’
Co (20): ‘Ruzie gehad.’
Niek (20): ‘Eigenlijk weet ik niks meer.’

De beelden van de beveiligingscamera’s worden in de zittingszaal getoond.
Hoek Peperstraat/Papengang, 15 november vorig jaar, zes uur in de ochtend, het is nog druk op straat.

Een opstootje.
Vechtende meisjes met wapperende haren.
Vrolijk etende en drinkende toeschouwers.
Kale grote man loopt heen en weer door het beeld.
Krijgt ineens een duw.
Dan slaande armen met handen en omvallende lichamen.
Een man met een paars petje op probeert tevergeefs vrede te stichten.
Nog meer klappen.
Politie.

Na het zien van de beelden:
La: ‘Ik heb geslagen en een beetje geduwd.’
Co: ‘Ik heb uitgehaald.’
Niek: ‘Ik dacht dat ik niks had gedaan. Maar ik heb een duw gegeven.’

De drie vechtersbazen worden kort na de vechtpartij aangehouden.
De kale man ziet af van het doen van aangifte: ‘Ik doe zelf ook wel eens wat”, had hij met een kleine hoofdwond tegen de politie gezegd.
De drie vechtersbazen verdwijnen voor drie dagen in de politiecel.
Niek vindt het maar raar dat ze nu voor de rechters zitten.

De rechters niet.
De rechters: ‘Wij rechters hebben afgesproken dat we bij openlijk geweld zo acht weken celstraf kunnen opleggen. Niet omdat er slachtoffers zijn, maar omdat wij willen dat brave vaders en moeders hun kinderen veilig naar de binnenstad kunnen sturen.’

La, Co en Niek knikken.
Dat snappen ze nu ook wel.
Zeggen ze.
Rechters: ‘Of denk je, straks weer buiten in de zon, laat die rechters maar kletsen?’
Dat denken ze niet.
Zeggen ze.

Rechters: ‘Was het de drank?
Vijf glazen, misschien acht, nee dus.
Rechters: ‘Dus dit soort onzin doe je bij volle verstand?’
Ze schudden het hoofd.
Eigenlijk weten ze het niet.
Ook niet meer wat de aanleiding was.

Nou ja, Niek herinnert zich ineens, dat die kale hem een beetje irriteerde. Op de Grote Markt al. Beetje bedreigend. En toen kwamen we hem dus weer tegen.’
Rechters tegen Niek: ‘Je moet hier geen onzin gaan zitten te vertellen.’

Zowel La, Co als Niek zijn eerder veroordeeld, ook als kinderen, voor openlijk geweld, mishandeling en vernielingen.

Rechters tegen La: ‘Ben jij zo’n vervelend mannetje?’
La: ‘Vroeger wel.’
Rechters: ‘Is 15 november vorig jaar vroeger?’
La: ‘Het zal niet weer gebeuren. Ik heb er geen zin meer in.’

Co denkt dat het goed is dat hij wat hulp krijgt, zoals hij eerder heeft gehad. Een van zijn problemen is dat hij afspraken niet kan nakomen. Hij wil wel, maar lukt gewoon niet.
‘Dan denk ik er aan en dan ineens weer niet. Dingen ontschieten mij gewoon.’

Niek: ‘Als ik drink word ik wel eens agressief.’
De rechters zeggen dat hij dan niet moet drinken. Dat het zo simpel is.
Niek mompelt wat, maar zegt niks.

La is vooral bang dat hij door dit alles zijn baan kwijtraakt.
Hij werkt soms wel zestig uur in de week hard
Zijn baas weet nergens van, wel van die uren, maar niet dat hij vandaag terechtstaat.
La weet wel dat zijn baas niet zal staan te juichen.

Co vindt het een goed plan, zoals het reclasseringsadvies luidt, dat hij een traject van de forensische psychiatrie in gaat.

Niek werkt in de zaak van zijn vader.
Autohandel.
Hij verdient daar soms wel 4.000 euro in de maand.
Vader zelf dacht dat het iets minder was.
Want naast die verdiensten krijgt Niek ook zakgeld en is hij vrijgesteld van het betalen van kostgeld.
Rechters zeggen dat ze dat niet normaal vinden, dat het tijd wordt dat hij op eigen benen komt te staan.
Ze zeggen: ‘Je komt nogal onverschillig over.’
Niek: ‘…’
Rechters: ‘We hebben gelezen dat je in acht maanden tijd voor 3500 euro boetes hebt gekregen. Voor te hard rijden en door rood licht.’
Niek: ‘Soms gaat het hard.’

De officier van justitie zegt er geen zin in te hebben een riedel af te draaien over uitgaansgeweld, over de verziekte sfeer in de stad en dat soort akelige dingen die we met z’n allen niet willen.
Hij zegt: ‘Ik hoor mezelf al praten. Maar ik wil de heren wel een forse tik op de vingers geven.’
Hij eist tegen alle drie honderd uur werkstraf, vier maanden voorwaardelijke celstraf, reclasseringstoezicht en een meldingsgebod. Mocht de reclassering het nodig vinden dat er cursussen gevolgd moeten worden, dan moet dat.

De advocaat van La: ‘De eis is te zwaar’
De advocaat van Co: ‘Mijn cliënt heeft al drie dagen vastgezeten.’
Advocaat Niek: ‘De kale man heeft geen aangifte gedaan.’

Laatste woord:
‘Nee.’
‘Neuh.’
‘Nee!’

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 3 mei 2010 – uitspraken
La, Co en Niek zijn conform de eisen veroordeeld: taakstraffen van 100 uur en 4 weken voorwaardelijke celstraf . In het vonnis wordt opgemerkt dat de drie verantwoordelijk zijn voor ‘verminderd plezier dat aan uitgaan wordt beleefd’.