Hotel Groningen

Pieter had in de gevangenis gesproken met een medegedetineerde die iemand in de binnenstad van Groningen met een mes had neergestoken.
Dat had ie gewoon toegegeven en daarvoor negen maanden celstraf gekregen.

Pieter wordt ervan verdacht ook iemand te hebben neergestoken.
Dus, zegt hij tegen de rechters: ‘Ik zit al acht maanden vast. Als ik beken, dan moet ik nog een maand, dan ben ik zo vrij. Maar ik kan toch niet iets bekennen wat ik niet heb gedaan?’

Pieter zegt dat hij er niets mee te maken heeft.
Daarom begrijpt hij ook niet dat de officier van justitie vier jaar celstraf tegen hem eist.
En omdat hij ontkent ook nog eens een tbs met dwangverpleging.
Hij vindt dat zo krom als het maar kan.

De officier van justitie niet.
De aanklacht luidt: poging tot moord.
De richtlijn van het gerechtshof in Leeuwarden: zeven jaar celstraf.

Pieter is zo’n verdachte die verbazing wekt.
Hij is 39 jaar en daarvan 25 jaar verslaafd.
Zijn dagbesteding: spelletjes spelen op zijn laptop.
Heroïne en methadon zijn zijn vrienden, zijn enige vrienden had hij gezegd.
Heroïne en methadon bieden hem rust en veiligheid.
Pieter: ‘Ze zijn voor mij als een warme deken.’

Het verbazingwekkende zit ‘m erin dat die 25 slopende drugsjaren niet aan hem zijn af te zien.
Zo op het oog is hij een gewone man van 39 jaar.
Maar het oog ziet wel vaker wat niet is.

Veertien jaar lang had Pieter een huis gehad in Groningen.
Toen hij zijn vaste stek kwijtraakte, dankzij rotburen, restte hem de mogelijkheden van de straat.
Acht dagen lang had hij in het jongerenhotel van Simplon gebivakkeerd.

Toen moest hij daar weg.
‘Binnen vijf minuten’, zeiden ze.
‘Ik heb vijf zakken met spullen, dus in vijf minuten lukte dat helemaal niet.’
Er was gedoe ontstaan, wat ertoe leidde dat een medewerker Pieter op de zwarte lijst plaatste.
Hij zegt: ‘Natuurlijk was ik daar boos over.’

Rechters: ‘Heel boos? Of een beetje boos?’
Pieter: ‘Een naar gevoel.’

Een paar dagen na het gedoe – het is dan maandagavond 7 september, een uur of negen – zit de Simplon-medewerker op het terras van het jongerenhotel aan een tafeltje.
Komt er ineens een persoon uit een steegje.
Die springt op de tafel.
Schopt met de voet tegen het hoofd (links) van de medewerker.
Die valt achterover op een plantenbak.
Een mes.
Iemand roept heel hard: ‘Knife.’
Een stekende beweging.
Mes in de borst.
Persoon rent weg.

De medewerker wordt overgebracht naar het ziekenhuis waar wordt vastgesteld dat het mes een rib heeft geraakt en dat dat het geluk is geweest.

De medewerker had Pieter herkend.
Een tweede medewerker ook.
Een derde getuige is een Engelse politieman (wat doet een Engelse politieman in een jongerenhotel in Groningen?).
De politieman krijgt later als hij in Spanje verblijft – ja, zo werd het verteld – een serie foto’s te zien van mannen die allemaal een beetje op Pieter lijken.
De politieman wijst foto nummer drie aan: that’s the guy.
Hij wijst de echte Pieter aan.

Pieter zegt dat hij die avond in hotel Tivoli verbleef en daar naar de televisie had gekeken.
‘De hele avond, honderd procent.’
Hij zegt: ‘Ik vind het nogal heftig wat de officier van justitie allemaal zegt. Geweld past ook niet bij mij.’

Of het zo kan zijn dat hij het is vergeten, omdat de drugs zijn hersenen hebben aangetast?
De aanwezige deskundige zegt van niet.
Dat lijkt hem sterk.
Hij zegt wel dat Pieter moet worden behandeld.
Want anders is de kans op herhaling – ondanks de ontkenning van Pieter – levensgroot.
Behandeling, zegt de deskundige, zal in ieder geval de kwaliteit van het leven van Pieter kunnen verhogen.

De deskundige psycholoog heeft een tbs met voorwaarden geadviseerd.
Dat advies geeft ook de psychiater.
De officier van justitie – een specialist op het tbs-terrein – vindt het een advies van niks.

Hij zegt dat er geen kliniek in Nederland te vinden is die Pieter klinisch wil behandelen.
Simpelweg omdat hij niet is gemotiveerd.
En omdat hij het delict ontkent.
Wie niet staat te popelen en ontkent, kan geen tbs met voorwaarden krijgen.
Dus resteert een tbs met dwangverpleging.

En omdat er ook afgerekend dient te worden, omdat er sprake is van een poging tot moord, moet naast de tbs-maatregel ook een straf volgen, zegt de officier van justitie.
Vier jaar.

Ik kijk naar Pieter die een gewone man lijkt, maar niet is.
In zijn hoofd kruipen tal van stoornissen.
Mannen als Pieter lopen, eenmaal in de tbs, kans na verloop van tijd op de longstay te belanden.

In het hotel waar je altijd kunt inchecken, maar dat je nooit meer kunt verlaten.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 6 mei 2010 – uitspraak
De poging tot moord acht de rechtbank bewezen. Wel stelt de rechtbank dat de gebeurtenissen meer moeten worden gezien als een eenmalig exces dan als een structureel probleem. De problematiek van Pieter is daarom ook niet dusdanig dat een dwangbehandeling (tbs) gerechtvaardigd is. Dat is een stap te ver. Blijft over de gevangenisstraf: geen 4 jaar zoals de officier van justitie had geeist, maar 6 jaar.

2 comments

  1. Weer wat geleerd.
    Had altijd al wel symptomatisch dat liedje stom en stompzinnig gevonden, vervelend tot geeuwens toe, en zoveel mensen gezien die daar op dansten en had nog nooit op de woorden gelet,als ik dit wegens geeuwzucht en een niet al te alert en sterk zijnde gemoedstoestand zou hebben gekund.
    Mijn dank dus, dat ik uiteindelijk heb kunnen begrijpen al lezende de tekst waar mijn verveling over ging.
    Te denken, toch, dat dit deuntje op bruiloften als apothéose werd gebruikt. Voor echtelui die nu al weer zijn gescheiden. Je komt er dus wel weer uit. En om eerlijk te zijn, komt het er bij mij gelijk weer uit, want ik moet van dit liedje kotsen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s