Er wordt in Groningen en Drenthe niet zo heel veel gemoord en doodgeslagen.
Zes, zeven keer per jaar, erg genoeg, maar dan heb je het wel gehad.
Daar staat tegenover dat er flink wordt gepoogd mensen van het leven te beroven.

De poging tot doodslag is een van de meest voorkomende delicten in de rechtszaal.

Deze week waren Ron en Jan aan de beurt.
De nieuwe officier van justitie beschuldigde hen van de zwaarste variant: de poging tot moord.
Dat betekent dat Ron en Jan volgens justitie het plan hadden opgevat definitief een einde te maken aan het bestaan van Jannes.
Volgens de richtlijnen van justitie goed voor zeven jaar gevangenisstraf.

Ron en Jan zijn vrienden.
En in zekere zin ook familie.
De zwager van Ron is de ex-zwager van Jan.

Jannes.

Jannes is het probleemgeval binnen de familie.
Jannes is al jaren drugsverslaafd en besodemietert de boel waar en wat hij kan.
Er zijn slepende conflicten en daarom mag Jannes bijvoorbeeld niet meer bij zijn zus komen, bij Ron thuis dus.

Op een dag, als de schoonmoeder van Ron oppast, doet Jannes dat toch.
Hij wil zijn neefjes even zien.
Een dag later wordt er ingebroken en zijn er spullen weg.
Ron en Jan weten hoe laat het is.
Ze bellen de politie en zeggen dat het Jannes moet zijn geweest.

Maar de politie zegt weinig te kunnen doen.
Sporenonderzoek heeft geen zin, omdat Jannes immers daags voor de inbraak er ook was geweest.
Ron en Jan besluiten dat zij Jannes eens recht in de ogen willen kijken.

Rechters: ‘Ook omdat u geen vertrouwen had in de politie?’
Ron en Jan: ‘Nee. Eigenlijk niet.’
Rechters: ‘Maar u ging verhaal halen.’
Ron en Jan: ‘De intentie was om de spullen die hij had gestolen terug te halen.’

En zo denderen ze met een hoop kabaal het studentenpand in de binnenstad van Groningen binnen.
Zonder te kloppen trappen ze de deur van Jannes’ kamer in.
Medebewoners schrikken zich een ongeluk en verklaren later bij de politie dat ze dachten dat het moordenaars waren, die twee.

Jannes en zijn vriendin liggen op dat moment in hun blote konten op een matras te slapen.
De kleine televisie staat nog aan.
Van schrik zitten ze ineens rechtop.
Jannes ontkent dat hij iets heeft gestolen.
Ron en Jan roepen dat ze vuile junken zijn.

Er vallen klappen, er wordt geschopt.
Jan pakt een leeg flesje bier van de met lege flesjes bezaaide vloer en gooit dat ook weer weg.

Rechters tegen Ron: ‘U ontstak in razernij. Hoe razend was uw razernij?’
Ron: ‘Weet niet, ik gebruik dat woord eigenlijk nooit. Ik was wel emotioneel.’
Hij zegt dat hij twee keer heeft geslagen en een keer heeft getrapt.
Jan: ‘Ik heb een duwtrap gegeven en één keer geschopt.’

Jannes: ‘Ik ben wel twintig keer tegen het hoofd geschopt.’
Zijn vriendin: ‘Precies. Wel twintig keer. Tegen het hoofd.’

Rechters: ‘Wat voor schoenen droegen jullie?
Ron: ‘Wandelschoenen.’
Jan: ‘Werkschoenen.’
Rechters: ‘Stevige schoenen dus.’

De gestolen spullen worden niet gevonden.

Bij de politie zegt Jannes dat hij ook is bedreigd met een pistool.
Met een Beretta of een Browning.
’t Was donker.
Ron en Jan ontkennen dat, ze zeggen niet eens te weten hoe die dingen er uit zien. Jannes weet dat wel, zeggen ze, omdat ze weten dat Jannes veel verstand van wapens heeft.

De officier van justitie gelooft het ook niet.
Misschien dat Jannes het bierflesje dat Jan van de vloer opraapte aanzag voor een wapen.
Maar verder gelooft de nieuwe officier Jannes wel.
Dat er twintig keer is geschopt.
Jannes had niet voor niets een dubbele kaakfractuur en moest zes weken met een rietje eten.

Wie wel twintig keer met geschoeide voet schopt en doet, maakt zich schuldig aan een poging tot doodslag.
En omdat het geen opwelling was – ze gingen immers doelbewust naar Jannes toe – moet worden gesproken van een poging tot moord.

Ron zegt dat het niet goed is voor eigen rechter te spelen.
Jan: ‘Spijt. Ook voor Jannes.’

De nieuwe officier van justitie: ‘Dit is eigenrichting van het zuiverste water. Ik kan zeven jaar gevangenisstraf eisen. Maar ik wil ook rekening houden met de omstandigheden, de emoties en het feit dat de verdachten hun leven op orde hebben. Ik eis tegen beide drie jaar celstraf waarvan twaalf maanden voorwaardelijk.’

Dat is twee jaar zitten.
De eis hakt er bij Ron en Jan zichtbaar in.
Weg orde.

Doordat Jannes het bij de politie had over een vuurwapen, waren ze door een arrestatieteam aangehouden, met getrokken pistolen.
En dan dit.

Advocaat Mathieu van Linde zegt dat wat de nieuwe officier allemaal zegt, helemaal niet kan.
Hij husselt dingen door elkaar.
Het plan was de gestolen spullen terug te halen, het plan (de voorbedachten raad) was niet gericht op geweld, er bestond geen intentie te doden.
Komt bij dat de verklaringen van Jannes en zijn vriendin bij elkaar zijn gefantaseerd.
Ze zijn nota bene samen, dus gelijktijdig, door de politie gehoord.
Hoe onbetrouwbaar wil je het hebben?
En niks vuurwapen.

De advocaat zegt dat het een opgeklopte zaak is.
Dat wel gesproken kan worden van het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, want zo mag een dubbele kaakbreuk gerust heten.
Dat is goed voor een paar maanden cel en een stevige werkstraf erbij.
Maar dat moet het dan ook wezen, vindt de raadsman.

Doorgaans zijn wij van de media die zaken opkloppen, niet justitie.
Pogingen tot doodslag mogen dan aan de orde van de dag zijn, een poging tot moord met handen en voeten is tamelijk uitzonderlijk.
Misschien dat de rechters als zij over twee weken uitspraak doen, de orde zullen herstellen.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 12 mei 2010 – uitspraken
De rechtbank is niet meegegaan in de redenering van justitie. Ron en Jan zijn vrijgesproken van poging tot moord en poging tot doodslag. Bewezen is de zware mishandeling. De verklaringen van de verdachten vindt de rechtbank aannemelijker dan de verklaringen van de slachtoffers. Het vonnis: beide 6 maanden zitten. En daarmee is de orde dus hersteld.