De kwestie is de volgende.
Jaap is vrolijk op stap geweest en zoekt wat onvast ter been een weg door de nacht, richting huis.
Het is koud.
Plotseling wordt hij vastgepakt, geschopt en tegen de grond geslagen.
Hij hoort: ‘Hé gast, geef je telefoon.’
Jaap roept nog: ‘Sodemieter op, het is mijn telefoon.’
Maar in een handomdraai is hij zijn fraaie i-toestel kwijt en drie seconden later zijn de rovers gevlogen.

Een en ander speelde zich op 19 december vorig jaar om kwart over drie af bij de verkeerslichten aan het Damsterdiep in Groningen.

Stelen is doorgaans niet heel slim, maar het stelen van mobiele telefoons is zo ongeveer het domste wat er bestaat.
Omdat een mobiele telefoon die in werking is altijd kan worden getraceerd, ook als de rovers en snel een nieuwe simkaart instoppen.
Dit is omdat een toestel nog een eigen en niet te vervangen nummer heeft.

En dus werd Ineke aangehouden.
Ineke snotterde dat ze het toestel cadeau had gekregen.
Van Arie.
Arie werd aangehouden en Arie zei dat hij het toestel voor tachtig euro had gekocht van zijn buurman.
De buurman werd gearresteerd en die zei dat hij het samen met Jori had gedaan.
Jori: ‘Klopt. Jan en ik hebben het gedaan.’

Jan is 21 jaar, hij heeft ADHD en met behulp van een beetje gel zorgvuldig zijn haar gedaan. Het haar staat ik kleine plukjes rechtop.
Jan wil stoppen met blowen en met whisky drinken in het weekeinde (twee flessen per keer). Verder wil hij werk zoeken, iets met ict.
Of in de offshore, net als zijn vader.

Jori is 20 jaar, hij had een lieve oma bij wie hij opgroeide en van wie hij alles mocht en een moeder die strenge regels opstelde en met wie hij vijf jaar geleden naar Nederland kwam.
Hoe hij zijn toekomst zien?
‘Veel’, zegt hij tegen de rechters.
De opleiding automonteur maakte hij niet af.
Jori wil nu kapper worden.

De rechters: ‘Maar waarom?’
Ze zeggen dat ze uit waren geweest en op weg waren naar huis.
Toen zagen ze een jongen staan bij de verkeerslichten.
Hij was aan het bellen met een mooie mobiel.
Jori: ‘Jan zei toen, die wil ik.’
Jan: Jori zei vet chill.’

De rechters: ‘Maar waarom?’
Jan: ‘Moeilijk. Impulsiviteit. Ik doe eerst en denk dan. Ik was bezig met een ADHD-cursus, had mijn medicijnen niet genomen en voelde me niet optimaal.’

Jori: ‘Ik was blij. Ik was net vrij. En ik had ook geblowd. Toen zagen we die jongen en toen heb ik hem een knuffel van achteren gegeven.’
Rechters: ‘Een knuffel van achteren?’
Jori: ‘Ja, iets te blij.’

Terwijl Jori Jaap stevig van achteren knuffelt, draait Jan de hand van Jaap om waardoor hij en de telefoon op de grond vallen.
Na nog wat klappen en schoppen gaan ze er vandoor.
Onderweg halen ze de simkaart eruit, omdat ze denken dat dat zin heeft.
Veilig komen ze thuis en weet Jan de telefoon te slijten aan zijn buurman.
Jori wil niet in de buit delen.
Daarop zegt Jan dat hij die 50 euro voor een geleverde mp3-speler niet hoeft te betalen.
Staat ze mooi weer quitte.

De officier van justitie kwalificeert het gebeuren als een diefstal met geweld in vereniging gepleegd.
En dat is meer dan een knuffel.
Het is, zegt de officier, een ordinaire straatroof.
Door twee nog heel jonge verdachten over wie we ons grote zorgen moeten maken.
En dat ze daarom nog geen eisen kan formuleren die ook zinvol zijn.

De officier wil dat gedragsdeskundigen nog eens naar Jan en Jori gaan kijken.
En dan een advies geven wat beter is.
Wil de rechtbank dat niet, zo’n nader onderzoek, dan mag Jori een jaar zitten en Jan vijftien maanden (waarvan drie voorwaardelijk).

Jan wil graag een nader onderzoek.
Volgens het rapport van de reclassering is de situatie van Jan verre van rooskleurig.
Hij is moeilijk te corrigeren en misschien is er wel sprake van een persoonlijkheidsproblematiek.
De kans dat Jan meer rottigheid uithaalt, wordt ingeschat op groot (hoog).
Jan vindt de opmerkingen niet terecht, maar alle hulp is desondanks welkom.
Zegt: ‘Ik heb een schop onder mijn kont nodig, daar heb ik baat bij.’

Nog grotere zorgen zijn er over Jori die leeft bij de dag, afspraken consequent niet nakomt, de pest heeft aan gezag, maar de sterke drank koestert.
Jori wil niks geen hulp en de reclassering wil hem niet meer.

Rechters: ‘Er moet wel wat gebeuren, anders gaat het helemaal fout.’
Jori: ‘Niks, ik zal nergens aan meewerken.’
Rechters: ‘Waar bent u bang voor?’
Jori: ‘Bang?’
Rechters: ‘Baat het niet, dan schaadt het ook niet.’
Jori: ‘Nee.’
Rechters: ‘En als het u zou kunnen helpen?’
Jori: ‘Nee. Niemand mag mij helpen. Het is niet nodig.’

Rechters: ‘Wat vindt u er nou eigenlijk van, van zo’n beroving op straat?’
Jan: ‘Dom. Het had niet mogen gebeuren.’
Jori: ‘Eigenlijk best wel kloten.’

De officier van justitie verandert niet van standpunt: nader onderzoek moet, ook naar Jori die niks wil.
Ze zegt: ‘Een kale celstraf kan, maar ik weiger hem, zo jong nog, af te schrijven.’

De officier van justitie zegt dat omdat ze ook wel weet – misschien wel als geen ander – dat het corrigerende vermogen van gevangenissen ook beperkt is.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 28 juni 2010 – uitspraken
De rechtbank voelt niets voor een nader onderzoek. De rechtbank kiest voor de afrekening. Jori heeft 15 maanden gekregen. Jan komt iets lager uit dan de eis: 15 maanden celstraf waarvan 5 voorwaardelijk.