beeld: rtvnoord

Op de universiteit van Maastricht hebben ze het uitgezocht.
Mensen die liegen, verstoren hun werkelijke herinneringen.
Daardoor weten ze uiteindelijk niet goed meer wat er werkelijk is gebeurd.
In het onderzoek is ook gekeken naar automobilisten die een verkeersongeluk hebben veroorzaakt.
Die willen, zegt Maastricht, een gat in het geheugen nog wel eens als excuus gebruiken.

Dries is 75 jaar.
Op zondagochtend 6 december bezoekt hij een kennis.
’s Middags blijft hij thuis en leest wat, hij leest graag.
Aan het begin van de avond maakt hij een avondmaal, aardappeltjes met sla.
Hij weet nog dat het eten niet klaar was toen Studio Sport om zeven uur begon.

Hij drinkt incidenteel een wijntje, de avond daarvoor nog.
Maar die avond niet, dat wil zeggen, niet voor acht uur.

Rechters: ‘En na acht uur?’
Dries weet het niet meer.
Aan ‘na acht uur’ heeft hij geen herinneringen.

Hij weet ook niet meer waarom hij – het moet na negen uur zijn geweest – in zijn auto stapte.
En waar hij naar toe wilde gaan.
Zegt: ‘Naar de Chinees voor eten voor de volgende dag? Of een pakje sigaretten kopen? Het is weg.’

Om twintig over negen rijdt Dries een fietser aan.

Hij schrikt, zet na 117 meter de auto stil, verbouwereerd.
Zegt vanuit automatisme de lichten te hebben uitgedaan en dat hij toen terug is gelopen, dat hij de vrouw op straat zag liggen, dat hij zich realiseerde dat het ernstig was, dat hij nog weet wat hij heeft geroepen en dat toen alles om hem heen instortte, dat hij moest huilen.

De vrouw is de 21-jarige Arenda Klaassens uit Wildervank.
Ze overlijdt in het ziekenhuis.

Rechters: ‘U kunt het moment van de aanrijding wel herinneren?’
Dries: ‘Alles. Ik ben alleen het stuk kwijt tussen acht uur en de aanrijding.’

De rechters stellen vast dat Dries zich een aantal zaken heel stellig wel weet te herinneren en anderen dingen met dezelfde stelligheid niet.
Helemaal los van de bevindingen in Maastricht: rechters stellen dat in de rechtszaal vaker vast.
Dan zeggen ze tegen een verdachte: ‘Kennelijk heeft u last van een selectief geheugen.’ Nu zeggen ze: ’t Is wel frappant.’

Het vermoeden is dat Dries de rit van zijn huis tot aan de plek van het ongeluk – 2,8 kilometer – zonder licht of met alleen de stadslichten aan heeft gereden.
En met beslagen ruiten.
Dries bestrijdt dat, zegt dat hij zich dat niet kan voorstellen.

Rechters: ‘Maar u weet het niet meer, u heeft geen flauw idee, dat zegt u zelf.’
Dries: ‘Ik heb Arenda niet gezien.’
Rechters: ‘U beredeneert de dingen. Maar of u haar wel of niet heeft gezien, ook dat weet u immers niet meer.’

Als de rechters de brief voorlezen die de ouders van Arenda hebben geschreven, luistert hij met gebogen hoofd, met de vingers tegen het voorhoofd gedrukt.
De ouders schrijven dat het voorgoed donker is, nu hun jongste, hun laatste zonnetje in huis, er niet meer is.
Dat als een traan zou zeggen hoe ‘we haar missen’, het dan elke dag regent’.

Dries: ‘Het is verschrikkelijk, een jonge vrouw is door mijn toedoen dood. Het is onvoorstelbaar dat je dit overkomt.’
Hij herstelt: ‘Nee. Zoiets overkomt je niet. Ik heb het gedaan. Het is me niet overkomen, dat is een afzwakking. Ik had beter moeten opletten.’
En: ‘Spijt is niet voldoende. Het is wroeging. Het verdriet en de boosheid van de familie kan ik mijn goed voorstellen. Ik heb iemand het leven ontnomen, weet u wel hoe dat voelt? Spijt is zo’n eenvoudig woord.’

De rechters geven het niet op.

Ze zeggen: ‘U spreekt over spijt en over wroeging. Maar u moet uw verantwoordelijkheid nemen. Er is 475 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht vastgesteld, twee keer de toegestane hoeveelheid. Dat is goed voor zes of zeven glazen na acht uur die avond. En u zegt dat u dat niet meer weet. Waarom zouden we u moeten geloven?’

Maar Dries zou willen dat hij alles terug kon draaien.
Hij zegt dat hij professionele hulp heeft gezocht, omdat hij momenten heeft waarop zijn gevoelens ondraaglijk zijn.
Dan vraagt hij zich af of hij nog wel op een normale manier met mensen kan omgaan. Familieleden, de kinderen, zijn vrienden waren ineens terughoudend.
Toen er een stille tocht in het dorp was, ter nagedachtenis van Arenda, adviseerde de politie hem de nacht ergens anders door te brengen.
Op hyves zijn bedreigingen aan zijn adres geuit.

Tijdens de zitting is de politie in het gerechtsgebouw extra alert.
Er was voor het gebouw een samenkomst aangekondigd, met spandoeken.
Maar het is rustig rondom het gebouw, zeggen de rechters bij aanvang van de zitting.
De ouders van Arenda hadden daartoe ook opgeroepen.
Zij hebben zich gedistantieerd van de geuite bedreigingen.
Aan de rechtbank lieten ze weten te hopen dat het proces een waardig verloop zou krijgen.

Dries had gezegd dat elk vonnis gerechtvaardigd is.
Misschien omdat hij heeft gelezen dat in dit soort strafzaken vaak werkstraffen worden opgelegd.
Met rijontzeggingen.
De auto heeft hij, al op de dag dat het voertuig werd vrijgegeven, van de hand gedaan.

De officier van justitie zegt dat de verdachte zeer onvoorzichtig is geweest. ‘Het schuurt aan tegen roekeloosheid.’ Maar dat het vooral de drank is, die het allemaal zo erg maakt. ‘Je drinkt en dan stap je in de auto. Dat doe je bewust. Ik zie dan ook geen ruimte voor een werkstraf.’

De richtlijn is achttien maanden gevangenisstraf.
De officier zegt dat hij rekening wil houden met de hoge leeftijd van de verdachte en daarom zal afwijken van de lijn.
Hij eist twaalf maanden celstraf.
En omdat Dries het niet meer weet en het dus in de toekomst zo weer kan gebeuren, ook een rijontzegging van vier jaar.

Ik zag dat hij schrok.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 8 juli 2010 – uitspraak
Of  Dries de uitspraak begrepen heeft, vraagt de rechter nadat hij een korte versie van het vonnis heeft voorgelezen. jawel, zegt Dries, 30 maanden gevangenisstraf. Even stil en dan: ‘Maar dat is twee-en-een-half jaar.’ Rechter: ‘Dat heef t u goed uitgerekend.’

Voor aanvang van de zitting van twee weken geleden had de man nog rekening gehouden met een stevige werkstraf. Justitie eiste echter twaalf maanden celstraf. Dat zijn er dus dertig geworden.

De rechtbank tilt zwaarder aan de feiten dan justitie dat deed. Justitie ging uit – binnen artikel 6 van de Wegenverkeerswet – van aanmerkelijke onvoorzichtigheid. De rechtbank kwalificeert de feiten binnen datzelfde artikel zwaarder: roekeloosheid. Het is de zwaarste variant.  Dit verklaart het verschil tussen de eis en het vonnis.

De roekeloosheid schuilt in de feiten dat Dries met drank op achter het stuur stapte, in een auto zonder deugdelijke verlichting en met beslagen ruiten. Die combinatie deed hem met een van de wielen in de berm belanden. Toen hij uit de berm wilde sturen, schepte hij de 21-jarige Arenda op haar fiets. De rechtbank: ‘Een andere oorzaak is er niet.’

Naast de vrijheidsstraf legde de rechtbank een rijontzegging op voor een periode van vier jaar. Dit verbod gaat in op het moment de man zijn straf heeft uitgezeten.  Mocht hij in hoger beroep gaan  – niet uit te sluiten – dan zal hij het proces in vrijheid mogen afwachten omdat hij ook nu niet is gedetineerd. Rijden in of op een motorvoertuig mag hij niet,  maar dit omdat zijn rijbewijs is ingevorderd.