Het was menens in zittingszaal 14.
Boer Harm (44) uit Appingedam staat terecht.
Volgens de tenlastelegging heeft hij geprobeerd een motoragent van het leven te beroven.
Opzettelijk op 26 januari, even na het middaguur, met een mestvork.

Harm is naar de rechtbank gekomen om de rechters en wie het maar horen wil eens even flink de waarheid te vertellen.
Strijdvaardig neemt hij plaats in het verdachtenbankje, gewapend met multomappen.
Hij is vergreld.
Op de publieke tribune zitten dertig kennissen en buurtgenoten.

Harm vertelt zijn verhaal.
Het verhaal dat hij de afgelopen maanden misschien al tientallen keren heeft verteld.

Harm vertelt over de strenge winter waar hij, zoals zo velen in januari, flink last van had. Sneeuw op het land, ijs in de sloten.
Hij had onder meer problemen met de giertank.
Iets met een pomphuis en bevroren schuiven.

Op 26 januari zet hij de giertank met de tractor in het midden van zijn weiland.
Waarom?
Omdat hij een bedrijf heeft binnen de bebouwde kom.
Zegt: ‘Daarom. Maar ik was niet mest aan het uitrijden.’

Dat is ook verboden als het vriest.

Het ijs moet worden losgebikt, om te voorkomen dat de tank vast zou vriezen.
Eerst maakt hij een vuurtje in een emmertje met kranten.
En terwijl hij zo bezig is, hoort hij voetstappen over het bevroren grasland.
Het is agent Bulder.

Harm: ‘Ik ken hem nog van vorig jaar. Toen had ik een akkefietje met hem. Ik wist het direct, nu ben ik aan de beurt. En ik was al geërgerd, omdat alles vastzat.’

Rechters: ‘En wat gebeurde er toen?’
Harm: ‘Hij zei, goedemiddag boer Harm. Ik zei, nee hè. Hij: waar ben je mee bezig? Ik zei, het spul is bevroren en ik heb liever dat je weggaat. Jij doet jouw werk en ik de mijne. Hij deed toen heel meelevend. Zogenaamd, ja. Zei: het zit wel heel erg vast. Het was leedvermaak. Ik zei, ik heb liever dat je niks zegt en verdwijnt. Toen pakte hij zijn bonnenboekje en wilde gaan schrijven. Ik zei, agent Bulder, waarom nou zo moeilijk?’

Rechters: ‘U was boos.’
Boer Harm: ‘Heel boos. En ineens maakte hij een foto. Dat ging mij te ver. Ik riep, jij vuile hond, ga van mijn land af. Opgesodemieterd. Ik heb toen mijn mestvork gepakt en hem een klap gegeven. Hij viel, krabbelde weer op en rende weg. Ik er achter aan. Ik heb hem uitgescholden en daar ben ik niet trots op hoor. Hij pakte toen zijn revolver. Ik riep, okay, jij hebt gewonnen. Nu heb je me waar je me hebben wilt.’

Rechters: ‘En toen?’
Harm: ‘Ik wilde, puur uit fatsoen, mijn strontoveral uittrekken. Ik deed mijn riem af en gooide die in de tractor. Dat zag hij, zei hij later, als een bedreiging. Hij riep wel vijf keer, ik ga je pepperen (met pepperspray – rz). Dat vond ie geweldig. Ik zei: jij vuile lafbek, schiet me maar dood.’

Boer Harm belandt uiteindelijk op de knieën in het knisperende gras, met de handen geboeid op de rug.
Harm: ‘Er was ineens allemaal politie. Zoveel politie heb ik bij ons nog nooit gezien.’

De rechters zeggen dat agent Bulder een andere lezing heeft van de gebeurtenissen.
Bulder zegt dat hij vier keer is geslagen met die mestvork, ook toen hij weerloos op de grond lag.
En dat boer Harm niet boos was, maar door het lint ging.
Dat het zo bedreigend was dat hij zijn dienstwapen trok.
En dat hij doodsangst voelde.
Omdat Harm op hem inhakte.

Harm, onverzettelijk: ‘Ik heb één keer geslagen. Honderd procent.’
Rechters: ‘Sloeg u harder dan normaal?’
Harm: ‘Normaal sla ik niet.’

Met agent Bulder is het niet goed afgelopen.
Een arts stelde kneuzingen vast aan de rechterarm waarmee hij de slagen had afgeweerd.
En een dag later werden nog eens drie bulten op het hoofd gesignaleerd.
Na een week met ziekteverlof durfde de agent nauwelijks nog de straat op.
Werd gekweld door herbelevingen.
Thuis was de politieman ineens narrig en nukkig geworden, hij zat het liefst op de bank.
De psychiater van het diagnostisch centrum: een posttraumatische stressstoornis.

Agent Bulder zit nu niet meer op de motor.
Hij doet administratief politiewerk op therapeutische basis.
Dat kost hem de onregelmatigheidstoeslag en overuren.
Hij eist een schadevergoeding van 5.810 euro.

Harm: ‘Toen ik dat hoorde, draaide mijn maag om. Dat de overheid een zo autoritair en provocerend gedrag laat zien, daar kan ik niet bij. Het is een vordering met voorbedachten rade. Hij heeft mij op mijn eigen land, op mijn eigen grond, bewust uitgelokt.’

Harm heeft nog veel meer te vertellen.
Zegt: ‘Na mijn aanhouding belandde ik eerst op het politiebureau in Delfzijl en daarna werd ik naar het cellencomplex in Groningen gebracht. Daar zagen ze wel dat ik een man ben die daar niet thuishoort. Toen ze foto’s van mij maakten en vingerafdrukken namen, vroegen ze wat ik had gedaan. Ik zei, niet dat ik er trots op ben, maar ik heb agent Bulder te pakken gehad. Daar moesten ze om lachen. Ze vroegen of ik rookte. Toen gaven ze me een sigaar.’

Zegt ook: ‘Als hij gewoon was langsgekomen en me had gevraagd wat er loos was, dan hadden we een bakkie gedaan en dan was er niets aan de hand geweest. Maar hij heeft mij bewust opgezocht. Ik ben fout geweest, dat geef ik toe, maar hij heeft onder boeren een reputatie.’

Harm zegt te hopen dat hij volgende week de staatsloterij wint.
‘Dan ga ik emigreren.’

De officier van justitie heeft andere ideeën over de toekomst van Harm.
Streng: ‘Wie een politieagent vier maal met een mestvork slaat, probeert opzettelijk iemand van het leven te beroven. Dat is een zeer ernstig strafbaar feit.’
Volgens de officier van justitie staat ook onomstotelijk vast dat Harm vier keer heeft geslagen.
Vooral het letsel zoals dat door artsen is vastgesteld – kneuzingen op de arm, bulten op het hoofd – is daarvoor het bewijs.
De officier van justitie: ‘De motoragent zag midden in het weiland een giertank staan. De agent deed zijn werk, hij controleerde. Er mocht op dat moment geen mest worden uitgereden, want het vroor. Boer Harm ging door het lint toen de agent een foto maakte. Niets wijst er op dat agent Bulder een spelletje speelde.’

Harm zegt dat hij bij een volgende confrontatie weg zal lopen.
Rechters: ‘Dan telt u eerst tot honderd.’
Harm: ‘Wel tot duizend.’

De officier van justitie: ‘Bij een poging tot doodslag op een politieagent is een onvoorwaardelijke celstraf het uitgangspunt. De agent zag de mestvork vanuit de hemel op zich neerdalen en dacht dat zijn laatste uur had geslagen. Ik zie dan ook geen reden om van het uitgangspunt af te wijken. Ik eis naast het betalen van de geleden schade van 5,810 euro en 3 eurocent en de verbeurdverklaring van de mestvork een gevangenisstraf van dertig maanden.’

De advocaat: ‘De schrik slaat me om het hart. Met zo’n mestvork sla je niemand dood.’

En boer Harm?
De strijdvaardigheid die hij had meegenomen naar de rechtbank is verdwenen.
Als zijn advocaat probeert te redden wat er te redden valt, lijkt de ernst van de eis langzaam maar zeker tot hem door te dringen.
Het sterke boerenlichaam begint te trillen.
Boer Harm huilt.

Zegt, gebroken: ‘Dat hij mij zover heeft gekregen… Ik heb nog nooit iemand kwaadgedaan.’
En om dat te onderstrepen staat hij op en overhandigt aan de rechters de multomap met daarin 300 handtekeningen van mensen die hem kennen en weten hoe hij echt is.
Ook de tandarts en de postbode hebben getekend.

Rob Zijlstra

.

update – 7 juli 2010 – herinnering
Het bovenstaande verhaal roept herinneringen op aan Mario, een man uit Oost-Groningen die ook lelijk de fout in ging en vervolgens snoeihard werd afgestraft:  Italiaanse buren

.

UPDATE – 19 juli 2010 – uitspraak
De rechtbank ziet het heel anders dan justitie: geen poging tot doodslag en dus ook geen 30 maanden celstraf. Wel een werkstraf van 100 uur en nog eens 100 uur voorwaardelijk voor het slaan. Ook de geeiste schadevergoeding van bijna 6000 euro wordt niet toegewezen. De rechtbank heeft die beperkt tot 300 euro. Hoger beroep is niet uitgesloten. 

HET VONNIS