foto: duncan wijting / dvhn

Problemen in de rechtszaal.
Nu zijn er altijd problemen in de rechtszaal, maar dit maal is er een niet alledaags probleem.
De verdachte wil niet aan de advocaat.
De rechters willen dat wel.

Er waren al eerder problemen met de verdachte.
Joris (45) moest om elf uur ’s ochtends terechtstaan, maar vanuit de gevangenis had hij laten weten niet te zullen komen.
Verdachten zijn niet verplicht hun rechtszaak bij te wonen.
Tot de rechters daar anders over denken.
Dat deden ze en dus werd ’s ochtends een bevel medebrenging afgegeven en werd de verdachte tegen zijn zin uit het huis van bewaring in Ter Apel gehaald en naar Groningen gebracht.

En nu hij daar is, wil hij dus niet dat de advocaat – die hij wel heeft – het woord namens hem voert.
Dat mag.
Sterker nog: advocaten mogen alleen met instemming van de verdachte het woord voeren.

Joris zegt tegen de rechters: ‘Ik wou het vandaag maar simpel houden, dus heb ik geen advocaat nodig.’
De rechters zeggen dat dat heel onverstandig is, omdat hij, Joris, namelijk geen benul heeft van juridische zaken en omdat het vandaag niet simpel gaat worden.
Rechters: ‘Waarom bent u zo onverstandig?’
Joris: ‘Ik wil de zaak graag oplossen en u wilt mij straffen.’

De rechters zeggen dat zij van de Hoge Raad niet zomaar mogen accepteren dat een verdachte geen advocaat wil. Dat de rechters van het hoogste rechtscollege onverstandige verdachten op andere gedachten moeten proberen te brengen.

Dat komt door de Juliën C. die in 2006 in het Brabantse Hoogerheide de 8-jarige Jesse Dingemans vermoordde. C. werd door het gerechtshof in Den Bosch veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf, maar de Hoge Raad haalde daar een streep door.
Reden: de raadsheren van het hof hadden hem onvoldoende gewezen op de risico’s die hij liep door zonder advocaat terecht te staan.

Het is daarom dat de rechters drie kwartier op het probleem Joris inpraten.
De rechters: ‘En als we u niet overtuigen, dan beginnen we opnieuw. Dan gaan we het nog een keer proberen.’

De houding van Joris: jullie doen maar.

Joris is akkerbouwer in Noord-Groningen.
De aardappelen zitten nog steeds in zijn natte land, want Joris is vooral stalker.
Hij stalkt een vrouw en dat doet hij al jaren.
Sinds 2003.
Hij is er meerdere keren voor veroordeeld en verbleef al eens een jaar in een psychiatrische inrichting.
Geholpen heeft het niet.

De deskundigen: Joris is compulsief verliefd.

De rechters vragen: ‘Weet u wat dat betekent? Compulsief?’
Joris haalt de schouders op.
De rechters: ‘U bent dwangmatig verliefd. U bent bezeten.’
Joris: ‘Zij vindt dat ik haar lastig val, ik probeer haar alleen maar te versieren.’
Rechters: ‘Maar ze wil u niet. U stuurt brieven, kaartjes, maar u krijgt nooit, ik zeg nooit, antwoord. Ze wil u niet zien. Ze zegt, donder op man.’

Na lang aandringen – het leek wel stalken – gaat Joris overstag.
Zegt: ‘Doe dan maar’.
Daarmee bedoelt hij de advocaat.
Rechters: ‘Gelukkig.’

Het probleem is hiermee nog niet voorbij.
Joris werd in april dit jaar veroordeeld tot 135 dagen gevangenisstraf en tbs met voorwaarden.
Na de uitspraak kwam hij op vrije voeten, omdat hij op de dag van de uitspraak 135 dagen vast had gezeten.

Toen hij vrij kwam, ging Joris niet het land op om te zaaien of te oogsten, maar hij ging onmiddellijk weer op de versiertoer.
Hij bezocht evenementen waar ook de vrouw aanwezig is.
Droeg daar T-shirts met teksten als ‘ter beschikking van…’.
Al snel wordt duidelijk dat hij ook in de cel niet stil heeft gezeten.
Een hele serie brieven en kaartjes hadden de gevangenis verlaten.
Die brieven en kaartjes gingen niet alleen naar de vrouw, maar ook naar verenigingen waar zij actief is, naar de politie, naar RTV Noord, naar Dagblad van het Noorden.

’t Is ook daarom dat de rechters zo aandringen.
De rechters: ‘Omdat wij denken te weten wat de officier van justitie gaat eisen.’
De rechters denken dat dat een tbs met dwangverpleging is.
Dat is een verpleging die gemiddeld genomen een jaar of tien duurt en steeds vaker nooit tot een einde komt.
De rechters: ‘Er staat voor u gigantisch veel op het spel’
Joris: ‘Ja, mijn toekomst.’

De officier van justitie komt niet met de eis.
De advocaat – die nu mag praten – stelt voor om Joris eerst nog eens goed te laten onderzoeken.
In het Pieter Baancentrum bijvoorbeeld.
Dan kan de beste diagnose worden gesteld en daar heeft ook Joris belang bij.
De rechters zullen dan wel een bevel observatie moeten afgeven.

De rechters knikken.
Een deskundige zegt dat dat best een toegevoegde waarde kan hebben.
De officier van justitie uit grote twijfels, maar gaat niet dwarsliggen.

De rechters: ‘Gaat u meewerken aan zo’n onderzoek?’
Joris: ‘Ik heb geen keus.’
Rechters: ‘U gaat dus niet meewerken’
Joris: ‘Pff, sluit me dan maar op.’

De rechters, in een ultieme poging: ‘Het is uw laatste kans. U zit op een schip en stevent hard af op de Van Mesdagkliniek. Er lijkt geen houden meer aan. En als je daar eenmaal zit, in de Van Mesdag, dan kom je daar moeilijk weer uit. Een onderzoek in het Pieter Baan is uw laatste reddingsbootje. Nou? Wat doen we?

Iedereen kijkt nu naar Joris.
Hij krabt aan zijn kin.
Peinst.
En zegt dan: ‘Ik ben geen visser, ik heb geen bootje. Ik ben boer, ik heb een tractor.’

Het bevel observatie wordt gegeven.
De strafzaak wordt aangehouden en Joris wordt teruggebracht naar de gevangenis in Ter Apel.

Dit alles speelde zich maandag af in zittingszaal 14.
Dinsdagochtend belde Joris met de krant.
Hij wil niet naar het Pieter Baancentrum.

Rob Zijlstra

 

UPDATE – 12 juli 2011 – voortzetting
Joris is onderzocht in het Pieter Baancentrum en daar is van alles vastgesteld wat niet goed is. De stoornis – op het autistische spectrum – is echter nauwlijks te behandelen, zo hebben de deskundigen aan de rechtbank gemeld.  Het openbaar ministerie heeft op 12 juli 2011 in een nieuwe zititng TBS met dwangverpleging geeist. Joris is niet gewelddadig, maar vormt een gevaar voor de psychische gesteldheid van zijn slachtoffers, zo redeneerde de officier van justitie.

De rechter probeerde opnieuw de man te laten inzien dat zijn gedrag zinloos is. ‘Ze wil u niet. U bent een akelige man.’
Uitspraak op 25 juli 2011