Gedoe in Veendam.
Op een maandag komt er om tien voor tien ’s avonds bij de politie een melding binnen.
Iets over een vernield tuinhekje in een straat.
De politie kent de straat en haar bewoners wel, rukt uit, bekijkt het vernielde hekje en noteert wat Arie zegt.
Arie zegt dat Klaas en zijn pitbull het hebben gedaan.
De agenten knikken en gaan weer andere dingen doen.

Om half elf komt er opnieuw een melding en ditmaal klinkt het ernstiger: er is iemand neergestoken.
Als de agenten voor de tweede keer ter plaatste komen, zien ze Klaas op de grond zitten.
Hij is gewond en bloedt.
Klaas zegt dat Arie hem heeft neergestoken.
Hij weigert met de ambulance mee te gaan.

Arie wordt aangehouden in de woning van zijn ouders waar hij op dat moment verblijft om zijn zieke vader te verzorgen.
Arie: ‘Ik heb me niet verzet.’

In de ouderlijke woning van Arie worden negen dolken gevonden met daarop hakenkruisen.
Arie, die had gehoopt dat het in mei 1945 anders was verlopen, verzamelt dat spul.
Snel onderzoek leert de politie dat met geen van de dolken is gestoken.
Nader onderzoek brengt een zwaard boven water, verstopt in een bergkast.

Het wapentuig wordt in beslag genomen.

Arie ontkent.
Hij zegt dat hij wel met het zwaard heeft gezwaaid, maar er niet mee heeft gestoken.
‘Ik wilde niet steken, maar dreigen.’
Het zou kunnen dat Klaas in het zwaard is gelopen, maar ook dat lijkt hem niet echt aannemelijk.
‘Als ik hem had geraakt, dan had ik hem ook goed geraakt, want zo’n zwaard ontloop je niet.’

Aanleiding van het gedoe die maandagavond in Veendam is een conflict van drie maanden eerder.
De vriendin van Klaas reed op haar fiets over het trottoir. Plots was daar de herdershond van Arie, waardoor vriendin met fiets viel.
Laptop stuk.

De kwestie is nooit uitgepraat, omdat er met Klaas niet veel valt te praten.
Zegt Arie.
‘Klaas is altijd dronken.’

Die avond zou Klaas weer eens schreeuwend op straat hebben gestaan.
Samen met zijn pitbull
Arie: ‘Met zijn shitbull.’

Er vallen lelijke woorden, beledigingen en een paar klappen, ook op het hoofd van Arie.
Arie: ‘De stoppen sloegen me door.’
Hij gaat naar binnen om even later – blind van woede – terug te keren.
Met het zwaard.

Arie: ‘Het is een heel bijzonder zwaard. Het is een origineel Hermann Göring-zwaard. Er is er maar één van op de wereld.’

Rechters: ‘Hoe komt u aan dat zwaard’
Arie: ‘Kopen. Zoals je een auto koopt.’
Rechters: ‘Hoeveel heeft u er voor betaald?’
Arie: ‘Hoeveel heeft u voor uw auto betaald?
Rechters: ‘..’
Arie: ‘Het is een kostbaar zwaard.’

Hij geeft toe, hij had er mee gezwaaid.
Hij had het zwaard ook op Klaas gericht.
‘Maar ik heb hem niet gestoken.’

De rechters houden foto’s omhoog met daarop de buik van Klaas.
Er is een kleine steekwond op te zien.
Hoe dat dan kan?

De advocaat van Arie heeft het antwoord: dat heeft Klaas waarschijnlijk zelf gedaan.
Om op die manier Arie in de problemen te brengen, wat nog gelukt is ook: Arie zit al bijna vier maanden vast op verdenking van een poging tot moord.

Officier van justitie Oebele Brouwer zegt dat hij lang heeft zitten wikken en wegen.
Zegt dat hij er geen poging tot moord meer in ziet.
Zegt dat hij wel inziet dat Arie handelde in blinde woede.
Ook wil hij rekening houden met het gedoe met dat tuinhekje en dat Klaas dronken en vervelend op straat stond lelijke dingen te roepen, niet voor het eerst.
Maar dat Arie door met een wapen op de proppen te komen, wel de strafrechtelijke grens is overgegaan.

Officier Brouwer: ‘Ik ga voor de poging tot doodslag. En die zijn er in soorten en maten. Je kunt op iemand schieten en missen, je kunt iemand hard op het hoofd slaan. Dit geval, dit bijzondere geval, zit daar weer onder.’

En daarom eist de officier van justitie vier maanden cel.
Dat is de periode die over twee weken (bij uitspraak) gelijk zal zijn aan de tijd die Arie dan heeft vastgezeten.
Daarnaast zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf van 240 uur.

Er zijn verdachten in zittingszaal 14 geweest die het in soortgelijke situaties minder troffen.
Arie zegt desgevraagd en opgelucht dat hij gezond van lijf en leden is en dat een werkstraf dus geen probleem zal zijn.

Maar het wordt voor hem nog mooier.

Wat doen we met het in beslag genomen Hermann Göring-zwaard, vraagt de officier van justitie hardop en aan zichzelf.
Hij antwoordt: ‘Ik ben van mening dat verdachte het zwaard terug kan krijgen. Ik snap geen bal van zijn obsessie, maar het zwaard, onderdeel van een verzameling, heeft voor hem wel een heel bijzondere waarde.’

Zo uniek misschien dat zwaard, zo bijzonder mag de visie van de officier van justitie in deze heten.
Goederen die zijn gebruikt bij de misdaad worden vrijwel altijd verbeurdverklaard.
Wapens worden altijd onttrokken aan het verkeer, zoals dat dan heet.

En de negen in beslag genomen dolken met hakenkruisen?
De officier van justitie: ‘Daar moeten we maar een aparte procedure voor beginnen.’

Arie glundert.
Misschien denkt hij nu wel met zijn obsessies dat de democratie ook een paar goede dingen heeft voortgebracht.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 27 december 2010 – uitspraak
De rechtbank ziet het anders. Arie krijgt dat rare zwaard niet terug. Het misdrijf dat er mee is gepleegd is te ernstig, zo luidt het oordeel van de rechtbank. Daarom is ook de straf hoger dan de eis. Arie is veroordeeld tot 12 maanden celstraf waarvan de helft voorwaardelijk. Kwalificatie: een poging tot doodslag.

In dit soort zaken is het – naar mijn mening – meer dan wenselijk dat de rechtbank het vonnis publiceert, opdat iedereen kennis kan nemen van de overwegingen van de rechtbank.  Helaas doet de rechtbank Groningen dit niet. Reden: geen tijd, geen mankracht. Mijn idee: weer een gemiste kans.