Goed idee

Hereweg, Groningen - 3 augustus 2009

Zittingszaal 14 was maandag niet de meest prettige plek voor voetgangers, fietsers en automobilisten.
En ook niet voor Groninger studenten, of hun ouders.
De rechtbank Groningen deed een dagje verkeerszaken.
Het is best een goed idee dat je na het geslaagde rijexamen pas je rijbewijs in ontvangst kan nemen na een bezoek aan zo’n rechtbankdag.

Zij was een vrouw van 34 jaar, vol levenslust en plannen.
Met haar man dreef ze een restaurant in de stad.
Daarnaast volgde ze een studie.
Die avond zouden ze hun verjaardagen vieren en daarom hadden ze zestig vrienden en kennissen uitgenodigd.

Hij is een man die vorige week 48 jaar is geworden.
Een gewone man, met een zoon en hertrouwd en al jaren is hij taxichauffeur.
Zijn rijbewijs is 26 jaar oud.

Op 3 augustus 2009 kwamen deze vrouw en deze man elkaar tegen.
Zij stak met de fiets aan haar hand het zebrapad over.
Hij reed vijftig, het was zijn tweede rit die ochtend en hij zag haar niet.

Zij werd vijf weken lang in het ziekenhuis in slaap gehouden, terwijl artsen vochten voor haar leven.
Dat is op het nippertje gelukt.
Maar kinderen zal ze nooit kunnen krijgen.
Ze ruikt ook niets meer, proeft niets en haar gezichtsvermogen is sterk verminderd.
Ze kan inmiddels wat lopen, een meter of tweehonderd.
Maar haar moedertaal is ze kwijt, en lezen gaat niet.
Artsen denken dat de revalidatie nog zeker vijf jaar zal voortduren en dat ze nooit meer zal worden wie ze was.
Tegen de rechters: ‘Ik ben geen mens meer, mijn hoofd is niet meer mijn hoofd.’

De taxichauffeur zegt dat hij een verkeerde inschatting maakte.
Hij reed over de busbaan, richting de Herebrug.
Hij zag een rij auto’s stilstaan, maar schatte in dat die daar stilstond omdat het voorste voertuig misschien wel linksaf wilde slaan, de Vechtstraat in.
Dat de auto’s daarom op de Hereweg stilstonden.

Maar dat was niet zo.
De auto’s stonden stil omdat een vrouw met een kinderwagen over het zebrapad liep.
En ook voor de vrouw die daar achter aan liep, met de fiets in haar hand.
Hij reed vijftig.
De fiets van de vrouw wordt door de klap veertig meter weggeslingerd.

Hij zegt dat het vreselijk is.
Hij zegt dat hij heel graag aan de familie zou willen vertellen hoe erg het hem spijt.

De officier van justitie zegt dat je in het verkeer niets moet aannemen.
Dat als je het niet zeker weet, dat je dan je rijgedrag moet aanpassen.
Dat deze beroepschauffeur na dit vreselijke ongeluk nog een keer een boete heeft gehad voor een snelheidsovertreding.
Hij: ‘Een flitspaaltje.’

De officier van justitie zegt dat hier sprake is van artikel 6 van de Wegenverkeerswet en dat er sprake is van een grove verkeersfout, van een misdrijf.
Maar dat geen enkele straf recht doet.
Ze eist een werkstraf van 140 uur en een rijontzegging van een jaar.
Ze zegt dat justitie beseft dat een taxichauffeur met een rijontzegging zijn baan kwijtraakt.
Maar dat dat niet opweegt tegen het leed.

Het is 21 december 2007.
Koen was op stap geweest en fietste tegen vijf uur ’s ochtends naar huis, over het fietspad langs de Stationsstraat.
Fred doet ongeveer hetzelfde, ook hij gaat naar huis, maar dan met zijn gele Ford Escort.
Hij rijdt over de Stationsweg.
Tussen de rijbaan en het fietspad ligt een verhoging van beton.
Koen slingert, Fred heeft die avond voor die vroege ochtend een glas bier gehad en in de disco één glas wijn.

Hij ziet iemand fietsen en zegt tegen de rechters dat hij alert was omdat de fietser zigzagde, wat schommelde op die fiets.
Hij denkt dat de fietser ter hoogte van de Museumbrug, bij de oversteekplaats voor fietsers, misschien wel linksaf de rijbaan op zal rijden.
Hij vermindert daarom zijn snelheid.
Maar de fietser rijdt rechtdoor.
Fred geeft wat gas bij.

Ineens, zegt hij, een schim.
En geen tijd om te remmen.

‘Fietser ernstig gewond’ , stond de dag er na  in de krant.
Koen, 21 jaar, student aan de kunstacademie, overlijdt drie dagen later in het ziekenhuis.

Fred had voorrang die Koen had moeten verlenen.
Misschien dat Fred toch te hard heeft gereden.
Dat had een taxichauffeur die getuige was, gezegd.
Maar de politie had een analyse van het ongeluk gemaakt en was tot de conclusie gekomen dat de snelheid niet meer kan worden achterhaald.
Omdat het botspunt niet vastligt.
En er geen remsporen zijn.

Het openbaar ministerie besloot Fred niet strafrechtelijk te vervolgen.
Omdat schuld niet kon worden vastgesteld.
De ouders van Koen waren het hier niet mee eens en dienden met succes een klacht in bij het gerechtshof. Dat bepaalde dat Fred alsnog voor de rechters moest verschijnen.

Ruim drie jaar na dato gebeurde dat vandaag.
Dat dat zo lang heeft moeten duren, zegt de officier van justitie, komt omdat wij het niet goed hebben gedaan.

De ouders lezen in de rechtszaal twee verdrietige brieven voor.
Ze zeggen dat zij levenslang hebben.
Ze vertellen over hun lege leven en dat van de zus van Koen, dat na dit vreselijke ongeluk alles ineens anders is.
Veel van wat ze zeggen verdrinkt in hun tranen.
Naast hen – op anderhalve meter – zit Fred.
Ook hij huilt.

De officier van justitie zegt dat ‘we het niet weten’, dat nooit helemaal duidelijk zal worden hoe het ongeluk heeft kunnen gebeuren.
Dat artikel 6 daarom niet bewezen kan worden, wel artikel 5, een overtreding.
Omdat Fred het verkeer met zijn auto in gevaar heeft gebracht.
Ze eist een geldboete van 750 euro en een voorwaardelijke rijontzegging van vier maanden.

Fred zegt dat hij kan begrijpen dat de ouders hem voor de rechters hebben willen brengen.
Tegen de rechters zegt hij dat als ‘u mij veroordeelt, met alle respect, dat u dan een onschuldig iemand veroordeelt.’

Het is 20 december 2008 als Bas, student rechten, naar huis fiets.
Hij heeft gedronken.
Zes bier in de stad, en daarvoor, thuis, ook al wat.
Hij denkt dat hij, zonder licht rechts van de weg fiets, maar hij fietst, zonder licht, links.
Hij ziet haar niet.
De twee fietsers knallen frontaal tegen elkaar aan.

Zij is ernstig gewond, maar dat heeft niemand op die vroege regenachtige ochtend in de gaten.
Zij ligt daar maar, met haar hoofd half onder een geparkeerde auto te wachten op de ambulance die niet komt.
Een studente geneeskunde passeert bij toeval en ontfermt zich over de jonge vrouw.
Bas belt ondertussen aan waar hij kan, hij wil een dekentje voor zijn slachtoffer.

Als de vrouw eindelijk in het ziekenhuis belandt, denken ze daar dat het de zoveelste dronken studente is.
Aan de rechters schrijft ze: ‘Ik werd er respectloos behandeld’.

De officier van justitie eist een werkstraf van tachtig uur.
Bas zegt dat hij geen misdadiger is, dat hij het niet met opzet heeft gedaan.
De rechters zeggen dat het daar ook niet om gaat, om opzet.
Het gaat om schuld.
De officier: ‘U bent aanmerkelijk onvoorzichtig geweest, u had gedronken en voerde geen verlichting.’

De vrouw is haar tanden kwijt, haar bovenkaak gebroken.
Zij ondergaat al twee jaar lang de meest nare bezoeken aan tandheelkunde.
Operatie na operatie.
Nog zeker een jaar, nog altijd pijn.
Hij had haar een brief geschreven, maar zij wil niets van hem weten.

Na zo’n rechtbankdag gaat iedereen uit de rechtszaal op zijn en haar manier naar huis.

Rob Zijlstra

.

strafbare feiten: artikel 5artikel 6artikel 8 van de Wegenverkeerswet

.

UPDATE – 7 februari 2011 – uitspraken
De taxichauffeur is veroordeeld tot een taakstraf van 140 uur. Daarnaast is hem een rijontzegging opgelegd van 12 maanden waarvan de helft voorwaardelijk. Dat hij als beroepschauffeur dit ongeluk heeft veroorzaakt, wordt hem extra zwaar aangerekend.
Bas is schuldig aan het fietsongeluk en moet voor straf 60 uur werken.
De strafzaak tegen Fred is aangehouden. De rechters voelen zich onvoldoende geïnformeerd om een oordeel te kunnen vellen. Er is nader onderzoek gelast naar de ‘meest waarschijnlijke snelheid’. Ook is gevraagd of een deskundig op grond van de beschikbare informatie iets kan zeggen over de oorzaak.

 

UPDATE – 25 oktober 2011 – voortzetting
Voortzetting van de strafzaak tegen Fred. Het nadere onderzoek heeft geen nieuwe informatie opgeleverd. De meest waarschijnlijke snelheid zou 71 kilometer per uur zijn geweest,  maar duidelijkheid hierover is er niet. Minder dan vijftig, zoals Fred zegt, kan ook. De rechtbank doet op 7 november uitspraak.


11 comments

  1. En voor de fietsers wil ik aanraden ipv te roepen: ‘wat is dit’ voortaan het stuur om te gooien en daarbij evt vrijwillig plat te gaan. Als het dan toch moet.

  2. Rob, inderdaad een goed idee om hier meer aandacht aan te schenken en dit onderdeel te maken van een rijopleiding. Bij verkeersongevallen zijn er alleen maar slachtoffers en verliezers. Niemand heeft de bedoeling een ander te verminken of te doden. Maar het gebeurt wel en het verlies is er niet minder om.
    Een kennis van me is zijn moeder kwijtgeraakt toen een automobiliste zonder nadenken haar portier opende, net toen de moeder langs fietste. Een fractie van een seconde, maar iemand is daardoor wel overleden.
    Om deel te nemen aan het verkeer heb je niet alleen vaardigheden nodig, maar ook een bepaalde houding, het besef dat een seconde onnadenkendheid of 1 verkeerde aanname vreselijke gevolgen kan hebben. En daar wordt nu amper aandacht aan besteed in de rijopleiding.

  3. Natuurlijk heb je daar wel een bepaalde houding voor nodig en een seconde onoplettendheid en een verkeerde aanname kan vreselijke gevolgen hebben. Natuurlijk. Maar dit verwacht je toch niet te leren in een rijopleiding? Dit rijgedrag, daar ben je toch zelf verantwoordelijk voor? En hoe kom je erbij dat men daar aandacht aan moet besteden tijdens dit soort rijopleiding?

  4. Tijdens mijn rij opleiding kreeg ik meerdere malen te horen dat als ik voorrang heb, ik ook voorrang moet nemen.

    Nu na 12 jaar mijn rijbewijs en heel veel kilometers vind ik dat 1 van de slechtste adviezen die je maar kan krijgen. Het blijft een kunst om in te schatten of de andere bestuurder alert is en op de hoogte van de voorrangs regels.

  5. Hier zijn alleen maar verliezers en het erge is: het kan dus iedereen overkomen.
    Als automobilist en als fietser denk ik regelmatig: “pffft, hier kom ik goed weg”, soms als (bijna) slachtoffer en soms als (bijna) dader. Nooit opzettelijk maar bijna altijd: stom (achteraf)!

  6. Ik ben zeker niet roomser dan de paus… Ook ik ben Taxi chauffeur en kan u verzekeren dat het rijden in Groningen , met welk vervoermiddel dan ook, niet altijd een pretje is. Hoe goed we ook ons best doen, hoe goed we ook proberen te kijken en alert te zijn… een “foutje” is gauw gemaakt. Niet alleen door Beroepschauffeurs. Rijd of loop op een zaterdagnacht eens door de stad en verwonder u over te hardrijdende taxi’s, fietsers zonder verlichting, voetgangers die zonder te kijken (al of niet met de mobiel aan het oor) over steken. Ga eens kijken in de Oosterstraat en de Gelkingestraat, waar (brom-)fietsers je tegemoetkomen bij bosjes. Waar stappers de weg versperren of om de dranghekken bij Kokomobeach moeten lopen (midden de straat op)de Politie zou eens strenger op mogen treden tegen overtreders, maar dat schijnt ondoenlijk te zijn. Allen maken wij, als mensen, regelmatig fouten en foutjes. Als beroepschauffeur maak je veel kilometers, het gevaar van insluipende routine is aanwezig. Een vooroordeel is gauw gemaakt, gelukkig zijn er bekwame rechters in Nederland.
    Ik ben een mens, voetganger, fietser, motorrijder, automobilist en daarnaast ook nog eens taxi chauffeur. Hij zonder zonden werpe de eerste steen.
    Ik wens de familie en nabestaanden van de slachtoffers, maar ook de veroordeelden heel veel sterkte met datgeen u allen overkomen is.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s