Het zou de nachtmerrie moeten zijn voor iedereen die aan het verkeer deelneemt, voor automobilisten in het bijzonder: artikel 6 van de Wegenverkeerswet.
Dat klinkt wat suf, maar wie zich schuldig maakt aan dit artikel 6, maakt zich schuldig aan een misdrijf.

Artikel 6 zegt vrij vertaald dat het verboden is je in het verkeer zo te gedragen dat door jouw schuld een verkeersongeluk plaatsvindt waardoor een ander wordt gedood of zwaar lichamelijk letsel oploopt.

Het is een akelig en gemeen artikel: het misdrijf wordt meestal in een fractie van een seconde gepleegd.
Maar de gevolgen zijn onomkeerbaar en zullen ook nooit meer verdwijnen.
Vaak zeggen verdachten in de rechtszaal dat ze de klok zouden willen terugdraaien.
Als dat kon.
Maar dat dat niet kan.

Bijna altijd vertellen verdachten tegen hun rechters dat ze het niet met opzet hebben gedaan.
Dat ze niet hebben gewild wat er toch is gebeurd.
Maar zo eenvoudig is het niet, zo gemakkelijk kom je er niet mee weg.

Want je kunt volgens de wet iets zonder opzet doen en toch schuldig zijn.
En hartstikke strafbaar.
Geen opzet betekent niet dat er geen sprake is van verwijtbaarheid.

Je stapt in de auto, misschien wel een paar keer per dag, cd’tje er in, andere zender, telefoontje, routine, beetje haast, beetje gas en al jaren schadevrij.
Ineens is daar die fietser, een voetganger die je in die fatale fractie van een seconde nooit hebt gezien.
Maar de fietser, de voetganger, die was er wel.
Die kwam niet uit de lucht vallen.
Als je niet ziet wat er wel is, dan heb je niet goed gekeken.
En dat is verwijtbaar.

Dat is wat artikel 6 zegt.

Het artikel kent drie gradaties van verwijtbaarheid.
Je kunt roekeloos zijn geweest, bijvoorbeeld door sneller te rijden dan mag of verantwoord is.
Je kunt ook  ‘aanmerkelijk onvoorzichtig’ zijn geweest.
Het telefoontje.
Of heel simpel, eventjes onoplettend, even afgeleid.
Het blijft een misdrijf.

Op 12 juni spelen twee vriendinnetjes, twee meisjes van tien jaar, bij de brug aan de Rietgors, in de waterrijke woonwijk Langebosch in Wildervank.
Kinderen spelen daar vaker, want de plek nodigt uit om er onbekommerd te spelen.

De stenen brug bolt.
Wie aan komt rijden, heeft geen zicht op de andere kant.
En terwijl de meisjes er spelen, komt de dan 21-jarige Robert aangereden in zijn auto. De twee meisjes worden geschept.
Floortje overlijdt ter plaatse, vriendinnetje Sanne-Mei vier dagen later in het ziekenhuis.

De politie heeft een reconstructie van het ongeluk uitgevoerd om de toedracht te achterhalen.
Robert, zegt het openbaar ministerie nu, heeft te hard gereden, dan wel heeft hij zijn snelheid onvoldoende aangepast aan de situatie.
En hij had een zodanige zithouding dat hij onvoldoende zicht had op het weggedeelte, direct achter de brug.

De weg naar het bruggetje toe, is breed, lang en recht en nodigt niet uit tot het rijden met dertig kilometer per uur.
Direct achter het bruggetje houdt de weg op, verandert de weg in een weggetje, in een lus rond parkeerplaatsen.

Het openbaar ministerie zegt dat Robert zeer goed van de plaatselijke situatie op de hoogte is geweest en dus ook kon weten dat daar vaak kinderen spelen.
Want hij woont daar.

De rechters zullen maandagochtend in de rechtszaal zeggen dat wat zij er ook van vinden, straks bij de uitspraak over veertien dagen, het een feit is dat er iets vreselijks is gebeurd op die 12e juni.
Een vreselijk drama, voor de ouders, de familie, de vrienden, ja voor iedereen.
Maar dat dat ook geldt voor de jonge verdachte die ook verder moet met zijn leven.

Aan deze jonge verdachte zal worden gevraagd wat hij die dag heeft gedaan en wat de dag daarvoor.
En hoe hij zich toen voelde.

Tegen de rechtszaal, tegen de aanwezigen, zullen de rechters zeggen dat het vandaag draait om een strafzaak en dat er details moeten worden besproken die pijnlijk zijn om te horen.
Dat ze het daarom niet erg vinden als mensen de rechtszaal even willen verlaten.
Dat ze dat dan gewoon moeten doen.

Nabestaanden zullen misschien wel een verdrietige slachtofferverklaring voorlezen.
Het zal dan ongemakkelijk stil worden in zittingszaal 14.
De verdachte zal het hoofd buigen, wil dan ter plaatse het liefst door de grond zakken.
Maar ook dat kan niet.

De officier van justitie zal, voordat zij een strafeis formuleert, refereren aan die verdrietige verklaring om vervolgens iets zeggen in de trant van dat geen straf recht doet aan wat er is gebeurd.
Maar dat er, indien bewezen, wel een straf moet volgen.

Meestal volgt dan een eis tot een taakstraf in combinatie met een rijontzegging.
Dat Robert met zijn toen 21 jaren een beginnende bestuurder is, zal een rol spelen.

De lichtvoetigheid waarmee wij onze auto’s soms van A naar B sturen, staat altijd in schril contrast met het immense verdriet dat bij dit soort strafzaken in de rechtszaal voelbaar is.

Ik ben er zondagmiddag even, voorzichtig, naar toe gereden.
Om er te kijken en om te zien.
Om de kille feiten die maandagochtend tijdens de rechtszaak in de rechtszaal worden gepresenteerd, beter te kunnen begrijpen.

Het bruggetje is nog steeds een bruggetje en voldoet, zei de gemeente kort na het ongeluk, aan alle veiligheidseisen.
Het bruggetje wel.

Ik zag vlakbij het bruggetje, in het gras rond een boom, ietwat van kleur verschoten windmolentjes staan.
Die zijn daar een half jaar geleden machteloos neergezet, ter nagedachtenis.
En die molentjes draaien maar door.

Rob Zijlstra

.

Het rechtbankverslag staat hier.

De situatie ter plaatse: de Rietgors

Artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994

.

UPDATE – 7 maart 2011 – de strafeis
Het openbaar ministerie heeft vanochtend een werkstraf van 180 uur geëist. Naast de werkstraf is een maand voorwaardelijke celstraf geëist en een rijontzegging van 24 maanden waarvan 8 voorwaardelijk. Volgens het openbaar ministerie heeft Robert vermoedelijk te snel gereden en had hij door zijn zithouding, iets onderuitgezakt, geen goed zicht op de weg. Overigens heeft technisch onderzoek de exacte snelheid niet kunnen vaststellen. De twee slachtoffertjes waren bij de brug, en op het wegdek, aan het spelen met een wave-board. Uit een analyse blijkt dat de automobilist het ongeluk had kunnen voorkomen, aldus het openbaar ministerie. De verdachte zegt daarentegen dat hij de kinderen niet heeft gezien.

uitspraak op 21 maart

.

UPDATE – 7 maart 2011 – filmpje

Op onderstaand filmpje is te zien hoe een (mijn) auto over het bewuste bruggetje rijdt. Zet het filmpje stil bij de 17e – 18e seconde: de automobilist heeft dan een goed zicht op de weg voor hem. De meisjes werden aangereden op 12 meter, berekend vanaf het hoogste punt van het bruggetje. De bestuurder zegt dat hij de kinderen niet heeft gezien. Terechte opmerking (zie hieronder) is dat het filmpje niet exact laat zien wat de bestuurder heeft kunnen of moeten zien. Het geeft een indruk.(het filmpje is zondagmiddag gemaakt).