mangel

Mohamed zegt dat als hij een keuze had, dat hij dan zou vliegen.
Als hij dat zegt, gaan zijn armen alsof het vleugels zijn even de lucht in.
Maar hij kan niet vliegen, hoewel hij eens piloot was.

Mohamed is 43 jaar, maar in dat veel te grote, donkere streepjespak dat hij draagt, lijkt hij al een oude, door het leven getekende man.

Een paar keer vragen de rechters wat hij nou eigenlijk wil.
‘Wat wilt u nou eigenlijk?’
Het antwoord kan hij niet formuleren.
‘Ik geloof nergens meer in’, tolkt de tolk.
Onderwijl wrijft Mohamed met twee handen vermoeid over zijn zwarte gelaat.
Wanhopige grote ogen ook.

Mohamed is een ongewenste vreemdeling die niets heeft.
Hij heeft geen dak, geen geld, geen verzekeringen of pasjes, geen vrienden om mee te praten of grapjes mee te maken, geen mp3-speler, oude schoenen, geen verlopen rijbewijs of een zoekgeraakt staatslot.

Hij heeft geen leven.
En hij heeft, als ongewenst mens, al helemaal niets te willen.

De rechters zeggen dat ze in het dossier hebben gelezen dat hij klem zit, dat hij in de mangel zit van bestuursrechtelijke procedures en dat zijn situatie hopeloos is.
Maar dat het vandaag om een strafrechtzaak gaat.

De officier van justitie zal later aanvullen dat Mohamed in de meest denkbare uitzichtloze narigheid verkeert.
Maar ook dat het feit waarvan hij wordt verdacht, een ernstig feit is.
Een ernstig strafrechtelijk feit.
Dat hij heel veel andere mensen had kunnen meenemen in de dood.
En dat hij daar straf voor moet krijgen.

Mohamed had als piloot gediend in het leger van de Somalische en door de Verenigde Staten gesteunde dictator Siad Barre.
De verschrikkingen die Barre tijdens de voortdurende burgeroorlog aanrichtte, zouden volgens Wikipedia aan 200.000 mensen het leven hebben gekost.
Een jaar na het overlijden van kolonel Barre, in 1995, vluchtte Mohamed als gemankeerde asielzoeker naar Nederland.
Post-getraumatiseerd.

Vijftien jaren probeerde hij bij ons een status te verkrijgen.
Vijftien jaren lang lieten wij hem dat ook proberen.
Maar hoe de politieke wind hier ook waaide, hij kreeg het nooit.
Procedure op procedure volgde en dat maakte dat de mens Mohamed langzaam maar zeker verstrikt raakte in de mangel die maar door en door draaide.

Hij zegt dat het een ongeluk was.
Dat hij het niet expres heeft gedaan.
En dat hij heeft geprobeerd tegen het vuur te vechten.
Ja, zegt de officier van justitie, met kranten en doeken wat niet heel adequaat is, zeker niet voor iemand die is opgeleid tot piloot.
De officier van justitie: ‘Er hing ook een brandblusser.’

De eerste jaren in Nederland verliepen voor hem nog redelijk hoopvol.
Maar na acht jaren tevergeefs procederen, werd de hoop op een nieuw leven steeds kleiner.
Toen zijn vrouw na die acht jaren de keuze maakte hem te verlaten, met de vier kinderen van wie er drie in Nederland zijn geboren, veranderde Mohamed in de oude man waar hij nu op lijkt.
Hij ging drinken om de uitzichtloosheid te benevelen.
Twee keer stond hij vol twijfel langs het spoor met een voortrazende trein.

Maar het leven ging door en zo werd het vanzelf 5 februari van dit jaar.
Zijn nare levensweg vol bureaucratie had hem van Mogadishu in het asielzoekerscentrum in Musselkanaal doen belanden.

Het brandalarm was daar die ochtend in alle vroegte afgegaan en de security had zich onmiddellijk naar kamer 121 op de eerste verdieping begeven.
Toen ze de deur met kracht openden, walmde de rook naar buiten.
Ze zagen vlammen op het gasfornuis.
Veertig tot vijftig centimeter hoog, zei de ene beveiliger.
Vlammen van wel een meter, verklaarde de ander.

Het was een ongeluk, zegt Mohamed.
Hij was al drie dagen aan het drinken, had honger en wilde in een geleend pannetje wat eten klaarmaken.
Onderwijl keek hij naar een herhaling van de immer hoopgevende Matthijs van Nieuwkerk, naar zijn De Wereld draait door.
Tafelheer was Marc-Marie Huijbregts en Bram Moszkowicz was in die uitzending een van de gasten in verband met het o zo belangrijke proces rond Geert Wilders.

Toen de beveiliging binnenkwam en het vuur doofde, riep Mohamed: fuck Obama, fuck Rutte en fuck Nederland.
En hij riep dat hij zelfmoord wilde plegen.
Zijn advocaat zegt: ‘Als de spanning hem te veel wordt, roept hij altijd dat soort dingen. Ik ken hem.’

Mohamed zegt tegen zijn rechters het een ongeluk was.
Dat er ineens brand uitbrak op zijn gasfornuis, dat het doekje waarmee hij het aanrecht altijd schoonmaakte kennelijk vlam had gevat terwijl hij dronken van narigheid was.
Dat hij had geprobeerd het vuur te bestrijden.

Niet geloofwaardig, zegt de officier van justitie.
Het pannetje staat op de pit rechtsachter.
Kijk maar naar de foto.
Dat pannetje staat daar gewoon, alsof er niks is gebeurd.

Het gemene vuur met kranten en doeken brandde op de pit linksvoor.
Dat heeft hij gewoon gedaan.
Nee, als Mohamed het vuur had bestreden, zoals hij beweert, zou het pannetje op de rechter achterpit daar niet zo gewoon hebben gestaan alsof er niks is gebeurd.
Dan had het pannetje wel omver gelegen tussen de pitten.

Oftewel: Mohamed heeft op het fornuis brand gesticht en wel zo dat dit een gemeen gevaar opleverde voor alle 150 andere mensen die in de asielzoekervleugel verbleven, inclusief de baby van de buren.

Een ernstig feit.
Hij had veel andere mensen kunnen meenemen in zijn keuze die ochtend voor de dood.
Straf is daarom gepast en geboden.

Mohamed: ‘Het was een ongeluk, ik deed het niet expres.’
De officier van justitie: ‘Niet geloofwaardig.’
De eis: 18 maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk met als bijzondere voorwaarde toezicht van de reclassering. Misschien dat die nog iets voor hem kan betekenen.

De rechters vragen aan Mohamed of hij de eis heeft begrepen.
Mohamed: ‘Nee.’

Rob Zijlstra

 

UPDATE – 30 mei 2011 – uitspraak
Mohamed heeft zich schuldig gemaakt aan brandstichting. De eis van de officier van justitie vinden de rechters aan de te hoge kant. Het vonnis: 12 maanden celstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk.