In de nacht en vroege ochtend van 23 op 24 februari worden in Groningen, aan het Kraaienest in de stadswijk Lewenborg, twee taxi’s overvallen.
Het is een nacht zoals er zo veel van zijn en het is de zoveelste overval op rij in Groningen.

Het is ook een nacht dat het heeft gesneeuwd.
Het spul ligt overal.

De eerste overval heeft plaats om tien voor drie.
Ze zijn met z’n tweeën.
De ene heeft een sjaal voor het gezicht geknoopt, de andere heeft een zwarte kous over het hoofd getrokken.
De chauffeur wordt bedreigd met een groot mes.
De ene zegt: ‘Ik wil je geld’.
De andere: ‘Ik maak je af.’

De twee gaan er met de zwarte portemonnee met daarin 200 euro, een agenda en een mobiele telefoon vandoor.

De tweede overval, op vrijwel dezelfde plek, wordt een paar uur later gemeld, om 07.29 uur.
De chauffeuse die was uitgestapt om haar klanten welkom te heten, wordt plots bij haar arm gepakt.
Ook zij wordt met messen bedreigd.
Eentje in de zij, eentje tegen het gezicht.

In doodsangst zegt de vrouw dat ze geen geld heeft, dat dit haar eerste rit had moeten worden.
Met vijf euro aan muntgeld, het mobiele pinapparaat en weer een telefoon rennen de ene en de andere weg.

Van de plek waar de twee overvallen zijn gepleegd, lopen voetsporen.
Dat wil zeggen, er zijn schoenafdrukken zichtbaar in de sneeuw.
De sporen lopen zichtbaar naar een woning.
Naar de woning waar Kees woont.

Hij zegt als de politie hem aan de tand voelt dat hij er niets mee te maken heeft.
Hij zegt dat de politie bij Jaap moet wezen, dat die het heeft gedaan.
En bij Mario.
Die heet niet zo, maar zo wordt hij wel genoemd.

In de woning van Kees wordt de zwarte, maar lege portemonnee gevonden.

Kees vertelt dat Jaap en Mario wel bij het thuis zijn geweest en dat ze bij hem aan tafel het plan hadden bedacht.
Ze hadden bier gedronken en toen hadden ze gezegd dat ze die shit gingen doen.
En toen waren ze weggegaan, die twee en even later ook weer teruggekomen.
Ze hadden, nee hij niet, de buit verdeeld.

Jaap wordt diezelfde nacht van straat geplukt en hij bekent, hij zegt dat hij het heeft gedaan met een ander, maar met wie wil hij niet zeggen.

Op basis van de verklaringen van Kees wordt Mario een paar dagen later aangehouden in de woning van zijn moeder.
Daar wordt ook een mes gevonden dat de chauffeuse later zal herkennen als het mes. Ook de zwarte, afgeknipte kous ligt bij moeders.

Het zou ongeveer zo zijn gegaan.
Jaap en Kees hadden die avond samen een hoop halve liters gekocht en opgedronken. Rond middernacht was Mario langsgekomen en toen hadden ze, zonder Kees, die shit gedaan.
Na de eerste overval waren ze met de rode auto van Mario naar de binnenstad van Groningen gereden.
In undergroundclub Shadrak hadden ze hun daad gevierd en de buit omgezet in drank.
Rond zeven uur in de ochtend waren ze weer thuis bij Kees en toen bedachten Jaap en Mario het plan om nog een taxichauffeur te overvallen.

Dat werd de chauffeuse.

In de rechtszaal zit Jaap, die 29 jaar is, er bij alsof hij het allemaal wel best vindt.
Hij heeft het gedaan, is gepakt.
Klaar.
Hij zegt dat hij wel met de slachtoffers wil praten.
Als die dat willen.

Toen hij op een dag 18 jaar was geworden, ontvluchtte hij zijn ouderlijke woning waar hij zijn slechte jeugd had doorgebracht.
Hij was militair geworden en werd uitgezonden.
Terug in Nederland was hij een ander mens.
Hij vulde zijn lege dagen met drank.
Ook in de rechtszaal wil hij de naam van Mario niet noemen.

Mario, 24 jaar, zit naast hem.
Bij de politie had hij zich beroepen op het zwijgrecht.
Hij had gezegd dat hij zijn verhaal wel zou doen bij de rechter.

De rechters: ‘Nou, vertel.’
Mario: ‘Ik heb er niets mee te maken.’

Hij was die avond wel even bij Kees thuis geweest, was ook met Kees en Jaap naar de kroeg gegaan, maar daarna was hij naar huis gereden.

De rechters: ‘De schoenafdrukken in de sneeuw. De politie zegt dat de afdrukken overeenkomen met de zolen van uw schoenen, met uw Nikes.’
Mario, verontwaardigd: ‘Er lopen heel veel mensen met die schoenen.’

De rechters: ‘De zwarte, afgeknipte kous. Het mes. Die zijn bij u thuis aangetroffen.’
Mario: ‘Ik ben vast niet de enige met zo’n mes. En er bestaan miljoenen zwarte kousen.’

De rechters: ‘Met een van de buitgemaakte telefoons zijn kort na de overval twaalf gesprekken gevoerd met ene Jeanette. Dat is uw vriendin. Wie belt er nou ’s nachts twaalf keer ’s met uw vriendin?’
Mario, kregelig: ‘Geen idee.’

De rechters: ‘Kees.’
Mario: ‘Ach Kees. Die zit onder de alcohol en de snuif. Die ziet zo veel dingen. Misschien neemt hij iemand in bescherming.’

De bekennende Jaap kijkt af en toe even opzij naar de strijdlustig ontkennende Mario, maar zijn blikken verraden niets.
Hij mag boeten met 42 maanden gevangenisstraf.
Mario, die recidivist is, hoort vier jaar eisen.

Rob Zijlstra

uitspraak op 20 juni

.
extra
Wanneer de buit bedrijfsgeld is, is er sprake van een overval. Daarom worden taxichauffeurs (en maaltijdbezorgers) altijd overvallen en nooit beroofd. Wie fietst en tot stilstand wordt gedwongen en vervolgens z’n eigen zakgeld of geld in de zak moet afstaan, wordt wel beroofd. Een beroving in een woning heet altijd een overval. Maar wie bij de pinautomaat te grazen wordt genomen,  wordt niet overvallen, maar is slachtoffer van straatroof.

Wie de buit zelf aan de rover/overvaller geeft – onder dwang – is slachtoffer van afpersing.
Pakt de  rover zelf het geld – uit de broekzak, een graai uit de kassa – dan is er sprake van diefstal met geweld.

.

UPDATE – 20 juni 2011 – uitspraken
Mario een Jaap zijn conform de eisen veroordeeld tot 48 en 42 maanden celstraf. In het vonnis noemt de rechtbank de twee mannen berekenend die hun daden planmatig hebben uitgevoerd.  Ook heeft de rechtbank laten meewegen dat taxichauffeurs een kwetsbare beroepsgroep vormen.

.