Officier van justitie Eva Kwakman is gespecialiseerd in zedenzaken.
Zij mag haar requisitoir graag beginnen met een feit van algemene bekendheid.

Ditmaal zei ze dat wanneer vrouwen iets willen, zij heel voorzichtig aftasten.
Of het wel kan.
Mannen niet.
Mannen denken, zolang zij geen nee zegt, nou, dan mag het.

Er was geen deskundige opgeroepen om deze man-vrouwbewering in de rechtszaal wetenschappelijk te onderschrijven.
De rechters – in deze zaak twee vrouwen en een man – moeten bij zichzelf te rade gaan.

Aan de orde is een aanranding, gepleegd in de autowasstraat te Winschoten.
De verdachte is rij-instructeur Kees (man).
Het vermeende slachtoffer is leerling Andrea (vrouw).

We schrijven februari 2009 (winter).

Andrea is net achttien jaar geworden en wil snel haar rijbewijs halen.
Bij Kees kan dat.
Bij Kees kan dat gedurende vijf dagen, vijf uur per dag en dan op zaterdag examen.

De eerste dag is er niks aan de hand.
Andrea krijgt een schouderklopje.
Maar op dagen daarna gaat Kees – zegt Andrea – steeds verder.
Hij zit aan haar knie, haar been, wrijft een keer over haar buik.
Ondertussen – zegt Andrea – praat hij over zijn immer vermoeide vrouw in relatie tot zijn seksleven.
Andrea – zegt Andrea – durfde er niets van te zeggen.

Na die hand op de knie had ze een dikke trui met kol aangetrokken en hield zij tijdens het lessen de jas aan.

De dag van het examen komt.
Kees wil er een vlekkeloze dag van maken en voordat ze naar de examinator gaan, rijden ze nog even door de autowasstraat.
Terwijl de auto een beurt krijgt (typisch man), grijpt Kees Andrea in haar kruis, legt hij haar hand met zijn hand in zijn kruis en bestast hij haar borsten.
Zegt Andrea.

Een paar uur later heeft ze haar rijbewijs.
Dat was op 20 februari 2009.

Op 15 juni 2009  doet Andrea aangifte.
Ze deed dat nadat ze op school, in de klas, had verteld wat haar was overkomen.
De klas reageerde geschokt.
Tien maanden later, op 19 april 2010, wordt de moeder van Andrea als getuige gehoord.
Moeder verklaart dat ze een gedragsverandering bij haar dochter had geconstateerd.
En dat ze het ook al zo vreemd vond dat haar dochter de jas had aangehouden tijdens de rijlessen.

Er volgt nader onderzoek.

De politie weet nog drie voormalige leerlingen (vrouw) van Kees op te sporen die vertellen dat het algemeen bekend is in Winschoten en omstreken dat Kees bekendstaat als een man die zijn handen niet kan thuishouden en een vrouw heeft die altijd moe is.

Kees wordt aangehouden.
Hij zegt dat het niet waar is.
Dat hij niet dit soort dingen doet.
Dat hij al 18 jaar rij-instructeur is en nog nooit een klacht als deze heeft gehad.
Ja, hij kende de verhalen over de handjes.
Maar er worden wel meer verhalen verteld, ook over andere instructeurs.
Zegt: ‘Er wordt veel geroddeld.’

Hij zegt tegen de rechters dat hij behoorlijk in de war is geweest van de aantijgingen.
Dat hij direct camera’s in zijn auto heeft laten ophangen, zodat alles wordt opgenomen.

Kees erkent dat tijdens de lessen wel eens persoonlijke kwesties worden besproken.
Hij zegt: ‘Je zit vijf uur samen in de auto, dan praat je niet alleen over voorrangsborden. Maar over seks en mijn vrouw? Nee.’
Hij zegt ook: ‘Ik duw wel eens op een been, omdat er gas moet worden gegeven. Maar dat doe ik ook bij jongens.’

Nu is het een feit van algemene bekendheid dat mannen aan vrouwen zitten.
Soms gaan ze daarna trouwen en soms ook niet.
Het kan dus heel goed dat Andrea de waarheid spreekt en dat deze rij-instructeur in de wasstraat, zoals het wel hoort, beide handen niet aan het stuur had.

In de rechtszaal gaat het er om of de waarheid op wettige en overtuigende wijze kan worden bewezen.

De advocaat denkt zeker te weten van niet, want zo denken advocaten dat weet ook iedereen.
De advocaat was naar de autowasstraat gegaan en de wascyclus van binnenuit opgenomen met een camera en de opnames op zijn laptop opgeslagen.
In de rechtszaal toont hij de beelden aan de rechters.
Zijn constatering: tijdens heel de wascyclus kun je van buiten naar binnen kijken.
Zijn conclusie: dan doe je zoiets niet.
Zijn pleit: vrijspraak.

De officier van justitie ziet het anders.
Andrea wilde haar rijbewijs halen en durfde niets te zeggen.
Ze liet zich de handtastelijkheden welgevallen.
En Kees dacht, man hij is, dat dat kon, omdat Andre dus geen nee zei.

De officier van justitie: ‘Ik geloof haar verhaal.’

Het bewijs: de aangifte.
Die is getoetst en betrouwbaar bevonden.
Het steunbewijs: Andrea heeft aan een vriendinnetje verteld wat er is gebeurd, moeder zei het maar raar te vinden dat ze haar jas had aangehouden en ineens een kol was gaan dragen en de drie verklaringen in het dossier van meisjes die zeggen dat ook zij vinden dat Kees wapperende handjes heeft.

De advocaat: ‘Het was op 17 februari 2009 een heel koude en kille dag.’

De officier van justitie: ‘Het is waar dat deze zaak lang op de plank heeft gelegen. Te lang. Dat komt omdat we prioriteit hebben gegeven aan zware zedenzaken, die kregen voorrang. De lichtere zaken zijn blijven liggen. Maar nu zijn we de oude zaken aan het wegwerken.’

De advocaat wijst nog eens naar zijn laptop en herhaalt: ‘Het personeel van de wasstraat had alles kunnen zien.’

De officier van justitie: ‘Ik had een taakstraf van 200 uur en twee maanden voorwaardelijk celstraf willen eisen. Maar omdat het zo lang, te lang, heeft geduurd, eis ik 150 uur en een maand voorwaardelijk.’

Over twee weken vellen de rechters het oordeel.
Wanneer zij Kees veroordelen, zal dat een oordeel zijn zonder enige twijfel.

Rob Zijlstra

UPDATE – 20 oktober 2011 – uitspraak
De rechters zijn zonder twijfel: Kees heeft zich schuldig gemaakt aan aanranding. De sanctie: een taakstraf van 100 uur en 1 maand vooraardelijke celstraf met een proeftijd van een jaar.

.