Het komt voor dat mensen mij na afloop van een strafzaak aanschieten en dan vragen wat mijn rol in het geheel is.
Ik zeg dan altijd dat ik van de krant ben en stukjes schrijf.

Tijdens de zitting had ze tegen de rechters geroepen dat ze de moeder is van de verdachte.
Of ze ook iets mocht zeggen?
Dat mocht niet van de rechters.
Toen de zitting ten einde was, vroeg ze wat ik daar deed.

Ik zei wat ik altijd zeg.

Daar was de moeder niet blij mee.
Want, zei ze, stukjes in de krant zijn altijd zo negatief.
Terwijl er ook een ander verhaal valt te vertellen.
Ik antwoordde dat ik dat weet, dat achter ieder verhaal weer een ander verhaal schuilgaat.
Maar dat ik mij baseer op wat er tijdens de rechtszaak wordt gezegd.
Anders kan ik wel bezig blijven.

Ze zei: ‘Maar u schrijft wel over mijn zoon en dus ook over mij en ons gezin. U kunt met uw stukjes veel kapot maken.’
Ik zei dat ik mij daarvan bewust ben.
Toen gaven we elkaar de hand en wenste ik de moeder van de verdachte sterkte.
Zij: ‘Maak er maar een positief stukje van.

De zoon van de moeder staat terecht omdat hij wordt verdacht van vier straatroven in Groningen.
Op het Heerdenpad, tussen de Gerrit Krolbrug en de wijk Beijum – beroofde hij in de nacht drie fietsende vrouwen.
De vrouw die zich verzette, werd met een wapen hard in het gezicht geslagen.
De verwondingen zijn in de rechtszaal nog zichtbaar.
De anderen hoefden alleen maar in de loop van het wapen te kijken.

De eerste overval, op 7 juli, leverde een hoop pasjes op, een rode mobiele telefoon van Samsung en zeven euro aan contanten.
Omdat zeven euro te weinig was, werd een uurtje later op dezelfde plek een tweede vrouw beroofd, de vrouw die zich verzette.

Twee dagen later was het opnieuw raak.
Weer veel pasjes, een waardebon van IciParis, een iPad2, dertig euro en nog een Samsung-telefoon.
’s Middags werd in de binnenstad van Groningen een bruine tas uit de handen van een oudere vrouw gegraaid.
Er zat 88 euro in.
De vrouw was gevallen en brak daarbij haar linkerarm.

Kortom, het gaat om heftige berovingen.

Hajo zou je een klassieke straatrover kunnen noemen.
Hij stelde zich, zoals struikrovers dat in de Middeleeuwen al deden, verdekt op in het gewas, wachtte op een geschikt slachtoffer (vrouw) en sprong dan plots tevoorschijn.
Het motief is inmiddels ook klassiek: geld voor drugs.

Op andere punten wijkt Hajo niet af van de gemiddelde straatrover.
Jong, want 21 jaar.
Toen hij het deed, dacht hij er niet bij na (‘ik was me van geen kwaad bewust’).
En nu hij vastzit, opgesloten, heeft hij spijt.

Straatrovers krijgen altijd spijt.

De manier waarop hij tegen de lamp liep, is van vandaag de dag.
Hij maakte mobiele telefoons buit.
En mobiele telefoons zijn, geachte straatrovers, altijd te traceren, ook als jullie er een andere simkaart in doen.
Gestolen telefoons gaan op de tap en zo gebeurde het dat de politie al snel bij Hajo voor de deur stond.
Achter de deur lag her en der de buit.
Op het contante geld en de iPad2 na. Die had hij verpatst voor 200 euro.

In de rechtszaal geeft Hajo alles ruiterlijk toe.
Het wapen had hij een paar jaar geleden in Leer, Duitsland, gekocht, in zo’n winkel waar je die dingen gewoon kunt kopen.
Hij had het wapen gekocht om er mee op schijfjes te schieten, niet met de intentie om er mensen mee te beroven.

Hij had nog een snackbar willen overvallen, maar toen hij naar binnen wilde gaan, bleek de zaak gesloten.

Eigenlijk had het goed moeten gaan met Hajo.
Op school – het Rölingcollege volgens zijn profiel op Facebook – deed hij het goed, want leren is voor Hajo geen probleem.
En hij was goed in sport, zo goed dat hij een talentvol basketballer was met uitzicht op een professionele topcarrière.
Wanneer ik zijn naam noem, zegt de collega van de sportredactie: een basketballer.
En dat hij een hele grote had kunnen worden.

Maar een hardnekkige blessure deed hem eerst aan de zijlijn belanden en toen in de goot.
Daar lagen de drugs.
De laatste jaren had hij per maand 2500 euro nodig om zich staande te houden.
Hajo bleef scoren.

Om te overleven betaalde hij niets.
Hij verdiende geld door mensen via het internet op te lichten.
Op websites die waarschuwen voor oplichters, duikt zijn naam nog steeds op.
Hij had ook een tijdje werk, maar al snel kon hij arbeid en verslaving niet meer combineren.

Hij zat al eens in een afkickkliniek.
Na ruim twee maanden haakte hij af.
Tegen de rechters: ‘In de kliniek werd gedeald. Dan is het vrij lastig om er van af te blijven.’

Zijn moeder had tijdens de zitting tegen de rechters willen zeggen dat de hulpverlening haar zoon heeft laten vallen, dat de hulpverlening heeft gefaald.
Maar dat mocht dus niet.

De officier van justitie prijst Hajo omdat hij volledig opening van zaken geeft en omdat hij zijn verantwoordelijkheid neemt.
Hij wil, hoewel hij dat niet kan, de slachtoffers schadeloos stellen.
De officier van justitie zegt dat het leven van Hajo na die blessure een dramatische wending heeft genomen.

Een van de slachtoffers had gezegd dat zij geen wrok koestert, maar juist medelijden heeft met de dader.

De officier van justitie zegt dat de weg naar het goede, de terugweg, begint met een afstraffing.
Dat moet een gevangenisstraf van vier jaar en zes maanden wezen.

Hajo schrikt van de strafeis.
Hij zegt dat hij wel een lagere straf wil, in de hoop dat de slachtoffers het daar dan mee eens zijn.

Ik begrijp de moeder van de verdachte wel.

Rob Zijlstra

• voor de nachtrust bestemde tijd

UPDATE – 3 november 2011 – uitspraak
Hajo is veroordeeld tot drie jaar celstraf waarvan een jaar voorwaardelijk. Fors lager dus dan de eis. De rechtbank zegt bij het bepalen van de hoogte van de straf rekening te hebben gehouden met de nog jeugdige leeftijd van de verdachte, met het feit dat hij nooit eerder is veroordeeld en omdat hij verantwoordeljkheid neemt.

Moeder was er ook.  Ze zei: en nu moet  hij het zelf doen.

.