Er verschijnen in de zalen van het strafrecht wel verdachten die beweren dat alles de schuld is van de politie.
Dat de politie hen onder druk heeft gezet en dat ze daarom hebben verklaard dat ze het hebben gedaan, terwijl dat niet zo is.
Dat de politie woorden heeft verdraaid.

Rechters vallen doorgaans niet snel van hun stoel van dergelijke opmerkingen.
Beetje druk tijdens een politieverhoor mag.
En politiemensen die bewust woorden verdraaien, dus onwaarheden opschrijven in een proces-verbaal?
Nah, dat doen politiemensen niet.

Het probleem van deze verdachten is dat een woord van een politiemens altijd meer waard is dan die van een sterfelijke burger.
Dit is zo omdat een agent de ambtseed heeft afgelegd.
Een agent heeft gezworen dan wel beloofd dat hij zijn plicht nauwgezet en ijverig zal vervullen.

Dus wanneer een politieagent zegt dat u achter het stuur van uw auto zat te bellen en u zegt dat dat niet zo is, dan zat u toch te bellen.

Rechters moeten politiemensen, helemaal in vredestijd, blindelings kunnen vertrouwen.

Het is 6 maart 2010, zaterdagavond, Groningen.
Buiten is het donker, maar koud is het niet.

Het is ook de verjaardag van Maureen.
Zij is 14 jaar geworden.
Omdat ze jarig is heeft ze vriendinnetjes op bezoek.
Tegen kwart voor negen gaan ze met z’n tienen even naar buiten, misschien wel om te chillen of zo.

Iets verderop in de wijk rijdt ijverig een surveillanceauto van de politie.

Maureen en haar vriendinnen gaan naar het schoolplein.
Daar is een trap en daar kun je op zitten.
De trap ligt vier meter van het voetpad.
Het hek om het plein is veertig centimeter hoog.
De toegang tot het plein is niet afgesloten.

Ze gaan naar het plein omdat de jarige Maureen er tegenover woont.
Bovendien is het ook altijd nog een beetje hun plein; de meiden van bijna allemaal 13 jaar hebben er op de basisschool gezeten.

De surveillanceauto van de politie rijdt nu nauwgezet de Sweelincklaan in.
En stopt.
Twee agenten stappen uit, nemen de situatie in ogenschouw en gaan dan onmiddellijk over tot actie.
Ze zeggen tegen de meiden dat ze nu verdachten zijn en delen mee dat ze niet tot antwoorden verplicht zijn.

Julliette zegt desondanks: ‘Ik wist niet dat je hier niet mocht zijn.’

Maureen zegt dat ze jarig is, dat ze toch niets deden of zo en dat ze ook best wel weg willen gaan.
Maar het is te laat.
Alle meiden krijgen een bekeuring van 60 euro.
In het proces-verbaal schrijft de hoofdagent van politie: ‘Ik zag dat verdachte zich achter de (verbods-)borden bevond.’
De agent schrijft met zijn ambtseed ook op dat er op duidelijk zichtbare wijze borden hangen met de tekst: ‘Verboden toegang, art. 461 W.v.S.’

Einde verjaardagsfeestje.

Twee ouders betalen niet.
Zij vinden het te gek voor woorden.
Een van de vaders gaat ter plaatse kijken.
Dochterlief kan wel meer beweren.
Maar wat?
Niks bordjes met de tekst verboden toegang.
Ja, 25 meter verderop, onder de dakrand aan de gevel van het schoolgebouw.

Vader belt een advocaat en op 31 mei dit jaar zit Julliette in de verdachtenbank bij de kantonrechter.
De advocaat haalt een arrest van de Hoge Raad uit 1927 aan, de kantonrechter zegt dat het niet veel gekker moet worden, meisjes op een verjaardagsfeestje bekeuren omdat ze op het schoolplein zitten.
Julliette wordt vrijgesproken.

Maar daarmee is de zaak niet klaar.
Ook de jarige Maureen heeft de boete niet betaald.
En daarom moest zij afgelopen week – twintig maanden na dato – vrij nemen van school en plaatsnemen in de verdachtenbank.

De officier van justitie kijkt bozig en streng, Maureen gespannen, ze vindt het maar doodeng.
De kantonrechter: ‘Niet zo zenuwachtig doen hoor, we vreten je niet op.’
Hij zegt ook: ‘Laten we niet al te dramatisch doen, want het gaat hier om drie keer niks.’

De officier van justitie zegt ondanks die opmerking dat Maureen strafbaar is.
De advocaat brengt in dat vriendinnetje Julliette in exact dezelfde zaak is vrijgesproken.
De officier van justitie: ‘Er hing een bordje, misschien niet te zien, maar er hing wel een bordje.’

De kantonrechter: ‘Artikel 461, altijd lastig. Wanneer je het bord niet hebt gezien, kun je dan ook geen overtreding begaan?’

De advocaat zegt dat de agent heeft opgeschreven dat de verdachte zich achter het verbodsbord bevond.
En dat is dus niet waar.
Het bordje hangt 25 meter verderop, aan de gevel van de school, ’s avonds in het donker en dan niet te zien.
De agent heeft ambtsedig gelogen, door op te schrijven wat zichtbaar niet waar is.

De rechter informeert naar de inkomenspositie van Maureen.
Maureen: ‘Ik krijg zak- en kleedgeld.’

De officier van justitie eist namens ons een boete van zestig euro, maar die geheel voorwaardelijk met een proeftijd van een jaar.
Vrijspraak, pleit de advocaat.

De kantonrechter zegt dat hij nu ook wel kan roepen dat het niet gekker moet worden.
Maar dat het nu eenmaal zo is dat wanneer het justitiële circus in gang is gezet, er dan geen houden aan is.
Dat Maureen zich niet kan beroepen op ‘ik heb geen bordje gezien’.
Resteert de vraag: hing er wel een bordje?

De rechter besluit de strafzaak aan te houden om de agent die het beweert, op te roepen om tekst en uitleg te komen geven.

Wordt vervolgd, want het wordt misschien nog wel veel gekker.

Rob Zijlstra

.

 overtredingen betreffende de veldpolitie

.

UPDATE – 10 februari 2012 – het vervolg
Maureen is veroordeeld, zij het met de hakken over sloot, sprak de kantonrechter die hier aan zou hebben toegevoegd dat het recht niet altijd eerlijk is. Zou, omdat ik deze keer, anders dan de vorige keer, niet bij de zitting aanwezig mocht zijn (jeugdstrafrecht is niet openbaar).  De straf: een boete van 60 euro, geheel voorwaardelijk.  Een verslag volgt