Vrije ge- en verdachten

Wanneer de rechters de rechtszaal verlaten en neerstrijken in de raadkamer, kijken ze elkaar aan.
De jongste rechter zucht.
De oudste kijkt hem veelbetekenend aan.
Moeilijke beslissing jongens, zegt de voorzitter, maar ze zullen het vast wel begrijpen.

De jongste rechter vraagt zich dat af.
Voorzichtig: ‘Moeten we dit niet uitleggen?’
De voorzitter: ‘Hoe bedoel je?’
De jongste: ‘Nou uitleggen waarom wij besloten hebben de twee verdachten naar huis te sturen, terwijl ze wel verdachten blijven. Misschien vindt de samenleving dat raar.’
Voorzitter: ‘Tja, daar zeg je wat.’

De oudste rechter pakt ondertussen zijn spullen bijelkaar.
Zegt: ‘Jongens, jullie zoeken het maar uit. Ik ga naar huis. Me dunkt dat dit meer op de weg ligt van het openbaar ministerie.’
De jongste rechter: ‘Welnee. Het openbaar ministerie meldt alleen maar wanneer er verdachten worden opgepakt, nooit wanneer ze worden vrijgelaten. Ze kijken wel link uit.’

De oudste rechter geeft de voorzitter een ferme klap op de schouder, zegt ‘de groetjes thuis’ en ‘tot maandag’.
Zegt: ‘Ik ga nog even lekker bladblazen.’

Tot zover de vrije gedachten vanuit de geheime raadkamer.
Nu over de vrije verdachten.

De rechters hadden er in de raadkamer lang over moeten nadenken.
Wanneer rechters lang moeten nadenken is dat vaak in het voordeel van verdachten.
Een nee is sneller te motiveren dan een ja.

De advocaten hadden de rechtbank verzocht hun cliënten, de verdachten, in vrijheid te stellen door het opheffen van de voorlopige hechtenis.
De twee mannen zitten al zes maanden vast op verdenking van het plegen van een overval op een Turkse winkel in Hoogezand.
Bij die overval wordt een medewerker neergeschoten waarbij de man zeer ernstig gewond raakt.
Het gebeurde in maart van dit jaar, het slachtoffer is nog altijd niet hersteld.

De overval leidde tot veel beroering in Hoogezand waar meer geweldsincidenten vielen te betreuren.
Zelfs de gemeenteraad kondigde maatregelen aan om de zware criminaliteit tegen te gaan.
De hoofdofficier van justitie loofde op 28 april een beloning uit van 7500 euro voor de gouden tip in deze kwestie.

En zie daar, niet heel veel later worden Vincent (24) en Bernard (20) opgepakt.
Er is weinig technisch bewijs, maar er zijn veel verklaringen van getuigen.
Op basis van die verklaringen gaan de twee mannen achter slot en grendel.
Dat is nu zes maanden geleden.

Donderdag diende de rechtszaak.
Vincent en Bernard ontkennen.
Ze hebben er niks mee te maken, zeggen ze.

Twee mannen waren op 25 maart rond half negen de winkel binnengestormd, vermomd en met getrokken pistolen.
Ze eisen geld, roepen: ‘buit, buit!’
De zoon verzet zich, duwt een van de overvallers omver, zo over de groentenstelling heen.
Als de overvaller opstaat, schiet hij.
De zoon wordt getroffen in borst en buik.
De overvallers maken zich vervolgens uit de voeten, zonder geld.

De politie stelt een buurtonderzoek in.
Vanuit het criminele circuit druppelen namen binnen van mogelijke daders.
Er zijn getuigen die zich spontaan melden.

Op de mogelijke vluchtroute wordt een T-shirt gevonden.
Daar zit heel veel DNA op, onder meer dat van Bernard, in die zin dat het van Bernard zou kunnen zijn.

Twee maanden na de overval en een maand nadat die beloning is uitgeloofd, worden Bernard en Vincent aangehouden.
Hun telefoons zijn getapt.
Dat leverde geen belastende informatie op.
Er werd wel een gesprek tussen beide afgeluisterd toen ze in de politiecel zaten.
Agenten horen hen zeggen: ‘We worden er ingeluisd, mensen praten poep.’

Er is een getuige die de status ‘belangrijk’ heeft.
Zij was opgeroepen in de rechtszaal te verschijnen, maar kwam niet opdagen.
Hierdoor kwam het dat de strafzaak donderdag niet kon worden afgerond.
Eerst moet deze getuige worden gehoord, daarna kan het proces worden hervat.
Dat zal naar verwachting niet binnen drie maanden zijn.

Mij best, zegt advocaat Serge Weening, die Vincent bijstaat.
Maar dan verzoek ik de rechtbank de voorlopige hechtenis op te heffen.
Want uitstel betekent dat mijn cliënt die onschuldig is en dus moet worden vrijgesproken, nog langer moet blijven vastzitten.
Advocaat Oskar Schuur die Bernard verdedigt, doet om dezelfde reden hetzelfde verzoek.

De rechters duiken de raadkamer in en blijven lang weg.
Hoe langer hoe gunstiger, zie je Weening en Schuur na verloop van tijd dus denken.
Na een half uur keren de rechters terug.
De rechters zeggen dat de voorlopige hechtenis van Vincent en Bernard met onmiddellijke ingang wordt opgeheven.
Ze zeggen: ‘Europese jurisprudentie dwingt ons dit besluit zo te nemen.’

Vincent en Bernard zijn nu vrije verdachten.

Iedereen in de rechtszaal is verrast, ook de twee advocaten.
Vincent en Bernard misschien nog wel het meest.
Zij mogen nu het vervolg van het strafproces in vrijheid afwachten.
Gehoopt wordt dat de ontkennende mannen over een paar maanden vrijwillig naar de rechtszaal terug zullen keren.

Terwijl de rechters zich weer terugtrekken in de raadkamer, kijkt de officier van justitie wat zuur voor zich uit.
De Turkse familie oogt radeloos.
In een slachtofferverklaring had de neergeschoten zoon geschreven dat hij en zijn familie gek worden van angst en overwegen te verhuizen zodra de daders vrijkomen.

Waarom worden verdachten van een zeer ernstig misdrijf vrijgelaten terwijl ze wel verdachten blijven?
Een paar studenten op de publieke tribune zeggen tegen elkaar dat ze er niks van begrijpen.
Jij?

Nu ben ik geen jurist, maar volgens mij zit het zo.
Wie verdacht wordt van een misdrijf kan in voorlopige hechtenis worden genomen.
Eigenlijk zit je dan onschuldig vast, omdat de rechter nog niet heeft geoordeeld.
Maar je zit wel terecht onschuldig vast, omdat er verdenkingen zijn die wijzen in de richting van schuld.

De wet heeft strenge regels opgesteld om onschuldigen terecht van de vrijheid te beroven.
En naarmate de voorlopige hechtenis langer duurt, worden de criteria om iemand vast te kunnen houden, ook strenger.
Vincent en Bernard zijn aangehouden op basis van verklaringen van getuigen.
Dit zijn doorgaans niet de sterkste bewijzen om iemand te kunnen veroordelen.
Er moet nog wel wat bij.
En dat ‘nog wat erbij’ is er na zes maanden niet.

Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens heeft bepaald dat naarmate de voorlopige hechtenis langer voortduurt, de belangen van verdachten – vrij zijn – zwaarder gaan wegen.
En andersom.
Naarmate iemand langer in voorarrest zit, moet het openbaar ministerie steeds overtuigender aantonen dat dat beter is voor iedereen.
En dat gebeurde hier niet.
En dus mochten de twee mannen als verdachten direct naar huis.

Ik denk dat het zo zit.
Zij het dat de rechters dan wel het openbaar ministerie dit zelf natuurlijk veel beter kunnen uitleggen.

Rob Zijlstra

voorlopige hechtenis

.

6 comments

  1. @Jip.

    Jawel, dat heeft Groningen, persrechters.

    En wat mijn betreft ook naar grote tevredenheid. De rechtbank in Groningen is, al jaren, voor de pers een heel prettige en toegankelijke organisatie. Er is zelden gedoe of gedonder. Ik ken collega’s van elders die hier jaloers op zijn.

    Mijn punt is dat de rechterlijke macht, in het algemeen, zoekende is naar manieren en momenten om meer naar buiten te treden om zo begrip te kweken voor doen en laten. Rechters willen ook meer naar buiten treden, maar weten niet goed hoe.

    De door mij beschreven zaak laat zich goed lenen voor een stapje extra. De rechtbank (maar net zo goed het openbaar ministerie) had actief naar buiten kunnen treden met tekst en uitleg, in plaats van het telefoontje naar voorlichters of een persrechter van die ene journalist die net iets meer wil weten, passief af te wachten .

    Onafhankelijkheid (een grootste goed) brengt ook verplichtingen met zich mee.
    Extra verplichtingen.
    Zeker nu, vandaag de dag.

    Dat rechtbank noch openbaar ministerie naar aanleiding van deze zaak taal of teken van zich heeft laten horen, zie ik als een gemiste kans.
    Soms wordt tegen verdachten die zich beroepen op het zwijgrecht gezegd dat dat mag, dat zwijgen, maar een situaties die schreeuwt om een verklaring, kan wel net dat extra onsje wezen dat de balans in het nadeel van de verdachte doet doorslaan.

    Wie anno nu onzichtbaar wil zijn is verdacht.
    Terecht of onterecht

    Rob Zijlstra

    1. wie vergelijk je nu met wie, Rob?

      En wat betreft openheid. Ik vind het nogal wat, dat als je een belangrijke getuige bent en je weet van deze zware criminelen, je in hun aanwezigheid een getuigenis moet afleggen. Grote kans dat je jezelf neerzet als schietschijf. Weliswaar niet in de rechtbank, maar wel daar buiten. Als getuige zou ik heel graag onzichtbaar willen zijn. Ik kan me voorstellen dat het anonieme meldpunt inzake criminaliteit veel tips krijgen van mensen die ook onzichtbaar willen blijven. Vind ik niets verdachts aan. Prima dat een verdachte rechtsbescherming geniet die van alle kanten tiptop in orde moet zijn. Vele malen belangrijker vind ik de bescherming van een getuige.

  2. Hun telefoons zijn getapt.
    Dat leverde geen belastende informatie op.
    Er werd wel een gesprek tussen beide afgeluisterd toen ze in de politiecel zaten.
    Agenten horen hen zeggen: ‘We worden er ingeluisd, mensen praten poep.’

    Wijst niet echt in de richting van het ten laste gelegde. Voor 7500 euro willen sommige mensen immers best wel wat poep praten.

    De overval leidde tot veel beroering in Hoogezand waar meer geweldsincidenten vielen te betreuren.
    Zelfs de gemeenteraad kondigde maatregelen aan om de zware criminaliteit tegen te gaan.

    Zonder de gewelddadige gebeurtenissen in Hoogezand te willen bagatelliseren, misschien is men daar toch beter af dan in Zevenbergen. Wellicht is een inzamelingsactie voor alle in omloop zijnde aardappelschilmesjes ook een idee.

    Erg slordig en onverteerbaar trouwens dat een getuige met de status “belangrijk”, zomaar niet kan komen opdagen ter zitting. Had Justitie dat niet veel beter kunnen organiseren? Ja natuurlijk had Justitie dat kunnen doen.

  3. Gelukkig zijn er in Nederland regels om te voorkomen dat mensen (al te lang) onschuldig vast zitten. Dat verdachten op basis van die regels vrij komen kan voor de slachtoffers moeilijk te verteren zijn zeker als je er van uitgaat dat de verdachte “het” ook heeft gedaan. Helaas is dat de prijs voor rechtsbescherming.

  4. Rob, wie is die B.M. Beg die dat vrij ongenuanceerde stukje over voorlopige hechtenis schreef?
    Volgens mij is het zo dat in zijn algemeenheid de Nederlandse strafrechter bij een schorsingsverzoek wel degelijk kijkt of dat mogelijk is. In de eerste plaats wordt dan altijd gekeken of de ernstige bezwaren tegen een verdachte en de gronden waarop de voorlopige hechtenis is gebaseerd, nog wel aanwezig zijn. Als dat het geval is wordt bekeken of de voorlopige hechtenis kan worden geschorst. Voor een schorsing moeten altijd voorwaarden worden vastgesteld en meestal betekent dat, dat de reclassering met een aantal voorwaarden komt waaraan de verdachte zich moet houden. ZIjn die er niet dan volgt meestal afwijzing van een schorsingsverzoek.
    Ik kan mij overigens niet voorstellen dat een al jarenlang bestaande praktijk zoals door Beg wordt gesteld, nog niet een keer voor het EHRM ter toetsing is voorgelegd. En als het EHRM de Nederlandse praktijk op dit punt zou hebben veroordeeld was de wet misschien al gewijzigd, maar zou in elk geval de wijze waarop schorsingsverzoeken worden beoordeeld, allang zijn gewijzigd.
    Dat is niet het geval, ergo het standpunt van Beg lijkt me niet houdbaar.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s