Arie is een hork.
Dit is geen vriendelijk begin.
Maar het moet wel en ik zal dit verhaal ook zo eindigen.

De officier van justitie wil dat Arie dertig maanden in de gevangenis wordt opgesloten.
Zodra hij vrijkomt, mag hij drie jaar lang geen motorvoertuig besturen.
Vooral aan dat laatste heeft de samenleving iets, want de 26-jarige Arie is als automobilist uw potentiële moordenaar.

Een paar keer hoor ik hem tegen de rechters mompelen: ‘tWasnatuurlijkmijnbedoelingniet.’

Samen met Bas (die later terecht moet staan) had hij in september dit jaar ergens in Oost-Groningen een piratenfeest bezocht.
Biertje erbij, gezellig.

Rechters: ‘Had u veel gedronken?’
Arie: ‘Viel wel mee. Stuk of twintig.’
Eerder, op het politiebureau, had hij gezegd: stuk of dertig, veertig.

Ze wilden met de taxi naar huis, maar er was geen taxi.
Dus stapten ze in de auto, een afgeroste Peugeot met de remleiding stuk.
Remmen kon een beetje.
Met de handrem.
Zo rijden ze rijden naar zijn huis.

Arie heeft de bril niet op.
Zijn zicht op de buitenwereld is zonder glas zestig procent.
Geeft niks, zegt Arie, want hij weet natuurlijk heus wel waar hij woont in Finsterwolde.

Thuis drinken ze meer bier en zo wordt het half twee in de nacht.
Arie besluit dan dat hij naar Gretha wil, naar zijn vriendin die in Stadskanaal woont.
Bas gaat mee, evenals flesjes bier voor onderweg.

Buiten is het niet alleen donker, maar het regent ook.
En natuurlijk gaat het fout.
Ze naderen een rotonde en Arie denkt door al die lichtjes die hij daar ontwaart een fietser te zien.
Hij geeft een ruk aan het stuur om een aanrijding te voorkomen.
Maar er is daar op de rotonde geen fietser.
De auto knalt na die ruk aan het stuur het fietspad op.

En daar is wel een fietser.

De fiets wordt met een geschatte snelheid van 60 tot 80 kilometer per uur, vol geraakt en breekt in twee stukken.
De fietser – een 17-jarige jongen – vliegt door de lucht en komt meters verderop op het pad terecht.
Het 16-jarige meisje dat achterop zit, knalt eerst op de motorkap, dan op de voorruit en eindigt in de berm.

Beiden zijn zwaar gewond.
De jongen kruipt naar de berm en ziet dat zijn vriendinnetje geen teken van leven geeft.
Ze is buiten bewustzijn.
De jongen slaagt erin 112 te bellen.

Arie en Bas zijn doorgereden.
Tegen de rechters zegt Arie: ‘Ik heb geen fietser gezien. Ik dacht dat ik een paaltje had geraakt.’

In Onstwedde aangekomen, stoppen ze.
Bas, die geen rijbewijs heeft, wil nu achter het stuur zitten.
Arie vindt dat best.
Hij is toch al moe.
Wanneer ze van plek verwisselen zien ze dat een koplamp stuk is en de motorkap verbogen.
Dat de voorruit is versplinterd – door die klap – hadden ze natuurlijk al gezien.

In Stadskanaal trekt de auto de aandacht van de politie.
De achtervolging wordt ingezet, waarbij de politieauto tot twee keer toe wordt geramd.
Een keer komen de agenten daardoor bijna in botsing met een bus bij discotheek Fox in Stadskanaal. Na een achtervolging van 17 kilometer weet de politie het duo tot stoppen te dwingen.
Bas rent weg, maar wordt ingehaald.

Arie mompelt dat hij van de hele achtervolging niets heeft meegekregen.
Arie zegt dat hij in slaap was gevallen.
De agenten hadden hem, met getrokken pistolen, uit de auto gesleurd.

De officier van justitie zegt dat Arie de kans heeft aanvaard dat het mis zou gaan.
‘Een fractie anders en de jongen en het meisje hadden het niet na kunnen vertellen.
Arie vroeg om ellende.’

De kwalificatie van het openbaar ministerie: een poging tot doodslag (op de jongen en het meisje) en medeplichtigheid aan een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel (het rammen van de agenten in de politieauto).
Alles afwegende, zegt de officier van justitie, is dit goed voor een eis van drie jaar gevangenisstraf waarvan zes maanden voorwaardelijk.

De advocaat meent dat van een poging tot doodslag geen sprake kan zijn, want de opzet ontbreekt. ‘Mag een automobilist op een nachtelijk tijdstip een fietser op het fietspad verwachten? Ik vind van niet.’
En het rammen van een politieauto kan Arie – als slapende bijrijder – al helemaal niet worden aangerekend, zegt de advocaat.

De advocaat meent dat Arie ook het rijbewijs terug moet krijgen.
Het rijbewijs is hij nu al drie maanden kwijt en hij heeft een rijbewijs nodig.
De officier van justitie: ‘Ik dacht al, ik ben iets vergeten. Ik eis ook dat de rechtbank een rijontzegging oplegt van drie jaar.’

Arie heeft niet veel meer gezegd dan dat het natuurlijk niet de bedoeling was.
De rechters vragen hem of hij dan tot slot, als laatste woord, nog wat te zeggen heeft?

Arie: ”Nâh’

De rechters, laatste poging: ‘Wilt u ook niets zeggen tegen de slachtoffers die achter u in de zaal zitten?’

Arie: ”Neuh.’

Arie is een hork.
Misschien kan hij daar wel niets aan doen.
Misschien wil hij ook helemaal niet zo zijn.
In dat geval is er hoop.

Alle andere verdachten die dit jaar door de rechtbank naar het gevang werden gestuurd, waren minder grote horken dan Arie.
Dus wanneer hij de komende jaren een voorbeeld neemt aan zijn medegedetineerden, is de kans vrij groot dat hij er als een beter mens uitkomt.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 30 december 2011 – uitspraak
De Hork mag in zijn handen knijpen, denk ik: 30 maanden cel waarvan 10 maanden voorwaardelijk en een rijontzegging van 3 jaar. Arie is vrijgesproken voor de poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel ten aanzien van de agenten.

UPDATE – 19 januari 2012 – voortzetting
Tegen Bas is wegens een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel ten aanzien van de twee agenten een gevangenisstraf geëist van 9 maanden waarvan 3 voorwaardelijk. Bas zei geschrokken te zijn van de gebeurtenissen waar hij zich weinig van kan herinneren.

UPDATE – 2 april 2012 – uitspraak
Bas is veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur, 3 maanden voorwaardelijke celstraf, een rijontzegging van een jaar en twee boetes van 250 en 300 euro.