Het ging over wat ze hadden gedaan.
Niet over het waarom, want een reden was er niet.
Het was gewoon gebeurd.

In vereniging, zei Jan (23) een tikkeltje wijs.
Ik ben medeplichtig, hield Micky (20) de rechters voor.
Paul (19): ‘Ik spreek alleen namens mezelf.’

In koor: ‘Het is gewoon uit de hand gelopen.’

Bij verdachten als Jan, Micky en Paul vraag ik mij als het gaat over wat ze hebben gedaan altijd af: wat zullen ze in de toekomst nog meer doen?

Neem Paul.
Geboren in Seoul, Zuid-Korea.
Opgegroeid en ontspoord in Groningen.
Hechtingsstoornis.
Geldproblemen (schulden).
Hij rookte twintig jointjes per dag, te veel om de baantjes die hij af en toe had te behouden.
Alleen helder wanneer hij sliep.

Of Micky.
Veroordeeld tot vijftien maanden celstraf waarvan negen voorwaardelijk wegens een poging tot doodslag toen hij net 18 jaar was geworden.
Ook hij: het enige dat hij bezit zijn schulden.
Hoeveel?
Dat wil hij in de rechtszaal met al die mensen erbij niet zeggen
Rechters: ‘Zeg maar heel veel.’
Micky: ‘Yes.’

Jan.
Gebruikte net als Paul ongekende hoeveelheden softdrugs om de dag door te komen.
Softdrugs als zelfmedicatie, om zichzelf rustig te houden.
Want?
‘k Heb ADHD.’

De laatste keer dat Jan in zittingszaal 14 zat, waren de zorgen groot.
De laatste keer was in juni 2010.
Hij had toen een straatroof gepleegd.
Het was in de tijd dat hij tussen alle jointjes door dagelijks hele flessen whisky leegdronk.

De officier van justitie had anderhalf jaar geleden aangedrongen op nader onderzoek naar zijn geestesgesteldheid.
Ze had gezegd, een kale detentie kan, maar ik weiger hem, zo jong nog, af te schrijven.
Jan wilde zelf ook wel een onderzoek.
Maar de rechtbank wilde er niet aan en veroordeelde hem in juni 2010 tot vijftien maanden celstraf (vijf voorwaardelijk).

Nadat Jan zijn straf had uitgezeten, keerde hij terug naar Groningen en kwam opnieuw bij Vast en Verder terecht.
Vast en Verder is een oplossing van het Leger des Heils om jonge jongens die vast hebben gezeten verder te helpen.
Maar Jan kwam er niet verder.
Er zou iets voor hem worden geregeld, iets met werken en leren, maar dat liet maar op zich wachten.

En dus vroeg hij op een verveelde avond aan twee medebewoners of die zin hadden met hem mee te gaan, beetje autorijden en zo.
Hij had sleutels van een auto die niet van hem was.
Dus.
Micky en Paul wilden wel.
Zij hadden toch ook niets te doen.

Ze reden eerst naar Winsum.
Daar probeerden ze een auto te stelen.
Dat had Jan gezegd.
Nietwaar, verklaarden Mickey en Paul.
Toen terug naar Groningen.
Om uiteindelijk terecht te komen in Veendam.

Jan tegen de rechters: ‘Onder directie van Micky. Die kende daar de weg.’
Micky: ‘Beetje’

Nabij de Kieler Bocht probeerden ze een Ford Escort Clipper te stelen.
De buit bestond uit slechts een life hammer.
Geen probleem, want zo’n ding kwam goed van pas bij het uit de hand lopen daarna.
Er werden ruiten van (ten minste) zes geparkeerde auto’s ingeslagen.
Goed voor twee brillenkokers, een zonnebril, een frontje van een cd-speler en een navigatiesysteem.
En veel schade.

Hier was het over gegaan tijdens de rechtszaak.
Micky: ‘Ik ben merendeels medeplichtig.’
Paul zegt dat hij het blijkbaar niet meer weet.
Jan dat het zo ongeveer gewoon wel klopt.

Paul hoort tien maanden celstraf eisen, waarvan drie voorwaardelijk.
Plus nog eens twee maanden die hij eerder bij de kinderrechter voorwaardelijk opgelegd had gekregen voor diefstal.
De advocaat wil liever een nader onderzoek naar een mogelijk verband tussen de psyche van Paul en de gepleegde delicten.
De officier van justitie – zij die destijds Jan nader wilde laten onderzoeken – heeft daar geen behoefte aan.

Micky.
Niks medeplichtig, maar medepleger, zegt de officier van justitie.
Maar terug naar de gevangenis hoeft hij niet.
Een gevangenisstraf voor de duur die hij heeft vastgezeten (32 dagen) en een werkstraf van 240 uur.
De negen maanden die hij eerder voorwaardelijk kreeg, mogen als stok achter de deur blijven staan.

Dacht, Micky met je veroordeling wegens poging tot doodslag, je mag de officier van justitie wel op je blote knieën danken.

En dan Jan.
Eis: een jaar.
Kaal.
Plus twee van de vijf maanden van de vorige voorwaardelijke veroordeling.
Nader onderzoek?
Dezelfde officier van justitie kijkt wel uit.
Jan zegt dat het zo niet verder kan, dat hij structuur nodig heeft.
En dat hij gemotiveerd is om er nu wel iets van te maken.

Rechters: ‘Waarom nu wel?’
Jan: ‘Ik heb niet veel meer, geen woonruimte, niets. Ik ben veel mensen kwijtgeraakt. M’n ouders. Maar ik heb mijn schoonmoeder nog. En die wil ik niet kwijt.’

Rob Zijlstra

.

• medeplichtige
• medepleger

• Jan en de blije knuffel, 17 juni 2010

.

UPDATE – 23 januari 2012 – uitspraken
De rechters zien het een tikkeltje anders dan de officier van justitie wat de straffen betreft: Jan heeft 9 maanden celstraf gekregen, Paul 6 maanden waarvan 2 voorwaardelijk.  Micky is conform: 32 dagen die hij al vast heeft gezeten en de taakstraf van 240 uur.