De kans slachtoffer te worden van een (ernstig) geweldsmisdrijf is 24 uur per dag, zeven dagen per week – dus altijd – aanwezig, of je nou in een stad woont of rustig op het platteland.
De kans slachtoffer te worden van een geweldsmisdrijf is tegelijkertijd niet groot.
Verreweg de meeste mensen worden het zelfs nooit.

De kans verdachte te worden van een (ernstig) misdrijf ligt ook altijd en overal op de loer.
Maar ook hier geldt dat de meeste mensen nooit worden verdacht van het plegen van strafbare feiten.
Zowel in als buiten de stad zijn zij die misdaden plegen ontzettend in de minderheid.
Desondanks raken we er maar niet over uitgepraat.

Wat ook zo is, is dat verdachten veel vaker mannen dan vrouwen zijn.
De meervoudige strafkamer van de rechtbank van Groningen deed vorig jaar in 376 zaken uitspraak.
Het ging om 351 mannen en 25 vrouwen.
Van die vrouwen werden er ook nog eens vier vrijgesproken.

Het navolgende verhaal gaat over twee vrouwen van wie er één verdachte en één slachtoffer werd.
Zomaar en beiden van het ene op het andere moment.

Het gaat vooral over Emma, een vrouw van 25 jaar en hoogopgeleid.
Op haar werk, bij een financiële instelling in de stad, staat ze aan het begin van een mooie carrière.
Zo oogt ze ook een beetje, ook qua kleding.
Alsof ze naar een diploma-uitreiking gaat, of naar de trouwpartij van haar beste vriendin.

Maar dat is niet zo.

Emma is de verdachte en niet zo’n beetje ook.

De officier van justitie zegt dat Emma heeft geprobeerd Jantina van het leven te beroven.
En mocht de rechtbank dat niet geloven, dan heeft ze geprobeerd Jantina zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.
Mochten de rechters ook dat niet bewezen achten, dan heeft Emma toch op z’n minst Jantina opzettelijk mishandeld en wel zo dat zij lichamelijk letsel heeft bekomen en /of pijn heeft ondervonden.

Zo zeggen ze zoiets nu eenmaal in de rechtszaal.

Het gebeurde tijdens de feestweek.
Door het dorp reden oldtimers en opgepoetste tractoren, de zon scheen en er was een man die van riet manden kon vlechten, een vrouw draden van wol.
Er was een zweefmolen en zoals ieder jaar waren er suikerspinnen te koop.

’s Avonds waren de twee cafés vol dorpsbewoners en vrolijkheid.

Emma liep met vrienden en vriendinnen van het ene café naar het andere, naar Het Piratennest.
Het was al na middernacht.

Rechters: ‘Was u dronken?’
Emma: ‘Nee. Ik had vier, vijf glazen bier gehad.’

Ze is nog maar net binnen wanneer er bier over haar heen wordt gegooid.
Daarna was het allemaal heel snel gegaan.
Het bier kwam van links, van daar waar Emma haar ex-vriend Daan zag staan praten met twee haar onbekende vrouwen.

Emma tegen de rechters: ‘Ik gooide een scheutje bier richting Daan.’
Rechters: ‘Wat kinderachtig.’
Emma: ‘Het was actie, reactie.’
Rechters: ‘En toen?’
Emma: ‘Toen kreeg ik bier vol in mijn gezicht. Van een van die vrouwen. Ze schold me ook uit. Met een scheldwoord of zo. Ik schrok. Dacht: waar is dit nou goed voor? Ik kon geen kant op, ik viel en toen gooide ik ook.’

Jantina, zij is een van de vrouwen die bij Daan stond, krijgt niet alleen het bier, maar ook glas in haar gezicht en hals.

Rechters: ‘Hoe kan dat nou?’
Emma: ‘Toen ik gooide, ging het glas kapot. Kapot geknepen.’

De rechters zeggen dat ze dat maar raar vinden.
Dat een hoogopgeleide vrouw met een carrière bij een financiële instelling kennelijk zo boos kan worden dat ze een bierglas kapot kan knijpen.

Emma: ‘Ik was pissig, dat klopt. Maar niet boos. Ik heb ook niet gevoeld dat ik haar heb geraakt.’
Rechters: ‘Toen u later de foto’s van de verwondingen zag, wat dacht dat u toen?’
Emma: ‘O jeetje. Vreselijk.’

In het ziekenhuis moeten drie snijwonden in gezicht en hals van Jantina met dertig hechtingen worden gedicht.
De littekens zullen blijvend zijn.
De artsen hebben gezegd dat Jantina van geluk mag spreken.

De officier van justitie zegt dat Emma met kracht moet hebben uitgehaald, gezien de verwondingen.
In de kin een winkelhaak van vel, in de hals een snijwond van drie centimeter diep.
‘Een paar millimeter dieper en het slachtoffer had hier niet op de publieke tribune gezeten.’

In een brief aan de rechtbank schreef Jantina dat ze nog steeds zenuwachtig wordt wanneer ze een blonde vrouw ziet lopen en dat ze hoopt dat Emma haar verdiende straf krijgt.

De officier van justitie zegt dat het niet ongebruikelijk is dat er tijdens het uitgaan dingen gebeuren.
Dat het wel ongebruikelijk is dat een hoogopgeleide vrouw zo’n bijzonder ernstig strafbaar feit pleegt.
Dat ze met alles wel rekening wil houden, maar dat het feit de doorslag moet geven bij het bepalen van de hoogte van de strafeis.
Dat wie gooit met glas, een kapot geknepen glas, bewust de kans accepteert dat er letsel ontstaat.
Of erger.

De officier van justitie: ‘We praten hier over een poging tot doodslag, goed voor anderhalf jaar gevangenisstraf.’
De advocaat: ‘Carrière weg, een leven vernietigd.’

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 26 januari 2012 – uitspraak
De rechtbank heeft Emma vrijgesproken van de poging tot doodslag. Zij heeft roekeloos en ongecontroleerd gehandeld, maar had niet de opzet het slachtoffer te doden. Wel bewezen is zware mishandeling. In beginsel, aldus de rechtbank, goed voor een vrijheidsstraf.  Maar in dit geval – niet eerder met justitie in aanraking en  bij celstraf baan kwijt – kan worden volstaan met een werkstraf van 240 uur. Aan het slachtoffer moet ze 1526 euro  betalen.

.