Grassprietjes

Je moet even op het idee komen: je prutst wat grassprietjes in het slot van een deur.
Na een tijdje, na een dag of twee of zo, ga je voorzichtig kijken.
Zitten de sprietjes niet meer in het slot, dan zijn er bewoners in de buurt.
Is het er nog, dan is de kans groot dat de bewoners afwezig zijn.

Van dat laatste krijgen woninginbrekers nooit genoeg.

Martin (21) en Nico (20) waren op het idee gekomen en konden er inderdaad niet genoeg van krijgen.
Volgens het openbaar ministerie hebben ze vorig jaar in Groningen behoorlijk huis gehouden.
Ze vormden een ware plaag, zei de officier van justitie.
In zeker tien woningen, maar waarschijnlijk meer, sloegen ze hun slag.

Martin bekent, Nico niet.

Eerst Martin.
Hij hoort stemmen in zijn hoofd, noteerde de psychiater in een rapport met de conclusie: schizofrenie, verminderd toerekeningsvatbaar.
Behandeling in een kliniek is noodzakelijk, want Martin is beïnvloedbaar, is een meeloper.
De advocate zegt dat Martin geen alternatieven kon bedenken voor de druk die medeverdachte Nico op hem uitoefende.

Tijdens de rechtszaak geeft Martin meer toe dan hij bij de politie had gedaan.
Tegen de rechters zegt hij ook in de woningen te zijn geweest en dat hij niet, zoals hij bij de politie verklaarde, slechts op de uitkijk stond.
En dat hij samen met Nico van alles uit de woningen had meegenomen.
Van de buit zou je een heel gangpad van de Mediamarkt kunnen vullen.

Het ging fout toen ze in een woning een autosleutel vonden met bijbehorende Kia op de oprit.
Martin reed er mee naar Almere, raakte betrokken bij een aanrijding, rende weg en verloor – zo stom – zijn identiteitskaart.
In de auto bleef een gestolen mobiele telefoon achter.

Voor de tien woninginbraken die de officier van justitie hem in de schoenen schuift, moet een gevangenisstraf van twintig maanden waarvan twaalf voorwaardelijk de straf op maat zijn.
De aansluitende (verplichte) behandeling mag twee jaar duren.
Martin wil dat wel, met hem komt het misschien nog goed.

Maar dan Nico.

Een verdachte hoeft niet mee te werken aan zijn eigen veroordeling.
Daarom mag een verdachte zwijgen.
Het is aan de officier van justitie de verdenkingen hard te maken met wettige en overtuigende bewijzen.

Nico ontkent alles, maar deed gek genoeg zijn uiterste best om toch veroordeeld te worden.
Ongeïnteresseerd hangt hij in de verdachtenbank waar hij de rechters zo onfatsoenlijke mogelijk te woord staat.

Vragen beantwoordt hij vooral met huh?, met ‘wat zeg je?’, dan wel met ‘weet ik niet’ of ‘weet ik veel’.
Wanneer de officier van justitie vraagt waarom hij zo verongelijkt zit te doen, zegt hij: ‘Wat moet ik dan? Janken?
Tegen de rechters: ‘Het interesseert me vrij weinig.’

Een keer maakt hij een wegwerpgebaar.
Een van de rechters meent een middelvinger te hebben waargenomen.
Rechter, gebelgd: ‘U stak toch niet zojuist uw middelvinger naar mij op hè?’
Nico, uitdagend: ‘Zag je dat? Nou, dan heb je dat verkeerd gezien.’

Rechter: ‘Er komt een moment dat u weer vrijkomt.’
Nico: ‘Dat is dan mooi meegenomen.’
Rechter: ‘Maar wat gaat u dan doen, wat zijn uw plannen?
Nico: ‘Dat hoef ik jou toch niet te vertellen?’

Kortom, de proceshouding van Nico was niet zo heel best.
En er ligt nogal wat bewijs dat niet gunstig voor hem is.
Een criminele informant had aan de criminele inlichtingen eenheid van de politie gemeld dat Nico en Martin woninginbraken plegen met grassprietjes.

Nu is een klik geen bewijs.
Vingerafdrukken zijn dat wel.
Bij de uitzetraampjes waar de inbrekers door naar binnen waren geklommen, zijn die afdrukken aangetroffen.
Van Nico.
In een woning werd ook bloed nabij zo’n vernield raampje gevonden.
Ook van Nico.

Rechters: ‘Als u het niet in die woningen bent geweest, hoe komen u vingerafdrukken daar dan, en hoe uw bloed? Kunt u dat verklaren?’
Nico, verveeld: ‘k Zou het niet weten.’

De officier van justitie: ‘Deze verdachte toont geen respect voor de slachtoffers die hier in de zaal zitten.’
Ze eist zestien maanden celstraf voor vier woninginbraken.
Voor de vijfde is net te weinig bewijs om wettig te kunnen zijn.
Voor zes andere inbraken krijgt Nico binnenkort opnieuw een dagvaarding, met naar verwachting nog meer celstraf als eis.

De advocaat van Nico snapt de proceshouding van zijn cliënt wel.
‘Want voor wie moet hij dan respect tonen? Hij heeft het immers niet gedaan.’
Bij zo een stellingname verwacht je van de advocaat dat hij met een scala aan argumenten komt dat nieuw licht laat schijnen.

De advocaat: Martin heeft schulden, dus hij had belang om in te breken. Mijn cliënt niet, die heeft geen schulden. Nico’s vingerafdrukken bij de vernielde ruitjes? Mag zijn, maar dat zegt niet dat hij spullen uit de woningen heeft gestolen. Bloed met zijn DNA in een woning? Nogal vaag. Zijn bloed kan daar ook op een andere manier terecht zijn gekomen. Uit de woningen zijn vooral sieraden, computers en randapparatuur gestolen. Maar zijn die goederen wel van de slachtoffers? Hij heeft in het dossier geen aankoopbonnen aangetroffen.

De advocaat besluit zijn pleidooi dat een gevangenisstraf voor zijn ontkennende cliënt in ieder geval niet hoger mag zijn dan twaalf maanden.

Huh?

Een heel klein stemmetje in mijn hoofd zei dat ik als laatste zin van dit verhaal moet opschrijven dat als een 20-jarige jongeman het slechte pad wil bewandelen, hij dat zelf moet weten, maar dat dat hem nog niet het recht geeft een dito advocaat in de arm te nemen.

Rob Zijlstra

.

extra
de minimumstraf

In de geest van de minimumstraf zoals het kabinet die wil invoeren, zou Nico geen zestien maanden gevangenisstraf horen eisen, maar minimaal 4 jaar en zes maanden.

Wie zich voor de tweede keer schuldig maakt aan een misdrijf waarop minstens 8 jaar staat, krijgt (minimaal) de helft van het strafmaximum opgelegd.

De maximale straf voor diefstal is vier jaar.  Maar er zijn strafverzwarende omstandigheden. Wie ’s nachts (‘gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd’) door middel van braak of inklimming met twee of meer (verenigde) personen steelt uit een woning (of besloten erf) krijgt een gevangenisstraf van ten hoogste 9 jaren opgelegd.

[artikel 311 Wetboek van strafrecht]

.

UPDATE – 9 februari 2012 – uitspraken
De rechtbank is het grotendeel eens met het openbaar minsterie, maar komt bij de strafoplegging tot een iets andere uitkomst: Nico krijgt een jaar celstraf. De rechters schrijven in het vonnis dat de man geen respect heeft voor de eigendommem van anderen en zich niet bekommert over zijn eigen toekomst. Martin, licht verminderd toerekeningsvatbaar,  heeft 18 maanden celstraf waarvan 12 voorwaardelijk gekregen.

6 comments

  1. Eens met MRe, bewijs lijkt mij voldoende en proceshouding voorspelt weinig goeds voor de toekomst. Heb het idee dat het niet bij vier inbraken is gebleven. Na vrijlating graag goed blijven volgen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s