In maart 2008 zag ik een man in grote verwarring het gerechtsgebouw van Groningen via de voordeur verlaten.
Hij had elf maanden in voorlopige hechtenis gezeten en na uren in de verdachtenbank hoorde hij de officier van justitie vijf jaar gevangenisstraf eisen.
Maar een half uur later was Mart vrij man.

Ik schreef destijds: ‘Het was alsof het openbaar ministerie met 5 – 0 voorstond en de laatste minuut van de reguliere speeltijd was ingegaan. Bij het eindsignaal is het 5 – 6 , in het voordeel van de verdachte.’

Mart werd verdacht van doodslag.
Hij zou op 10 maart 2007 zijn acht weken oude zoontje om het leven hebben gebracht door het kind met kracht heen en weer te schudden.
Brian overleed aan hersenletsel.

Deskundigen spraken over het shaken-baby-syndroom

Onderzoek van de politie had aan het licht gebracht dat Mart, hoewel zorgzaam, de enige is die het gedaan kon hebben.

Brian wordt in januari 2007 negen pond zwaar en gezond geboren. Na een paar weken ontstaan complicaties.
Brian valt af en toe weg en is dan slap.
Het jongetje ligt vijf dagen ter observatie in het ziekenhuis.
Daar wordt niets bijzonders vastgesteld.

Vijf dagen later, op zaterdag 10 maart, wordt het kind ’s ochtends gevoed, om half elf krijgt het medicijnen – wat extra ijzer – toegediend.
Om kwart over elf gaat de moeder naar haar werk.
Mart verkoopt een auto, dat is zijn handeltje.
Om exact 11.21 uur wordt de auto op het postkantoor overgeschreven (blijkens het vrijwaringbewijs).
Daarna krijgt hij koffiebezoek van een vriend.
Vanaf kwart over twaalf is Mart alleen in de woning met de dan slapende Brian.
Hij gaat het huis schoonmaken.

Om 14.27 uur belt hij in paniek haar moeder: ‘Er is iets met Brian.’
Om 14.30 uur doet hij dat nog een keer.
De moeder zegt dat ze onderweg is, maar voor de verkeerslichten staat.
Om 14.34 belt haar moeder 112.
Mart doet dat om 14.37 uur.

De politie is snel ter plaatse, een agent doet een poging tot reanimatie.
Bij aankomst in het ziekenhuis stellen artsen vast dat de overlevingskans nihil is.
Kort daarna sterft Brian.

Tijdens de zitting geven twee getuige-deskundigen – gezaghebbende kinderartsen – toelichtingen op de door hen geschreven rapporten van bevinding.
Cruciale vraag: kan aan de hand van het geconstateerde letsel het tijdstip worden bepaald wanneer Brian krachtig door elkaar is geschud?

De ene deskundige: met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, een paar minuten tot enige uren voordat Mart in paniek zijn moeder belde.
De andere deskundige: mee eens, maar niet helemaal; geen minuten, eerder uren.

En dit – paar minuten, geen minuten – brengt de rechtbank aan het twijfelen.

Niet kan worden uitgesloten dat Brian krachtig door elkaar is geschud op een tijdstip dat Mart niet alleen met hem in de woning verbleef.
In theorie kan ook de moeder die de woning rond kwart over elf verliet hebben geschud.
Met die constatering van de rechtbank valt de bewijsconstructie van het openbaar ministerie in duigen: die luidt dat anderen het niet gedaan kunnen hebben en dat het daarom dus Mart wel moet zijn geweest.

Advocaat Jan Boone zegt dat een vader die zijn kind verliest hoort te rouwen en niet in de gevangenis hoort te zitten.
Elf maanden zitten terwijl je het niet hebt gedaan, is welletjes, moppert Boone.

De rechters gingen  in beraad en na lang nadenken zeiden ze dat ze neigen naar vrijspraak.
Mart mocht naar huis.
Twee weken later, op 10 april 2008, volgde de definitieve uitspraak: niet is uit te sluiten dat iemand anders dan de vader het kind heeft geschud.
Vrijspraak.

De rechtbank uitte in het vonnis kritiek op de verhoormethode van de Groninger politie.
De verhoortactiek was niet gericht geweest op waarheidsvinding, maar was bedoeld om een ‘bekennende verklaring te verkrijgen’.

Het openbaar ministerie tekende binnen twee weken hoger beroep aan.
En dan blijft het bijna vier jaar stil.

Tot 9 februari 2012.

Aan het einde van deze middag eist het openbaar ministerie in hoger beroep geen vijf jaar zoals in Groningen, maar zes jaar gevangenisstraf tegen Mart.

Het openbaar ministerie stelt dat het boven redelijke twijfel is verheven dat de vader het fatale letsel heeft toegebracht. Met het schudden van de baby heeft hij welbewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de baby hierdoor zou komen te overlijden.

Rob Zijlstra


• Het bovenstaande verhaal is gebaseerd op het rechtbankverslag dat ik destijds schreef.

.

UPDATE – 23 februari 2012 – uitspraak
Het gerechtshof heeft Mart vrijgesproken. Het hof is van oordeel dat niet buiten redelijke twijfel vastgesteld kan worden dat het verdachte moet zijn geweest die de ten laste gelegde fatale handelingen heeft begaan. Het hof volgt hiermee de redenatie van de rechtbank Groningen die Mart eerder vrijsprak.

HET ARREST