Ongelukken gebeuren in seconden of, nog erger, in een fractie van een seconde.
Beangstigend is ook dat aan zo’n kort moment heel dagelijkse dingen voorafgaan.

Op 14 juni 2010 rijden auto’s over de A7.
De auto’s in dit verhaal komen vanuit de richting Drachten en rijden Groningen in.
Ter hoogte van Maupertuus staat een rood bord langs de weg.
Op dat bord staat: ‘Dat wij honderd zouden worden, hadden we honderd jaar geleden ook niet gedacht…’
De weg, die nieuw is, gaat iets omhoog en dan weer iets naar beneden, richting het Julianaplein.

Het is maandagochtend, rond het middaguur en het is iets drukker dan normaal op de ringweg.
Het Nederlands elftal moet over anderhalf uur voetballen tegen Denemarken, Oranjes openingswedstrijd op het WK in Zuid-Afrika.
Het vermoeden is dat er meer mensen dan anders op weg zijn, om ergens naar toe te gaan om televisie te kijken.

Vlak voor het Julianaplein is plots iets aan de hand met een vrachtauto met pech.
Het achteropkomende verkeer moet in de rem en er ontstaat een rij, een kleine file.
De laatste drie auto’s die aansluiten, zijn een Ford Fiesta, gevolgd door een zwarte Smart en de allerlaatste is een donkerblauwe Ford Ka.

De bestuurder van die auto weet tijdig te stoppen, de bijrijdster doet voor alle zekerheid de alarmlichten nog aan.
Misschien spraken ze wel over die tekst op dat bord dat ze zojuist waren gepasseerd.
Of over de kansen van het elftal.
Een fractie later is alles anders.

De Ford Ka van 865 kilo wordt van achteren geramd door een bus van 11.500 kilo.
De snelheid van de bus op het moment van de botsing: 80 kilometer per uur.

De bijrijdster, 63 jaar, overlijdt ter plaatse.
De 64-jarige bestuurder, haar partner, raakt zwaargewond.

De buschauffeur, 59 jaar, is geen prater.
Sowieso niet.
Als hij wat wil zeggen, stokt de stem en vloeien er tranen.

De rechters willen eigenlijk maar een ding weten: hoe kan het dat alle bestuurders tijdig wisten te remmen en hij niet.
Uitgerekend hij niet, met 35 jaar ervaring als buschauffeur.

Was hij afgeleid?
Had hij dat bord gezien, met die toch ietwat cryptische tekst?
Evert had het bord wel gezien, zegt hij, hij had even opzij gekeken, maar afgeleid nee.

Rechters: ‘Zat u die dag lekker in uw vel?’
‘Ja.’

Evert heeft de rij stilstaande auto’s, de file in wording, domweg niet opgemerkt.
Hij trapte pas op de rem toen hij nog geen twee meter van de Ford Ka was verwijderd, met 80 kilometer per uur.
Geen remsporen.

Uit een analyse van de verkeersongevallen dienst van de politie blijkt dat de buschauffeur de rij auto’s wel heeft moeten zien.
Hij reed 22.2 meter per seconde.
Hij had tien seconden de tijd om te remmen.

Evert: ‘Het ging allemaal heel snel.’
Een van de rechters zegt dat de buschauffeur dat nou wel kan zeggen en begint te tellen, langzaam van 1 tot 10.
Zegt dan: ‘Dat duurt best lang hè? Hoe onvoorzichtig bent u geweest?’

Maar de vraag waarom het kon gebeuren – hij niet, de rest wel – blijft onbeantwoord.

De bestuurder, de partner van de verongelukte vrouw, schrijft in een brief aan de rechters dat hij heel boos is en de strafzaak niet bij kan wonen.
Dat hij niet voor zichzelf instaat.
Dat hij van mening is dat de chauffeur zijn vrouw heeft vermoord.

De officier van justitie zegt dat het niet zo is dat Evert roekeloos heeft gereden.
Dat niet, maar wel aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend.
Dat hij niet tijdig is gestopt, terwijl hij dat wel had moeten doen.
De officier van justitie eist een taakstraf van 150 uur en twaalf maanden rijontzegging, daarvan de helft voorwaardelijk.

De advocaat verzoekt de rechtbank de buschauffeur vrij te spreken.
Ze zegt dat een enkele fout, een enkel moment van onoplettendheid – juridisch gesproken – onvoldoende is om te kunnen spreken van schuld.
‘Dit ongeluk had iedereen kunnen overkomen.’

De advocaat zegt ook dat het openbaar ministerie veel te lang heeft gedraald deze ernstige zaak voor de rechter te brengen.
Meer dan anderhalf jaar, terwijl het gaat om een niet geringe zaak.
De advocaat is van mening dat het openbaar ministerie vanwege het tijdverloop het recht op vervolging heeft verspeeld.

Wanneer de verdachte het laatste woord krijgt, schudt hij het gebogen hoofd.
Hij heeft geen woorden.
De rechters: ‘Dit is wel een kans, bijvoorbeeld iets tegen de nabestaanden te zeggen, want dat heeft u nog nooit gedaan.’

Evert probeert het, zo lijkt het, met al zijn kracht, maar gierende zenuwen zitten in de weg.
De voorzitter van de rechtbank sluit de zitting.
Een fractie later hoor ik de chauffeur, heel zachtjes en gesmoord, fluisteren: ‘Excuus’.

Rob Zijlstra

hinder

.

UPDATE – 19 maart 2012 – uitspraak
De buschauffeur is conform de eis veroordeeld tot een taakstraf van 150 uur en een rijontzegging van 12 maanden waarvan de helft voorwaardelijk. De rechtbank acht overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet bewezen.

HET VONNIS – zodra beschikbaar