Misschien is het helemaal niet gek of opmerkelijk, maar overvallen worden vooral gepleegd in de stad Groningen en in Oost-Groningen.
Bijna nooit in het noorden van de provincie of in het Westerkwartier.

In Tolbert is een keer op een stil weggetje een taxichauffeur beroofd, maar dat is zeven jaar geleden en Pieter is al jaren weer vrij.
In Uithuizermeeden – tegen de Waddenkust aan – trok een man in 2008 bij de pinautomaat een tas uit de handen van een hoogbejaarde mevrouw.
De dader werd plaatselijk Gekke Gerrit genoemd.

Op de plegers van overvallen is daarentegen geen peil te trekken.
Sommigen doen het omdat ze geen andere mogelijkheid zien aan geld te komen dat ze nodig hebben.
Een 18-jarige jongen uit Groningen (stad) werd deze week tot vier jaar celstraf veroordeeld wegens twee overvallen op cafetaria’s.
Zijn motief: schulden bij de zorgverzekeraar.
In Oude Pekela besloot een eveneens 18-jarige jongen vorig jaar textielzaak Zeeman te overvallen.
Hij had geld gestolen van zijn vader en wilde dat terugbetalen.

Er zijn ook veel overvallers die niet weten waarom ze het hebben gedaan.
Dan zeggen ze: ‘Ja, dat weet ik ook niet meer.’
Niet zelden speelt uitbundig softdruggebruik een rol.
’t Spul schijnt het geheugen aan te tasten.

Er zijn overvallers die niet nadachten toen ze het wel deden.
Zelfde oorzaak.

Eenmaal ben ik een overvaller tegengekomen in zittingszaal 14 die ook echt overvaller wilde zijn.
Hij wilde gangster worden en na verloop van tijd was hij dat ook.
Toen de rechters hem in zijn glimmende trainingspak veroordeelden tot vijf jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging riep hij: fuck you!
Hij riep dat hij liever twaalf jaar gevangenisstraf had gekregen.

De twee meest bijzondere overvallers die ik de Groninger rechtszaal meemaakte, moeten Remi en Stef heten.

Remi zat, met zijn 20 levensjaren, financieel aan de grond.
Op het werk hadden ze hem vervangen door een goedkopere Remi waardoor hij van alles dreigde kwijt te raken, inclusief zijn eigen woonplekje.
Om dat laatste te voorkomen, moest er geld komen.

Nu is officier van justitie Johan Severs niet een aanklager bij wie je vochtige ogen verwacht wanneer hij een strafdossier samenstelt.
Severs zei, kijkend naar Remi: ‘Wanneer je het dossier met daarin ook zijn levensgeschiedenis tot je neemt, schieten de tranen je in de ogen.’

Remi is geboren in een afkickkliniek omdat zijn moeder volle flessen niet liet staan.
Omdat ze ook tijdens de zwangerschap aanhoudend dronken was, heeft hij een ziekte onder de leden die hem vroeg of laat zal slopen.
Moeder woont nu al twintig jaar in een psychiatrische kliniek.
Zijn vader niet, want die vond de dood in de drank.
Toen Remi 5 jaar was, stierf zijn pleegmoeder en was hij alleen op de wereld.
Hij heeft een zusje die al jaren spoorloos is en vermoedelijk ergens in het buitenland wordt uitgebuit door een pooier.
Op 16-jarige leeftijd kwam Remi in Oost-Groningen terecht waar hij vroegtijdig de school verliet en een zwervend bestaan leidde.
Om de stress in het hoofd en het hongerige gevoel in de buik te bestrijden, dronk en rookte hij, drank en drugs.
Hij gaat gebukt onder de aandachtsstoornis ADD en is vaak depressief.

Remi heeft één vriend: Stef.

Stef is 19 jaar en zit al drie jaar thuis.
Hij leeft van het zakgeld dat hij daar krijgt.
De reclassering had over hem gerapporteerd dat het de hoogste tijd is dat zijn leven eens flink wordt gereorganiseerd.

Stef had meegedaan, omdat hij geen nee durft te zeggen.
Hij vreesde het einde van de vriendschap.
En hij wilde Remi ook helpen, want hij kent diens levensgeschiedenis.

De officier van justitie: ‘Het is misschien een verklaring voor wat er is gebeurd, maar het kan nooit een rechtvaardiging zijn.’

Op 6 december vorig jaar werd in Sappemeer drogisterij Trekpleister met een groot mes overvallen.
De buit: 70 euro en zeven pakjes Marlboro-sigaretten.
Twee dagen later was Bakkerij Tuinstra aan de beurt.
Buit: 650 euro.
De derde overval op 13 december, op verfzaak Het Kleurcompas, mislukte.
Naast de toonbank zat een 8-jarige jongetje te spelen.
Remi schrok daar zo van dat hij naar huis was gerend en daar heel lang had zitten huilen.

Toen hij klaar was, op 17 december, belde hij de politie en gaf zich aan.
Stef wist dat en vertelde alles aan zijn ouders.
Thuis besloten ze dat ook Stef zich zou melden bij de politie.
Net toen hij dat wilde doen, stonden er agenten voor de deur.

Stef zegt dat hij wist van de Trekpleister, maar dat hij alleen betrokken is geweest bij de overval op de bakker.
Remi bevestigt dat, zegt dat hij Stef had overgehaald.

Remi zegt dat hij niet trots is op wat hij heeft gedaan.
Wel had hij zich verbaasd over het gemak, hoe gemakkelijk het is een overval te plegen.

De officier van justitie eist dertig maanden gevangenisstraf (waarvan zes voorwaardelijk) tegen Stef die volgens zijn advocaat ook in de gevangenis geen nee durft te zeggenen daarom wordt bedreigd en afgeperst.
Het is geen plek waar Stef hoort te zijn, vindt de advocaat.

Remi hoort zes jaar gevangenisstraf eisen.
Hij staart voor zich uit.
Terwijl Stef onbedaarlijk zit te huilen, verzucht Remi tegen de rechters: ‘In de gevangenis kom ik ook niet vooruit.’

De rechtbank deed vanmiddag uitspraak.
Stef is veroordeeld tot twaalf maanden celstraf waarvan zes voorwaardelijk en een taakstraf van 240 uur.
Bij Remi heeft de rechtbank rekening gehouden met zijn belast verleden: drie jaar cel waarvan achttien maanden voorwaardelijk.

Rob Zijlstra