Vuurvreugde

De stem van Robert (21) klinkt zelfs een tikkeltje verontwaardigd wanneer hij zegt: ‘Want wat heeft het nu voor nut om een conifeer in brand te steken?’
De rechters hoeven daar niet over na te denken: ‘Geen enkel nut.’
Robert: ‘Nou dan.’
Hij bedoelt maar: ‘Ik zweer het. Ik was er wel bij, maar ik heb niets gedaan.’

Wie dan wel?
Arent.

Arent, een jaar jonger, zit naast Robert.
Arent zegt tegen de rechters: ‘De brand in het Julianapark, daar was ik niet bij. Toen zat ik op school. Examens. Ik had toen wel iets beters te doen.’

De rechters knikken instemmend en zeggen dat de mens altijd iets beters te doen heeft dan coniferen in de fik te steken.
Robert ziet zijn kans schoon om zijn onschuld nog wat extra op te fleuren: ‘Ik ben een natuurmens, altijd al geweest. Zo mag ik graag bladeren opruimen. De natuur is mooi en de natuur geeft ons leven. Waarom zou je dan de natuur vernietigen?’

Arent was wel bij de andere coniferenbranden geweest.
Nadrukkelijk: er bij.
Maar het was altijd Robert die de bomen in de fik stak.
Met z’n hand erin en dan met de aansteker klikken.
Arent: ‘En het was ook altijd zijn idee.’

Vooral in maart dit jaar vloog in Stadskanaal de ene na de andere conifeer in brand. Soms met tienen tegelijk.
Een keer veertig bij elkaar.
Soms vatte een schutting vlam, een paar keer scheelde het niet veel of ook woningen vielen ten prooi aan de huizenhoge vlammen.
Soms nog hoger, want een beetje conifeer brandt al een tierelier.

De officier van justitie zegt dat brandstichting een van de ergste misdrijven is die ons wetboek van strafrecht kent.
Vuur kun je niet in de hand houden en daarom kunt je er levenslang voor krijgen als het uit de hand loopt.
Eenmaal moest een 92-jarige vrouw ’s avonds door omstanders uit haar woning worden gehaald omdat het vuur te dicht bijkwam.
Arent geeft het toe: ‘Daar was ik bij.’

Op 22 maart is er brand in een haag van coniferen, een haag van drie meter hoog, tussen twee woningen in.
Robert: ‘Niets mee te maken.’
Ja, hij had de brand wel gezien, maar was doorgefietst, naar de tattooshop.
Daar had hij die avond een slang (of een rafelig stukje touw, is niet helemaal duidelijk te zien) in zijn nek laten prikken.
De natuurliefhebber heeft wel een klacht: ‘We hadden een afspraak. Als we gepakt zouden worden, zouden we ons stil houden. Nou ik ben de enige die niets heeft gezegd. De anderen wel. Ik ben genaaid. Als vrienden onder elkaar. Ik vind het laf.’

Een van de rechters kijkt bedenkelijk en merkt op: ‘Zo’n mevrouw van 92 jaar die heeft daar toch geen boodschap aan.’
Ietwat geërgerd: ‘De mond dichthouden. Dan ben je geen knip voor de neus waard. Toch?’

Robert: ‘Het is een complot. Ze proberen met te pakken. Ze zijn nu ook bezig mijn vriendin van me af te pakken. Ze willen dat ik vastzit en dan gaat er straks een ander met mijn vriendin vandoor.’
En daar zit hij niet op te wachten, ook al omdat hij in december hoopt vader te worden.

De rechters gaan er niet op in.
Wat ze willen weten is wat er aan de vuurvreugde vooraf ging.
Arent schetst het voorspel.
‘Dan gingen we biertjes halen bij de C1000 en dan een beetje hangen en gek doen in het centrum, vooral op koopavond. Of gewoon rondjes fietsen. En dan thuis met bier, worst en chips op tafel en met vriendinnen, gewoon gezellig.’

Rechters: ‘En dan af en toe een conifeer in de fik.’
Robert; ‘Nee.’
Arent: ‘Ja. En als dan de brandweer kwam, gingen we kijken.’
Robert: ‘Ik zweer het.’
Rechters: ‘Vuur kan wel heel mooi zijn hè. Ik heb zo’n vuurkorf in de tuin. Dan kun je een hele tijd in die vlammen kijken. Dat fascineert.’
Arent: ‘Joh.’
Robert, argwanend: ‘Ik weet niet wat dat betekent.’

De officier van justitie zegt dat er grote onrust was ontstaan in Stadskanaal. ‘Mensen waren bang, sliepen slecht en waakzaam of troffen voorzorgsmaatregelen met tuinslangen. Mevrouw van 92 jaar, een brandstichting met levensgevaar. Er was veel media-aandacht. Jullie wisten van de onrust en toch gingen jullie door. Voor de kick of om stoer te doen, wie zal het zeggen.’

Arent hoort een jaar celstraf eisen, de helft mag voorwaardelijk.
Robert mag boeten met dertig maanden cel, waarvan tien maanden voorwaardelijk.

De officier van justitie laat doorschemeren dat de twee jonge verdachten niet moeten jammeren, maar van geluk mogen spreken.
Lang niet alle branden waarvan ze worden verdacht, kunnen worden bewezen omdat het strafdossier onder de maat is: te slordig, te veel onduidelijk hier en daar en met zaken (straatnamen en tijdstippen) door elkaar.
Geen schoonheidsprijs.

Woensdag was justitieminister Opstelten op werkbezoek in Stadskanaal.
Hij sprak met de burgemeester, met vertegenwoordigers van politie en justitie en andere ketenpartners over de aanpak van de jeugdcriminaliteit.
Die is in Stadskanaal zo succesvol dat de rest van het land er een voorbeeld aan moet nemen.
Dat zeiden ze.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 20 september 2012 – uitspraken
Arent is door de rechtbank vrijgesproken van al hetgeen hem ten laste was gelegd. Zijn aanwezigheid is onvoldoende voor een veroordeling wegens medeplegen en in dit geval ook niet wegens medeplichtigheid.
Robert moet 24 maanden zitten. Daarvan zijn er 8 maanden voorwaardelijk. Alle feiten die het Openbaar Ministerie hem voor de voeten heeft geworpen, acht de rechtbank bewezen.

 

 

2 comments

  1. Lang niet alle branden kunnen worden bewezen (niet: bewijzen)
    Zinvolle website hoor, je ziet soms zelfs een stukje diskussie over strafrecht in de reakties!

  2. Toen ik net van de middelbare school kwam, deed ik samen met een kennis uit de kroeg mee aan een hoorspel. In de kroeg werd me verteld dat hij pyromaan was. Toen er dus brand geweest was, vlak bij zijn woning en ik voor het raam dat uitzicht op de brand bood een laken zag hangen, wist ik dat hij de dader was. Ik was niet geschokt, mijn vader had verstand van verzekeringen en ik zag de wereld nog door mijn eigen bril. Intussen ben ik ouder en moeder, dat heeft mij genuanceerder gemaakt. Dus altijd als het om brandstichting gaat denk ik aan dat hoorspel en de onverwoordde vriendschap uit de kroeg. Ik heb toentertijd nooit moeite gedaan de kennis, die in het hoorspel mijn echtgenoot was, te laten weten hoe ik erover dacht, dat ik hem aanvoelde, zo goed kende ik hem immers niet.
    Alle daders hebben een sociaal netwerk waarin normen en waarden gelden. Robert verwoordt het mooi door uit te leggen dat hij sterker is dan alle anderen omdat hij niet praat. Ik ben opgegroeid met het besef dat je geen vrienden maakt in de kroeg. Dit soort herinneringen bevestigd die norm.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s