Mark zit in de nesten.
Misschien dacht hij tot maandagmiddag half twee dat het met een sisser zou aflopen, zodat hij na vandaag zou kunnen overgaan tot de orde van de dag.
Vooralsnog is dat niet zo.
Het ziet er naar uit dat Mark met knikkende knieën naar zijn nieuwe werkgever moet.

Mark dacht voorafgaand aan de rechtszaak misschien wel dat hij weg zou komen met een lulverhaal.
Hij had immers nog ooit een strafzaak meegemaakt, misschien zijn rechters echt wereldvreemd, zoals je wel hoort.

Hij gaf toe dat het klopte, dat het klopte dat er kinderporno op zijn computer stond.
Dat was niet een heel grootse bekentenis want de politie had computers bij hem thuis in beslag genomen en het toen zelf gezien.

Hij had de ranzigheid opgeslagen in mapjes.
Die mapje had hij namen gegeven.
Kinderpornonamen.
Verzint u maar iets dat heel schunnig is.

Al die mapjes bij elkaar bevatten 25.000 foto’s en filmpjes waarop is te zien hoe kinderen van alle kanten worden verkracht.

Het was begonnen op school.
Mark was op een school in Groningen de systeembeheerder.
Op een dag werd op (in) dat systeem een kinderpornofoto aangetroffen.
Schoolleiding in rep en roer, maar gelukkig bestond Mark.
Mark vertelt aan de rechters dat hij van de schoolleiding de opdracht kreeg een en ander uit te zoeken.
Logisch vond hij, want hij was per slot van rekening verantwoordelijk voor het systeem.
Hij ging op zoek, vond de boosdoener en lichtte zijn leidinggevende in.
Goed gedaan, Mark.
Ziek vond hij het, ziek en zielig.
Wie naar die ranzigheid kijkt is niet normaal en heeft hulp nodig.
Dat had hij nog gezegd.

Maar eenmaal thuis ging hij door met zoeken.
Hij wilde kinderpornonetwerken analyseren om zo de samenleving te beschermen.
Zo haalde hij 25.000 beeldende verkrachtingen binnen die hij onderverdeelde in mapjes, submapjes en subsubmapjes.

Zegt tegen de rechters: ‘Ik deed er verder niets mee.’
Rechters: ‘Is dat zo?’
Mark: ‘Ik heb nooit met de broek op de knieën voor de computer gezeten.’
Rechters: ‘Nee?’
Mark: ‘Absoluut niet.’

Rechters: ‘Waarom kijken mensen naar voetbal op tv? Omdat ze het spannend vinden.’
Mark knikt.
Rechters: ‘Waarom kijken mensen naar porno?
Mark knikt weer.
Rechter: ‘En u bent dan die ene witte raaf die 25.000 kinderpornofoto’s op zijn computer heeft staan en daar geen plezier aan beleeft?’

Mark doet ach en wee, zegt ja en nee, draait en doet.
Een van de rechters: ‘Ik heb bij u het gevoel dat ik met een vegetariër te maken heb die iedere week tien kilo vlees bij de slager koopt.’

Mark: ‘Ik ben geen pedo.’
Rechters: ‘Je hebt ze in soorten en maten.’

De politie deed een inval bij Mark na een tip van de politie in Australië.
Daar liep een onderzoek naar een kinderpornonetwerk.
In dat onderzoek kon de computer van Mark in verband worden gebracht met die van Dustboy, een van de hoofdverdachten in het Australische onderzoek.
Dat hij met Dustboy ranzige foto’s had uitgewisseld, gebeurde per ongeluk, zegt hij.

De school waarvoor Mark werkte zegt dat geen opdracht is gegeven voor een onderzoek.
Er was ook helemaal niet ‘goed zo Mark’ tegen hem gezegd.
Mark was op staande voet ontslagen.
Thuis wisten ze niet beter, dus toen ze het echte verhaal hoorden, moesten ze wel even slikken.

Rechters: ‘Er is nog wat hè?’
Mark had vast gehoopt dat ze er niet over zouden beginnen.
Rechters: ‘U heeft een stiefdochter van 12 jaar. En u had een camera opgehangen in de douche.’

Mark: ‘Ze heeft zichzelf gefilmd.’
Mark: ‘Ik..’
Mark: ‘Ik begrijp wat u denkt..’
Rechters: ‘Vertel eens, hoe kwam die camera in de douche?’
Mark:’Ik heb dat gedaan omdat zij altijd rommel maakte in de badkamer. Ik wilde wel eens zien hoe ze dat deed. Daarom heb ik, in een vlaag van verstandsverbijstering, die camera opgehangen.’

Vanwege de feestdagen doet de rechtbank pas over vier weken uitspraak.
Dat betekent dat Mark een spannende maand de tijd heeft met knikkende knieën zijn nieuwe werkgever in te lichten.

Dat hij straks even weg moet, in verband met een eis van vijftien maanden gevangenisstraf.
Nieuwe werkgever: ‘Wat?’
Mark: ‘Waarvan vijf maanden voorwaardelijk.’
Werkgever: ‘Hoezo?’
Mark: ‘Nou uh… ik ben betrokken geweest bij een onderzoek ter bescherming van de maatschappij.’

Of zoiets.

Rob Zijlstra

uitspraak op 17 januari