Cheb wordt vervolgd

pot-rode-verfCheb is in z’n eentje zo’n beetje het hele Marokkanenprobleem in Groningen.

Anders gezegd: er zijn wel Marokkanen in Groningen, maar in de rechtszaal komen ze zelden, ze hebben daar kennelijk niks te zoeken.
Cheb daarentegen is al jaren een van de meest trouwe bezoekers van zittingszaal 14.
En altijd voor hetzelfde: inbraken en insluipingen.

Hij kwam 34 jaar geleden vanuit Beni Bouifrour naar Nederland.
Veel heeft hem dat niet gebracht.
De eenvoudige sportschoenen die hij draagt zijn van de penitentiaire inrichting in Ter Apel.

Cheb is behept met een dijk van een drugsverslaving, een vlotte babbel en een enorm zelfinzicht.
Met zijn diepdonkere ogen zegt hij tegen de rechters: ‘Ik vind het vreselijk dat ik zo laag ben gezonken, zo laag om in te breken in de synagoge, ook gezien de historie en het feit dat ik Marokkaans ben.’

Hij wandelde in juni dit jaar door de Folkingestraat in de binnenstad van Groningen.
Hij zag dat in de synagoge een tentoonstelling was waarvoor entree moest worden betaald.
Zijn hersenen begonnen meteen te ratelen: entree is geld, geld is drugs.
Het lichaam deed de rest: dat begon te klimmen en via een plat dak en met behulp van een koevoet die hij altijd bij zich draagt ging hij naar binnen.
Hij vond de kassa met daarin de entreegelden en enige eagle-munten.

Hij werd gesnapt en nu heeft hij zo ontzettend veel spijt.
Bij de politie had hij gezegd dat hij schoon schip wilde maken.
Want hij is verliefd.
Cheb: ‘Tot over mijn oren.’
Op het bureau werden alle verloven ingetrokken want als Cheb gaat biechten zou het oplossingspercentage van inbraken en insluipingen wel eens tot een recordhoogte kunnen stijgen.
Alle wijkagenten van Groningen gingen om hem heen zitten en keken hem vol verwachting aan.
Cheb: ‘Alle andere zaken heb ik niet gedaan.’

De inbraak in de synagoge was ook meer een samenloop van omstandigheden geweest.
Ze heet Anna op wie hij smoorverliefd is.
Ze hadden een heftige ruzie gehad, zo heftig dat hij een gat in de deur had geslagen en toen naar buiten was gegaan, met het hoofd helemaal vol.
Tegen de rechters: ‘Zij zat de hele dagen te zeuren om geld en drugs. Daarom besloot ik op pad te gaan om in te breken.’

Nu hij in de gevangenis zit, mist hij haar.
Zo erg dat hij er bijna gek van wordt.

Cheb heeft ‘s nachts geen frisdrankautomaten opengebroken in het UMCG.
Hij heeft ook niet ingebroken in het gebouw waarin onder meer de biljartverenging is gevestigd.
Ook de laptops uit een gebouw van het Noorderpoortcollege heeft hij niet gestolen.
In het studentenpand waar mobiele telefoons waren ontvreemd, is hij nog nooit geweest.

Dat er foto- en filmmateriaal is waarop Cheb te zien is ten tijde van de diefstallen doet daar volgens hem niet aan af.
Zijn dna op een blikje Fanta in het pand waar de biljartvereniging huist, met de kans kleiner dan 1 op 1 miljard dat het van iemand anders is?
Die telefoon die hij had, afkomstig uit dat studentenpand?

Hij zegt: ‘Die telefoon die ik had, had ik geruild met iemand.’
Beelden van beveiligingscamera’s?
Blikje Fanta met daarop zijn dna?
Cheb: ‘Kan wel kloppen, want ik ben daar geweest. Maar niet om te stelen, maar om rustig drugs te kunnen gebruiken. Ik zoek altijd rustige plekken op omdat ik mijn moeder niet wil confronteren met mijn drugsgebruik. Maar ik ontken ten stelligste dat ik daar heb ingebroken. En u moet het volgens de wet wettelijk bewijzen.’

Rechters: ‘U weet hoe het werkt.’

De officier van justitie ook: ‘Wettig en overtuigend.’
Cheb: ‘Ik mis Anna ontzettend. Ik wil graag met haar trouwen en kinderen krijgen en aan mijn vader met wie ik al acht jaar niet heb gesproken laten zien dat ik ook goed kan doen.’

De officier van justitie: ‘U krijgt nog een kans.’
Cheb: ‘Ik verdien straf voor die inbraak in de synagoge.’

De officier van justitie: ‘Achttien maanden waarvan twaalf voorwaardelijk.’
Cheb: ‘Ik zou liever iets voor de samenleving terug willen doen. Ik wil de synagoge wel schilderen, van binnen en van buiten… In plaats van gevangenisstraf.’

De officier van justitie: ‘Met als bijzondere voorwaarde een behandeling in een kliniek voor de duur van maximaal een jaar. Doet u dat niet, dan moet u een jaar extra zitten.’
Cheb knikt, snapt hij: ‘Ik wil niet langer als een tweederangsburger leven, niet meer stelen, want zo ben ik niet.’

Ik vrees: wordt vervolgd.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 7 oktober 2013 – uitspraak
Cheb is veroordeeld tot achttien maanden celstraf waarvan een lang deel voorwaardelijk: een jaar. Dat is bedoeld als stok achter de deur. De straf is conform de eis. Dat is desondanks het feit dat de rechtbank minder feiten bewezen acht dan het Openbaar Ministerie.  De insluiping in het Noorderpoortcollege en in de studentenwoning kan niet worden bewezen.

de rechtbank heeft het vonnis (nog) niet gepubliceerd

 cheb de flipper (september 2011)

One comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s