Het mensbeeld

imagesSteeds vaker en inmiddels ook vaker niet dan wel bestaat de meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen uitsluitend uit vrouwelijke rechters.
Sterker nog, steeds vaker is heel het togadragende gezelschap – de drie rechters, de griffier, de officier van justitie en de advocaat – vrouw.
Het zegt niets en het is ook helemaal niet erg.
Veel erger is dat het plegen van misdrijven al eeuwen achtereen een mannending is.
Mooier kunnen we het mensbeeld niet maken.

Vrouwelijke verdachten zijn in de zalen van het strafrecht ontzettend in de minderheid, in Groningen scoren ze nog geen tien procent.
Dit jaar werden dertien vrouwelijke verdachten in zittingszaal 14 veroordeeld tot daders en één mevrouw werd vrijgesproken.
Er zijn geen misdaden die typisch vrouwelijk zijn.
De veertien werden beticht van diefstal (4), geweld, ook met messen (4), drugshandel (2), fraude (2) en brandstichting (2).
Zegt ook niets, mogelijk zijn vrouwen slimmer.

Zodra cijfers in de misdaad opduiken – geldbedragen uitgezonderd – is het oppassen geblazen.
Conclusies trekken is bloedlink.
Neem brandstichting, een misdaad waar zware straffen mee gepaard gaan, zelfs levenslang.
Maar om Linda, 42 jaar, nu een crimineel te noemen?
In de misdaadstatistieken is ze aanwezig, maar in de gevangenis kom je haar na dit weekeinde niet tegen.

Linda heeft opzettelijk een kussen op een bank in haar woning met vuur in aanraking gebracht.
In grote lijnen weet ze nog wat er die dag is gebeurd.
Alles was bij elkaar gekomen.
Het gedoe met de biobak, de buurvrouw die haar uitnodigde voor een kopje koffie wat ze niet wilde, maar toch accepteerde omdat ze tot haar grote frustratie geen nee durft te zeggen, de vervelende sms’jes van de vader van haar kinderen en iets op Facebook.
Ze pakte een rondslingerende aansteker en stak impulsief als ze is, een kussen op de bank in brand.
Toen belde ze 112 en kwam haar vader het vuur doven.

Het leven van Linda zit in de knoei.
Ooit was dat niet zo.
Tien jaar lang was ze gelukkig en getrouwd.
Iets ging mis en daarna verliep alles moeizaam.
Ze is sociaal onhandig, maar zeer gemotiveerd het goed te doen.
Borderline.

Nadat haar vader het vuur had gedoofd en de politie was gekomen om Linda af te voeren, is geprobeerd een plek voor haar te vinden in een psychiatrische instelling.
Dat lukte niet.
Geen plek. Linda niet ernstig genoeg.
De officier van justitie zegt: ‘Ik ben er niet trots op dat ik destijds moest beslissen dat mevrouw naar het huis van bewaring moest.’

De officier van justitie zegt dat er, vijf maanden verder, een plek is gevonden.
Maandag aanstaande kan Linda worden opgenomen.
Dat is beter dan het huis van bewaring waar ze nu al 156 dagen zit, vaak ook in de isoleer.
Het is genoeg.
De officier van justitie: ‘Ik denk dat hiermee een goede afweging is gemaakt tussen de belangen van de samenleving en die van verdachte.’

Bij Linda gloort een sprankje hoop, ze is weer verliefd en droomt dat het wat wordt.
Hij heeft haar in het gevang dan wel niet bezocht, maar toch…
De drie rechters tonen als moeders een en al begrip, zeggen dat ze over twee weken uitspraak doen, maar dat Linda maandag aanstaande gerust het huis van bewaring mag verruilen voor een instelling waar ze haar kunnen helpen.

Jochem (40) is ook een verdachte die de misdaadstatistieken kleurt.
In 2007 kreeg hij twee jaar cel, in 2011 vijftien maanden.
Steeds voor hetzelfde: Jochem is een praatjesmaker.
Hij vertelt valselijk en listiglijk en bedrieglijk verhaaltjes aan mensen die dan diep geroerd hem een tientje of twintig euro geven voor de trein of bus.
De babbels van Jochem zijn echter in strijd met de waarheid, want zijn autosleutels liggen helemaal niet in de afgesloten auto.
Jochem heeft niet eens een auto.
En dus hoeft hij ook niet de reservesleutel van huis op te halen met bus of trein waarvoor hij het geld nodig zegt te hebben.
Het geld dat hij bijeen babbelt is voor de drugs waaraan Jochem al vijftien jaar verslaafd is.

Een groot crimineel kun je hem ondanks zijn lange staat van dienst niet noemen.
De officier van justitie zegt dat Jochem in 2011 de laatste kans heeft gekregen en dat hij nu de allerlaatste kans krijgt waarbij hij zich moet realiseren dat de laatste kansen wel op beginnen te raken.
Jochem kijkt blij want hij weet wat het betekent: een niet al te lange straf en daarna naar de kliniek wat hij zo graag wil.
De eis: een jaar celstraf, maar daarvan de helft voorwaardelijk.
Met een beetje mazzel kan Jochem volgende maand de kliniek in.
Jochem tegen de rechters: ‘Ik vind het een wonder dat het allemaal kan.’

Er zit een slachtoffer in de zaal, bijgestaan door Slachtofferhulp.
Jochem had op het Vennenplein in Delfzijl twintig euro uit haar portemonnee gepraat.
Dat geld wil ze terug.
Daarnaast wil ze een vergoeding voor de immateriële schade: 250 euro.
Ze zegt tegen de rechters dat ze altijd heel veel voor mensen voelde, maar dat ze nu bang is, dat ze nu medicatie nodig heeft.
Rechters: ‘Heeft u een verklaring van een arts waaruit blijkt dat u bang bent?’
Nee, dat heeft ze niet. Maar ze durft ’s avonds de hond ook niet meer uit te laten, bang dat een man haar pakt.
Rechters: ‘Heeft hij u dan vastgepakt?’
Slachtoffer: ‘Nee, dat niet, hij was een gewone man, een leuke man ook. Maar hij heeft wel mijn mensbeeld verstoord.’

Slachtoffers kom je veel tegen in de misdaadstatistieken, maar dat zegt dus ook niet altijd alles.

Rob Zijlstra

UPDATE – 17 oktober 2013 – uitspraken
Linda is veroordeeld tot de dagen die ze opgesloten heeft gezeten, conform de eis dus. Hulpverlening is belangrijker, vinden ook de rechters, dan straffen.  Ook Jochem kreeg een straf die gelijk is aan de eis: 6 maanden zitten. Hij won het vertrouwen, leende geld, maar heeft nimmer de intentie gehad het geleende terug te betalen. Kwalijk, ook al omdat hij zich in het verleden vaker aan dit delict schuldig heeft gemaakt.  Aan twee slachtoffers moet hij het geleende nu terugbetalen, tweemaal een bedrag van 20 euro. Maar daar blijft het ook bij. De mevrouw die 250 euro extra wilde hebben krijgt dat niet.

One comment

  1. Ja, “Jochem” heb ik ook al twee keer aan de deur gehad. En ja hoor: de eerste keer heb ik hem ook geld gegeven. Voelde me daarna een enorme naïeve troela. Toen ik hem de tweede keer in het huis van mijn vriend aan de deur had, heb ik hem de huid volgescholden en de volgende dag bij het politiebureau aangegeven wat er was gebeurd (geen aangifte, meer een melding). Ome agent lachte me honend weg: tja, u geeft toch vrijwillig geld? Hij doet toch niets strafbaars?” Ik heb me echt nog afgevraagd of ik nou gek ben, maar ben blij om te lezen dat deze praatjesmaker wel degelijk tot de verantwoording wordt geroepen…. tot-ie het weer doet, natuurlijk, want daar maak ik me geen enkele illusie over.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s