Joop

 

 

was het maar niet zo gegaan

traanHendrik (49) heeft niet geslapen.

Hij lag in zijn cel in de gevangenis te piekeren over wat te zeggen als de rechters hem aan het einde van het proces het laatste woord zullen geven.
Dat hij er veel moeite mee heeft?
Of dat hij dit absoluut ook niet heeft gewild?

Eerst het verhaal, 4 augustus 2013.

Hij is naar de barbecue geweest in Gaarkeuken, hartstikke gezellig daar.
Na middernacht komt Hendrik terug in Grijpkerk.
Lopend richting huis, door de Herestraat, ziet hij dat er nog leven is in café Joek.
Het voornemen te gaan slapen, laat hij varen.
Tegen de rechters: ‘Ik woon alleen en ik had nog wel zin in wat gezelschap om mij heen.’

Aan de bar zit Joop (52), ooit automonteur, maar nu de eigenaar van het dorpscafé dat hij met ziel en zaligheid runt.
Het wordt een vrolijke voortzetting, zo ook vanzelf drie uur, sluitingstijd. En hoewel Joop de baas is, is de barkeeper onverbiddelijk: de tap is dicht.
Hendrik stelt voor om nog een afzakkertje bij hem thuis te drinken.
Omdat hij geen drank in huis heeft, neemt Joop een kratje Amstel mee uit de zaak.
De zus van Joop en zijn zwager gaan ook mee.

Was het maar niet zo gegaan.

Om twee minuten voor half zes die ochtend komt er via 112 bij de meldkamer een telefoontje binnen: ‘Met Hendrik. Ik heb net iemand doodgeschoten in mijn woning.’
Niet heel veel later wordt hij elders in het dorp aangehouden door een arrestatieteam.

In de woning van Hendrik treft de politie aan de keukentafel met daarop tal van lege flesjes bier een zwaargewonde man aan.
Het is Joop.
Anders dan Hendrik denk leeft hij nog, maar het ziet er niet best uit.
Hendrik zegt dat het een ongeluk was, dat het wapen ineens was afgegaan.
Zomaar, want het was nooit de bedoeling geweest.

Wat niet de bedoeling is, maar toch is gebeurd is in de rechtszaal niet per definitie een ongeluk.
Sterker nog, de officier van justitie vindt dat er sprake is van een poging tot moord.
Hendrik heeft willens en wetens op Joop geschoten, hij heeft het gepland en uitgevoerd.
Het wapen is onderzocht en vastgesteld is dat een spontaan schot als gevolg van een defect moet worden uitgesloten.
De officier van justitie: ‘De trekker is overgehaald.’

Hendrik had aan het hoofd van de keukentafel gezeten, Joop links en daar tegenover zus en zwager.
De zus: ‘Hendrik ging ineens staan, pakte iets uit zijn broekzak, richtte op Joop en schoot. Er was geen aanleiding voor, we waren leuk in gesprek. Hij ging daarna direct naar buiten, via de achterdeur. Hij zei niks.’
De zwager: ‘Joop begon over de kinderen van Hendrik. Dat irriteerde hem, hij ging er niet op in. Toen ging hij naar de wc. Hij kwam terug. Ineens een schot, ik dacht eerst een grapje of zo. Toen zag ik bloed. Hendrik ging weg, wij zijn toen in paniek geraakt.’

Hendrik werkte een aantal jaren als slager in het dorp.
Daarna stapte hij over naar de asbestsanering.
Dat ging een tijdje goed, maar toen de bank de kraan dichtdraaide kwam in 2005 het faillissement en kocht hij een revolver met een doosje kogels erbij die hij bewaarde in een kluis op de slaapkamer.
Als ondernemer zonder onderneming ging het niet beter.
Integendeel.
Soms liep de rekening in het café hoog op en was er geen geld om die te betalen.
Dan deed Hendrik klusjes voor Joop.
Schilderen en zo.
Er vielen ook wel eens wat woorden, bijvoorbeeld als Hendrik beloofde te komen, maar niet kwam in verband met hooikoorts.
Joop zei dan: wel drinken, maar niet werken, dat klopt niet.
Maar Joop was, zo werd tijdens de rechtszaak gezegd, een man van zand erover.
Dan gingen ze samen op vakantie.

De rechters willen weten hoe gezellig het nou echt was aan de keukentafel.
Hendrik vertelt dat hij bang was geworden en toen in paniek was geraakt.
Want zomaar ineens had Joop gezegd dat-ie de boel kort en klein ging slaan.
Hij zei: ik sla alle ruiten hier in en dan pak in jou ook.’
Rechters vragen: ‘Hoeveel had u gedronken?’
Hendrik: ‘Ik denk met de barbecue erbij een stuk of twintig flesjes bier.’
Rechters: ‘Dronken.’
Hendrik: ‘Tussendoor hebben we ook gegeten. Ik was teut.’

Er was een akkefietje geweest met de zoon van Hendrik.
Die zou een paar weken eerder een ruit hebben vernield bij café Joek.
Daar hadden ze het over gehad.
Na een tijdje zeiden ze ‘zand erover’.
Maar toen – zegt Hendrik – begon Joop er weer over.
‘Ik moest beter dit en beter dat. Ik zei, laten we er nou over ophouden. Maar Joop zei, ik pak die jongen, ik huur wel een paar mannetjes in. Ik zag de agressie in hem doorkomen. Ik raakte in paniek en ik voelde me bedreigd. Ik dacht maar een ding, die mensen moeten hier weg, weg uit mijn woning.’

Hendrik zei dat hij even naar de wc moest.
Hij stond op en liep weg.
Hij liep door naar de slaapkamer, opende de kluis en pakte het geladen vuurwapen, hij liep terug, trok de wc door en liep naar de stoel bij de keukentafel.
Hij zei, ik schiet als jullie niet weggegaan.
Joop: ‘Je schiet toch niet.’
Hendrik: ‘Ik zei van wel en toen ineens een knal, ik schrok me rot.’

Rechter: ‘Als u dan zo bang was, had u de woning ook kunnen verlaten.’
Andere rechter: ‘Als je een pistool pakt, is het dan niet zo dat je het risico neemt te gaan schieten, al dan niet per ongeluk?’
De officier van justitie zegt dat Hendrik die avond meermalen bewuste keuzes heeft gemaakt, dat er sprake is van planmatig werken waarbij er momenten zijn geweest om zich te beraden.
Daarom een poging tot moord.
De eis: een gevangenisstraf van 10 jaar.

De dochter van Joop vertelt in de rechtszaal ferm het trieste verhaal.
Ze vertelt dat Joop niet hield van conflicten, het altijd druk had, maar er ook altijd voor ‘ons’ wilde zijn.
Dat hij nu in een rolstoel zit, nooit meer kan lopen, nooit meer kan eten.
En dat hij ook nooit meer kan praten.
De helft van zijn lichaam is verlamd, rechts hoort hij niets meer en hij kan bijna ook niet meer zien.
Hij weet ook niet meer wat er is gebeurd, maar hij is depressief, verdrietig en boos.
Hij weet dat hij in een kapot lichaam leeft.
Ja, hij leeft nog, maar hij heeft geen leven meer.’

De advocaat van Joop zegt dat ze namens het slachtoffer 815.813, 11 euro claimt, voor iets dat niet te vergoeden is, namelijk voor een leven waar geen invulling meer aan kan worden gegeven.
De advocaat van Hendrik zegt dat er geen sprake is van voorbedachten raad, zegt dat er heel de avond geen wanklank is gevallen en toch schiet hij.
Hoe dat kan?
Dat kan als het toch een ongeluk is geweest.
De officier van justitie zegt dat ze de advocaat wel kan volgen, omdat hij de advocaat is van de verdachte.
Ze zegt: ‘Maar ik zie het anders.’

Hendrik krijgt het laatste woord.
Het zegt dat hij niet heeft geslapen, dat hij er veel moeite mee heeft, dat hij dit absoluut niet heeft gewild.
Hij zegt: ‘Sterkte voor de mensen die hier verder mee moeten.’

Rob Zijlstra

 

UPDATE – 14 april 2014 – uitspraak
Geen poging tot moord, maar een poging tot doodslag. Zo kwalificeert de rechtbank de gebeurtenissen vorig jaar augustus in Grijpskerk. De rechtbank zegt niet uit te sluiten dat de lezing van Hendrik kan kloppen. Dus dat hij met het wapen dreigde met de bedoeling zijn gasten het huis uit te krijgen. In het vonnis staat:   ‘De mogelijkheid bestaat dat verdachte pas besloot daadwerkelijk te schieten op het moment dat hij schoot of kort daarvoor’. Hiermee is sprake van een opwelling.  Dat het wapen per ongeluk afging, zoals Hendrik ook heeft gezegd, vindt de rechtbank niet aannemelijk. Nu geen poging tot moord, maar wel een poging tot doodslag kan worden bewezen moet de straf iets lager zijn dan de geëiste 10 jaar. De rechtbank: 8 jaar gevangenisstraf.

Hendrik moet verder aan het slachtoffer 100.000 euro betalen. Er was 815.000 euro gevorderd. De rechtbank zegt hierover dat er te weinig informatie beschikbaar is om over de juistheid van die vordering te kunnen oordelen. Er zou dan nader onderzoek moeten worden gedaan en dat betekent een onevenredige belasting van het strafproces.

vonnis grijpskerk

klik voor volledige uitspraak

 

14 comments

  1. Dus hij ging in 2005 failliet en toen kocht hij blijkbaar een revolver met een doosje kogels erbij. Wat een vreemde reactie, zou dit het hele verhaal zijn waarom hij (illegaal?) dat wapen had? Als je failliet bent hoef je in elk geval niet meer bang te zijn dat je zaak overvallen wordt en heb je ook geen geld meer voor een revolver.

    1. Henk is vreselijk bedreigd door mensen die nog geld kregen, daarom heeft hij het wapen aangeschaft. Puur om zichzelf en zijn gezin te beschermen als dat nodig zou zijn.

  2. “De advocaat van Hendrik werpt tegen dat er sprake is van voorbedachten raad, zegt dat er heel de avond geen wanklank is gevallen en toch schiet hij.”

    …dat er GEEN sprake is van voorbedachten raad
    of
    spreekt tegen dat er….etc.

    bedoel je denk ik.

  3. “Het wordt een vrolijke voortzetting, zo ook vanzelf drie uur, sluitingstijd. En hoewel Joop de baas is, is de barkeeper onverbiddelijk: de tap is dicht.
    Hendrik stelt voor om nog een afzakkertje bij hem thuis te drinken.
    Omdat hij geen drank in huis heeft, neemt Joop een kratje Amstel mee uit de zaak.
    De zus van Joop en zijn zwager gaan ook mee.” de getuigen zijn ook niet betrouwbaar…..drank

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s