OLYMPUS DIGITAL CAMERAHet zal best zo wezen dat anderen hebben verklaard dat hij er ook bij was.
Lammert kan het zich niet herinneren.
Nog niet met de beste wil.
Maar een ding weet hij zeker, honderd procent: ‘Ik heb het niet gedaan.’

Natuurlijk vroegen de rechters hoe dat dan kan?
Dus dat je niet meer weet wat er is gebeurd, maar dat je wel zeker weet dat je het niet hebt gedaan.
Lammert haalt de schouders nog maar een keer onverschillig op: ‘Ik weet niets meer.’
Dat lijkt hem het meest logisch.

De rechters zeggen: ‘U zou de man zijn geweest die met de loden pijp heeft geslagen. Anderen verklaren daar over.’
Lammert reageert geschokt: ‘Ik? Stel je voor. Ik een vechtersbaas. Nee. Ik ben geen agressief persoon.’
Hij denkt nog eens diep na.
Zegt dan: ‘Als ik iemand in elkaar sla, dan moet ik dat toch merken?’

Lammert is jarig op de dag dat hij moet terechtstaan.
Hij is 41 geworden.
De rechters vragen wel wanneer, op welke datum hij is geboren, maar dat leidt niet tot felicitaties.
Lammert lijkt dat niet te deren, hij is wel wat gewend.
Toen hij acht was, stond hij er al alleen voor, op eigen beentjes.
Zegt: ‘Ik moest toen al mijn eigen aardappeltjes koken.’

De officier van justitie zegt dat Lammert zich schuldig heeft gemaakt aan een zeer ernstig misdrijf.
Dat het ook juridisch gezien niet te danken is geweest aan Lammert dat het slachtoffer nog leeft.
Want dat is meer een kwestie van geluk geweest.
Het slachtoffer is ook nog altijd niet hersteld van de opgelopen kwetsuren, ook al zijn in tijd acht maanden verstreken.
Het praten gaat nog moeilijk, hij weet wat hij wil zeggen, maar het komt er dan niet uit.
Via de logopedie moet dat weer beter worden.
Het zicht is ook nog altijd wazig en zijn er zwarte vlekken en immer tintelende handen, zo citeren de rechters uit de papieren die voor hen op tafel liggen.

Lammert toont zich niet onder de indruk.
Hij vraagt aan de rechters: ‘En staat er ook bij dat-ie ons bedreigt? Nee? Hij zoekt ons op, een voor een. Hij wil wraak nemen.’
Dat had hij dan toch maar even mooi gezegd.

Met ‘ons’ bedoelt Lammert de andere vijf mannen met wie hij deze misdaad zou hebben gepleegd.
Die andere mannen zijn eind vorig jaar al veroordeeld, Germ zelfs tot drie jaar gevangenisstraf wat ze met z’n allen wel heel erg veel hadden gevonden.
Hun slachtoffer – zeg maar dat hij Rinus heet – was niet zomaar een willekeurige passant.
Rinus had er een beetje zelf om gevraagd, want hij had eerst babbels gehad en toen een grote bek.
De zakenpartner van Rinus, Klaas, was daar helemaal flauw van geworden.
Ze hadden een meningsverschil over de verdeling van geld dat ze samen hadden verdiend met de teelt en verkoop van hennep.

Klaas had toen een besluit genomen.
Hij ‘whatsappte’ door zijn netwerk en verzamelde op die manier wat kracht om zich heen.
Rinus werd bij hem thuis ontboden, zogenaamd om de kwestie uit te praten.
Eenmaal binnen werd hij met alle aanwezige kracht in elkaar gebeukt.
Dat beuken duurde welgeteld tien minuten.
Iemand had een loden pijp.
Ze stopten omdat ze het wat zielig begonnen te vinden.
Rinus’ lichaam sleepten ze daarna het huis uit, vouwden het op en smeten hem in zijn auto.
Voor alle zekerheid werden de autoruiten aan diggelen geslagen.
Nu wisten ze zeker dat hij Klaas voor eens en altijd met rust zou laten.

Klaas betaalde zijn mannen 500 euro voor de getoonde kracht.
Een aantal van hen ging direct door naar het café om het verdiende loon om te zetten in wat te drinken.

Rinus slaagde erin thuis te komen, ging naar bed en was de volgende ochtend niet meer aanspreekbaar.
In allerijl werd hij naar het ziekenhuis gebracht.
De artsen constateerden hersenkneuzingen.

Lammert luistert met aandacht naar wat de rechters hem vertellen.
Af en toe schudt hij het hoofd, een teken dat hij het er niet mee eens is.
En hoe vaak moet hij het nog zeggen?
Hij zegt: ‘Ik heb geen aandeel in die vechtpartij, als ze dat verklaren dan hebben ze dat onderling afgesproken want, nogmaals, ik ben niet een agressief persoon.’

Rechters: ‘U was toen ook in dat café. En u had veel geld bij u. Er werden rondjes gegeven.’
Lammert: ‘Ik heb ja maar 40 euro in de week.’
De rechters zeggen dat ze dat nou juist bedoelen, dat hij ineens veel meer geld had.
Nog een schepje er bovenop: ‘Mensen die toen ik het café waren hebben verklaard dat u onder het bloed zat.’

Lammert blijft maar met zijn hoofd schudden.
En dat blijft hij ook doen als de officier van justitie het woord neemt.
De aanklager zegt dat Lammert schuldig is aan het medeplegen van het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.
Dat er sprake is geweest van een lokale maffia-actie.
En dat allemaal voor een paar rotcenten.
De aanklager zegt dat Lammert geen enkele compassie toont en dat er sprake is van een lage motivatie om zijn leven op de rails te zetten.

Diepe zucht.
Goed, hij had de afgelopen vier jaar in ledigheid doorgebracht.
Altijd dronken.
De schatting: een krat bier per dag, de eerste fles bij het ontwaken.
Dat was begonnen toen zijn partner overleed.
Nu zitten er gaten in het hoofd.
Korsakov.
Zegt: ‘Ik heb vier jaar vergooid. Als ik maar in een roes leefde.’

Nadat hij was aangehouden en werd opgesloten kwamen de ontwenningsverschijnselen.
Die waren zo heftig dat hij moest worden opgenomen in het gevangenisziekenhuis in Scheveningen.
Hij zag in zijn wanen medewerkers als kabouters en dat was niet om te lachen geweest.

Hij zegt dat het nu, nu hij al acht maanden vastzit, een stuk beter met hem gaat.
Niet zonder trots: ‘En ik drink niet.’
Rechters: ‘Nee, nogal wiedes, want u zit vast.’
Lammert, grote lach: ‘Ik kan in de gevangenis elke dag wel drank krijgen. Als ik het wil, komen ze het zelf brengen. Ha ha. Het is binnen bijna nog gemakkelijker dan buiten.’

De rechters reageren er niet op.
Misschien willen ze niet eens weten waar ze dag in en dag uit mensen naar toesturen.
De rechters vragen hoe hij zijn toekomst ziet.
Lammert veert op, want hij kijkt sowieso liever naar de toekomst dan naar het verleden.
Enthousiast: ‘Ik wil werken. En dan ’s avonds moe op de bank. Met een lekker biertje erbij.’
De rechters springen op: ‘Met een biertje? Is dat gezien uw verleden nou wel zo verstandig?’
Maar Lammert is niet meer te houden met zoveel geluk in het verschiet: ‘Ja, en dan bij het eten een lekker glaasje wijn.’

De officier van justitie: ‘Ik eis 24 maanden gevangenisstraf.’

De rechters vragen of hij de eis heeft begrepen.
Voor Lammert is de lol eraf.
Hij zegt: ‘Tja, phoeh, 24 maanden… Ik snap het wel een beetje. Ik ben niet zo slim, maar ik vind 24 maanden wel aardig pittig.’

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 18 april 2014 – uitspraak
Lammert moet – zoals wel kon worden voorspeld – zitten, maar iets minder pittig: 15 maanden.