Applaus

De advocaat heeft zijn woorden gesproken, hij heeft zijn standpunt op tafel gelegd.
Vanaf de vrijwel lege publieke tribune klinkt een klein applausje.
Het is een mevrouw die dat doet.

Applaudisseren is hartstikke verboden in de rechtszaal.
Dat staat nergens, maar het mag niet.
Zoals ook de meegebrachte etenswaren er niet genuttigd mogen worden.
En de telefoons uit moeten.
Bij aanvang van de zitting wordt dat laatste omwille een ordentelijk verloop ook altijd nadrukkelijk gezegd.
Een flesje water wordt oogluikend toegestaan, maar dat is het dan ook.

De voorzitter kijkt verstoord naar de mevrouw van het applausje.
Zegt bozig dat zoiets niet is toegestaan.
De mevrouw zegt dat de advocaat het heeft verteld zoals het is.
De bozige rechter is nu heel ontstemd en zegt bits dat ze haar mond dicht moet houden.
De mevrouw piept: ‘Ik heb het toch al gezegd.’

De maat is vol.
De voorzitter wijst met zijn arm naar de deur en roept: Eruit!
Een tweede rechter is onmiddellijk solidair, schiet zijn collega te hulp en ook hij roept: Eruit!
Beetje gênant wel om te zien, twee van die roepende rechters zo naast elkaar.

De mevrouw raakt er overstuur van en begint te huilen, het wordt haar te veel.
Bij de deur roept ze nog: ‘Klootzakken!’
Emoties kunnen hoog oplopen in de rechtszaal, maar daar uiting aan geven is zeer ongepast.
Omdat het storend werkt.
Wat rechters doen is heel erg moeilijk en zij eisen daarbij niet gestoord te worden.

De zitting wordt even stilgelegd en dan hervat.
De verdachte zegt: ‘Excuus. Ik wil mijn excuses maken voor mijn moeder.’

Die opmerking is voor de officier van justitie reden op te springen en de voorzitter te vragen of van die opmerking proces verbaal kan worden opgemaakt.
Ze zegt: ‘Want we weten nu ook wie het is.’

De mevrouw van het applausje, de moeder van de verdachte dus, probeert op de gang wat te kalmeren.
Dat valt niet mee.
Ze bedoelde er niets mee, met dat applausje, maar dat die rechters dan zo kwaad worden.
Het is wel haar zoon.

De strafrechtfabriek draait door.
Er is een volgende zitting.
Als die net een beetje op gang is gekomen en de voorzitter in gesprek is gegaan met de verdachte, klinkt ineens het indringende geluid van een telefoon die overgaat en om aandacht vraagt.
De twee rechters die net nog zo boos waren, kijken opnieuw verstoord de zaal in.
Dreigende blik: Wie?

De derde rechter kijkt niet boos, maar ineens verschrikt.
Want het duurt even voordat hij in de gaten heeft dat het zijn telefoon is.
In zijn broekzak.
Lastig dan zo’n toga.
Hij zegt, half op de knieën, nog: ‘Maar hij staat wel uit hoor.’
Dat was feitelijke gezien niet een heel geloofwaardige opmerking van de jongste rechter.

Arme boze verstoorde voorzitter.
Hoe nu verder?
Hij laat een grootse glimlach zien en zegt: ‘Excuus.’
Niemand hoeft de zaal te verlaten.

Rob Zijlstra

One comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s