Het openbaar toilet

De politie heeft ter plaatse vastgesteld dat de buil er was
foto 1

Toiletgebouwtje Hoge der A

Het is 13 september 2013, rond drie uur in de nacht.
Tjeerd is op stap geweest, is op weg naar huis en moet plassen.
Dat doet hij – heel keurig – in het openbare toilet op de kade van het Hoge der A., randje binnenstad Groningen.

Terwijl Tjeerd zijn ding staat te doen, komt ineens een grote man de krappe en donkere ruimte binnen met een fles drank in de hand.
Rode port.
Tjeerd schrikt.
Een seconde later voelt hij een harde klap op het achterhoofd, en nog een.
Hij geeft zijn belager een duw.
De halflege fles raakt zijn bovenarm.

Buiten het toiletgebouwtje gebouwtje roept de belager: ‘Geef me je geld’.
Dan maakt de overvaller zich – zonder buit – uit de voeten.
Er passeert een fietser.
De gewaarschuwde politie komt ter plaatste en weet de belager korte tijd later aan te houden.
De man wordt meegenomen naar het politiebureau.
Het slachtoffer doet aangifte.

Het Openbaar Ministerie vindt dat er sprake is van een diefstal dan wel afpersing met geweld aan de openbare weg.
Het slachtoffer in het toiletgebouwtje werd geslagen en tegelijkertijd werd er om geld gevraagd.
Zou het slachtoffer een winkel zijn, dan heette het een overval.

De officier van justitie ziet voldoende bewijzen.
Ze heeft er drie.
De eerste is de aangifte van het slachtoffer.
Die aangifte wordt ondersteund door de buil op het hoofd van het slachtoffer.
De politie heeft ter plaatse vastgesteld dat de buil er was.
Het derde bewijs is de verklaring van de getuige die hoorde roepen: ‘Geef me je geld.’
De man die dat riep was dezelfde man die later door de politie werd aangehouden, zo laat de getuige optekenen.

De officier van justitie heeft welgeteld 35 seconden nodig voor haar requisitoir die ze afrond met een strafeis: een werkstraf van 200 uur.

De verdachte is een 29-jarige man uit Delfzijl.
Soms gaat hij naar Groningen, zo ook op die 13e september vorig jaar.
Hij had een fles drank, rode port, gekocht die hij langzaam burgemeester maakte, op een bankje in het park.
Hij heeft een vaste en goede baan op het water.

Hij vertelt aan de rechters dat hij niet dronken was, wel een beetje aangeschoten.
Hij had in het Noorderplantsoen gezeten en was richting de stad gelopen om te kijken of er nog wat te beleven viel.
Rond drie uur moet hij plassen.
Op het Hoge der A is een toiletgebouwtje op de kade.
Hij gaat naar binnen, de fles port in zijn hand.
Ineens een schrik.
Er is daar een man die ook schrikt.
Die man slaat wild om zich heen en wel zo dat de fles port tegen zijn tanden aankomt.
En tegen zijn bril.

De verdachte: ‘Daarom werd ik boos. Ik heb hem toen twee keer geslagen of zo. Het was een reactie. Omdat hij mijn bril raakte, riep ik: ‘Dit gaat je geld kosten’.
De verdachte ontkent dat hij riep: ‘Geef me je geld’.
Zegt: ‘Waarom zou ik dat doen? Ik heb geld zat.’
De verdachte denkt dat het zogenaamde slachtoffer en die getuige kennissen van elkaar zijn.
‘Zo kwam het wel op mij over.’

De rechtbank bepaalt over twee weken wat de waarheid moet zijn.

Rob Zijlstra

2 comments

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s