Mond vol tanden

de politie had geen agenten met tijd beschikbaar

Voor een verdachte is een strafzaak vooral een kwestie van het beperken van de schade.
Het is dus niet zo dat alle verdachten ontkennen en vinden dat ze onmiddellijk moeten worden vrijgesproken.
Een flink deel van de beklaagden geeft gewoon toe de misdaad te hebben gepleegd en vindt dat zoiets vervelends ook consequenties moet hebben.
Dus straf, als het even kan niet al te veel natuurlijk.

Bij het bepalen van de hoogte van de straf kijken rechters niet alleen naar de ernst van het gepleegde, maar ook naar de omstandigheden waaronder (alleen of met z’n allen, overdag of in de nacht, honger of geld zat), naar de persoon van de verdachte (mad or bad) en naar de houding van de verdachte tijdens de rechtszaak.
Dit laatste wordt door verdachten vaak onderschat.
Advocaten willen nog wel eens vergeten hun cliënten te voorzien van de juiste instructies.
Damage control vraagt om een goede voorbereiding.

Verdachten die onderuitgezakt tegen rechters gaan je-en en jij-en snappen het niet, hoewel u zeggen en ja en nee meneer, mevrouw de edelachtbare geen garantie is voor strafkorting.
Liegen wordt geaccepteerd, maar slecht liegen niet.
Het aller slechtste dat een verdachte kan doen is ongeloofwaardige onzin uitkramen.

De 21-jarige Jetze deed het op zich niet onaardig.
Hij had zich met vrienden in de binnenstad van Groningen vol laten lopen met bier en XTC-pillen.
Toen het vroeg in de ochtend was geworden begon hij dingen te zien die er helemaal niet waren.
Hij zag dat zijn vrienden werden aangevallen en sloeg er toen – om hen te helpen – op los.

Tegen de rechters: ‘Ik dacht dat er sprake was van een dreigende situatie en vond dat ik moest ingrijpen. Ik dacht dat er meer aan de hand was dan er aan de hand was.’
Twee jongemannen werden neergeslagen wat bij een van hen leidde tot een onherstelbaar beschadigd gebit.
‘Ik kan geen appels meer eten,’ zei het slachtoffer tegen de rechters.
Een derde slachtoffer werd geschopt, met de hak tegen het voorhoofd.

Jetze geeft het slaan toe, een harde klap en eentje zonder kracht, zegt hij.
‘Maar ik heb niet geschopt.’
Bij de politie was het helemaal misgegaan.
Tegen de rechters zegt hij – en dat was niet erg handig: ‘Ik heb geen hoge pet op van de politie, dus toen ik werd verhoord was ik zwaar geïrriteerd.’
Hij had gezegd dat geweld hoort bij uitgaan.
Dat hij wel vaker iemand zomaar had geslagen en dat dit ook niet de laatste keer zou zijn.

In de rechtszaal: ‘Beetje dom.
Rechters vragen: ’Niet geschopt?
‘Nee, want dan had ik het nu nog wel geweten.’
Rechters: ‘O ja? U was ladderzat.’
Jetze: ‘Ik weet toch ook nog dat ik twee keer heb geslagen?’

Wat hij er van vindt dat een van zijn slachtoffers bijna een jaar na dato nog altijd last heeft van zijn tanden en dat die tanden niet meer te redden zijn?
Dat vindt Jetze heel erg.
Aan de andere kant: hem is eens hetzelfde overkomen, dus tja…
Die houding maakt dat hij van de officier van justitie niet het voordeel van de twijfel krijgt.
Die zegt: ‘Meneer is een first offender, maar wat hij heeft gedaan is een ernstig feit, een ernstige vorm van uitgaansgeweld. Ik eis twee jaar celstraf, half jaar voorwaardelijk.’

Eerder op dag stond Prem terecht.
Hij is geen onbekende in zittingszaal 14.
In de zomer van 2010 kwam jij er voor het eerst, in november 2011 voor de tweede keer en vorig jaar juni was hij er ook.
Steeds voor nieuwe zaken.

Hij heeft, hoewel nog maar 22 jaar oud, behoorlijk wat zittingservaring.
Prem wordt beschuldigd van een diefstal met geweld, gepleegd met anderen.
Bij een mislukte inbraak in Groningen zou hij de bewoner die hem en zijn compagnon betrapte met een breekijzer op het hoofd hebben geslagen.
Dat was in januari 2013.

Hij was vrij snel als verdachte in beeld gekomen, maar omdat de politie geen agenten met tijd beschikbaar had, bleef de zaak negen maanden op een plank liggen.
Het zou tot september 2013 duren alvorens Prem werd aangehouden.
Daarna had het Openbaar Ministerie nog eens een heel jaar nodig de zaak aan de rechtbank voor te leggen.
Prem is mede om die reden niet gedetineerd, de detentie is geschorst.

Hij komt ditmaal dus als een vrij man de rechtszaal binnen.
Hij heeft zijn vriendin meegenomen.
Als ze samen binnenkomen, wijst hij aan waar ze kan gaan zitten.
Hij kent de weg.
Vanuit de verdachtenbank werpt hij haar nog een kusje toe, met een lieve glimlach ter geruststelling, om haar duidelijk te maken: het komt wel goed.

Het gaat helemaal fout.

Rechters: ‘Heeft u het gedaan?’
Prem: ‘Ik heb er niets mee te maken, praat maar met mijn advocaat.’
Dat is geen goede houding, het is een slecht begin.

Rechters: ‘Nou?’
Prem: ‘Ik ontken niet, ik beken niet, ik ben op de goede weg en wil dit achter mij laten.’
Rechters: ‘Anderen zeggen dat u er bij was, waarom zeggen ze dat?’
Prem: ‘Ik heb geen idee.’
Rechters: ‘Op het breekijzer waarmee de bewoner is geslagen is DNA aangetroffen, uw DNA. Hoe verklaart u dat?’
Prem: ‘Ik zou het niet weten. Ik heb het breekijzer uitgeleend misschien?’
Rechters: ‘U leent vaker dingen uit?’
Prem: ‘Kennelijk, ik heb er niets over te zeggen.’
Rechters: ‘Dat is wel heel gemakkelijk.’

Prem had beter voorbereid moeten zijn.
De officier van justitie is zonder ook maar een greintje twijfel overtuigd van zijn schuld.
En de aanklager haalt keihard uit.
Hij eist een gevangenisstraf van vijf jaar.

Rechters, standaardvraag: ‘Heeft u de eis begrepen.
’Prem: ‘Ik sta met de mond vol tanden.’

De reclassering had nog wel zo positief geadviseerd.
Prem heeft het verkeerde pad verlaten.
Hij heeft een eigen woning, een kamer, woont samen, heeft met goed gevolg een agressie-regulatietraining afgerond, hij begint met een opleiding, komt afspraken na, wil anders dan vroeger luisteren, hij heeft gebroken met het criminele circuit.
De reclasseringsmedewerkster: ‘Als Prem naar de gevangenis moet, werkt dat averechts. Dan moeten we ons afvragen wat we terugkrijgen als hij er weer uitkomt.’
De reclassering denkt dat de samenleving er niet bij is gebaat Prem vijf jaar lang op te sluiten.
Integendeel.

De rechters denken nu twee weken na.
Prem had nog gezegd, vijf jaar, dan ben ik echt alles kwijt.
De vraag is of rechters ook aan damage controle doen.

Rob Zijlstra

uitspraak op 18 september

One comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s