Speerpunten


pleurt toch allemaal lekker op met die fucking shitbagger

De misdaad die in de rechtszaal haar gezicht aan het publiek toont varieert van ‘toe maar’ tot afgrijselijk.
De bestraffing is daar ook naar: van geen straf tot levenslang, tot nooit weer ziens.
Pesten en mensenhandel zouden twee uitersten kunnen zijn, maar in de rechtszaal ligt de bedrieglijke schijn altijd op de loer.

Melle (52) komt uit Marum.
Ghalasemabaldinh (34) is van Teheran.
Melle is een pester.
Ghalasemabaldinh een mensenhandelaar.
Ze hebben gemeen dat ze de beschuldigingen ontkennen.

Melle zat vaker in de verdachtenbank, steeds voor hetzelfde.
Hij valt een dorpsgenoot lastig.
Het stadium van pesten is gepasseerd.
Het heet nu stalken.
Bijzonder is dat niemand weet waarom hij de dorpsgenoot het leven zuur maakt.
Melle weet dat zelf ook niet.

In de misdaad is een motief vaker zoek, maar doorgaans weet de pleger zelf wel waarom hij het heeft gedaan tenzij er sprake was van een monsterachtige dronkenschap.
Melle is de nuchterheid zelve.
Iets te wellicht.

Een paar maanden geleden vroegen de rechters aan Melle of er wel met hem viel te praten.
Hij antwoordde: ‘Nee, opsodemieteren.’
De rechters vroegen of het waar is waarvan hij wordt beschuldigd.
Melle zei toen: ‘Pleurt toch allemaal lekker op met die fucking shitbagger.’

Melle zat al eens drie maanden in de cel wat van hem geen beter mens had gemaakt.
Eenmaal vrij zette hij zijn onduidelijke, maar verbeten strijd tegen de dorpsgenoot voort.
Zelf vindt hij niet dat hij een stalker is.
Hij is immers niet gewelddadig.
Hij doet andere dingen.
Hij hindert zijn dorpsgenoot met zijn auto in het verkeer, hij zou paaltjes van de afrastering uit de grond hebben gewrikt, hij roept en gluurt naar binnen via het badkamerraam.
Elke dag, al vier jaar lang.

In de afgelopen maanden is onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om Melle te voorzien van een enkelband.
Met de burgemeester als bemiddelaar (‘opzouten’) wil hij niet praten, maar zo’n bandje met gps om de enkel wil hij wel, zo werd deze week duidelijk.

De officier van justitie wil nu met elektronisch toezicht een locatie- en contactverbod.
Zij denkt dat het voor iedereen beter is dat Melle niet meer in de buurt komt de dorpsgenoot.
Ze waarschuwt: ‘U mag hem niet benaderen, niet sms’en of e-mailen, u mag hem niet eens aankijken.’
Ook moet Melle zich melden bij de forensische psychiatrie.
Houdt hij zich niet aan afspraken, dan wacht hem zes maanden gevangenisstraf.
En omdat het Openbaar Ministerie er niet is voor de grappen, moet Melle voor de derde keer een werkstraf uitvoeren, ditmaal eentje van 120 uur.

Dat is de eis die de officier van justitie op tafel legt.
Ze zegt: ’Het is met grote aarzeling, maar hij krijgt dus nog een laatste kans.’

Tot halverwege 2012 was Melle een onbekende voor de politie.
Op een dag ging er iets mis.
Sinds die dag leeft hij van zijn slinkende spaargeld.

De rechters willen weten: ‘Hoe gaat het met u?’
Melle: ‘Slecht. Ik zit elke keer hier.’
Rechters: ‘Wat doet u?’
Melle: ‘Ik ben met 150 uren werkstraf bezig, in Veenhuizen.’
Rechters: ‘Is dat nog van die vorige veroordeling?’
Melle: ‘Ja. Ik moet er met mijn eigen auto heen, naar die klootzakken. Het kost me klauwen met geld.’

Dan Ghalasemabaldinh van Teheran.
Hij woont op een steenworp afstand van Melle, in Friesland, net over de grens.
Maandag aanstaande doet de rechtbank in zijn zaak uitspraak.
Als het waar is wat de officier van justitie beweert, dat Ghalasemabaldinh een mensenhandelaar is, dan is hij dat niet altijd geweest.
In Teheran was hij architect in overheidsdienst.
Dat zou hij wel weer willen zijn, maar zijn kunde daar past niet een op een met onze bouwwensen hier.
Hij zegt dat hij nu binnenhuisarchitect wil worden.

Mensenhandel wordt gezien als een van de zwaarste vormen van criminaliteit.
Het is georganiseerd en internationaal.
De rechtbank in Noord-Nederland heeft een speciale mensenhandelstrafkamer in het leven geroepen.
De politie roept al heel lang dat de aanpak van mensenhandel een speerpunt is.
Dan is het extra belangrijk en krijgt het bijzondere aandacht in de opsporing en in de jaarverslagen.
Het resultaat is dat er zo heel af en toe een verdachte mensenhandelaar terechtstaat.

Op 3 oktober 2013 onderschepte de douane een pakketje waar een adres in Istanbul op stond.
Het pakketje bevatte een vals Grieks en een vals Albanees paspoort.
Speurwerk wees uit dat het pakketje bij een Bruna-winkel in Delft op de post was gedaan.
En dat Ghalasemabaldinh de afzender was.
Dat laatste ontdekten ze omdat zijn naam op het pakketje stond.

De man zegt dat hij niet wist dat de paspoorten vervalst waren.
Hij merkt op: ‘Had ik dat wel geweten, dan had ik mijn eigen naam er toch niet opgezet?’
De officier van justitie volgt deze Iraanse wijsheid niet en zegt dat de verdachte voorbereidingshandelingen heeft getroffen.
En dat dat strafbaar is.

Aan het strafproces dat ruim vijf uren duurt valt voor een toehoorder zonder dossier nauwelijks een touw vast te knopen.
In een pension in Istanbul – waar het valse pakketje afgeleverd had moeten worden – verblijft een man die mensen zou smokkelen vanuit Iran naar Frankrijk.
In diens opdracht ging Ghalasemabaldinh van Friesland naar een restaurant op een kilometer lopen van het station in Rotterdam.
Daar kreeg hij de twee paspoorten en ging vervolgens naar de Bruna in Delft.
De kosten van deze onderneming over de spoorwegen werden betaald door een vrouw uit Leeuwarden.

De rechters zeggen dat het allemaal wel een beetje gek is.
Ghalasemabaldinh zegt dat hij zelf via slinkse wegen in Nederland is beland en dat hij daarom dus dingen weet over visa.
Nu helpt hij wel eens anderen, uit humanitaire overwegingen.
Hij had er geen geld voor gekregen.
Hij vertelt dat hij handelt in klassieke tapijten die hij van Italië of Griekenland naar Turkije verscheept.
Rechters: ‘Huh? Maar een tapijt heeft toch geen visum nodig?’
De lange naam: ‘Voor Turkije wel.’

Misschien is het helemaal niet waar wat Ghalasemabaldinh beweert en is hij een gewiekste misdadiger die radeloze mensen onder erbarmelijke omstandigheden over grenzen smokkelt om daar zelf beter van te worden.
De strafeis doet evenwel vermoeden dat de man niet onder het speerpunt valt: 44 dagen celstraf die hij niet hoeft uit te zitten.

Ik dacht, laat Melle het niet horen.

Rob Zijlstra

update – 3 april 2015 – uitspraak
Melle is door de rechtbank veroordeeld tot 181 dagen celstraf waarvan 180 voorwaardelijk en een taakstraf van 120 uur. Aan het voorwaardelijk deel is een reeks voorwaarden gekoppeld, waaronder het locatieverbod dat met een enkelbandje moet worden gecontroleerd. Melle was niet bij de uitspraak aanwezig.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s